InnovatieEnergietransitie

Enexis-ceo over bomvol stroomnet: ‘83 procent van de bedrijven staat onnodig in de wachtrij’

Rutger van der Leeuw, ceo Enexis.
Rutger van der Leeuw, ceo Enexis.Foto: Enexis
Leestijd 7 minuten
Lees verder onder de advertentie

„Dit is de stekkerdoos van Den Bosch.” Rutger van der Leeuw, ceo van regionale netbeheerder Enexis, wijst naar tientallen kabels en grote transformatoren op het terrein van hoog- en middenspanningsstation ’s‑Hertogenbosch Noord. Hier komt de hoogspanning van landelijke netbeheerder TenneT binnen. Enexis zet die vervolgens via transformatoren om naar een lagere spanning, zodat de elektriciteit veilig en geschikt is voor gebruik door bedrijven en huishoudens in de regio.

Voordat Van der Leeuw ingaat op de ongeveer 11.000 aanvragen die in het verzorgingsgebied van Enexis op de wachtlijst staan voor stroom, wil hij eerst laten zien wat er wel en niet kan op zo’n station. „Aan de ene kant van het station liggen belangrijke wegen, aan de andere kant zitten een spoorlijn en een woonwijk.” Zijn punt: in theorie wil iedereen het elektriciteitsnet uitbreiden, maar in de praktijk gaat dat simpelweg lang niet overal.

Lees ook: Stroom wordt goud waard bij bedrijfspanden: ‘Zonder aansluiting tekenen ondernemers steeds vaker niet meer’

Aansluitstop voor kleine bedrijven en huishoudens

In grote delen van Nederland zit het elektriciteitsnet overvol. In Utrecht geldt vanaf 1 juli een aansluitstop voor bedrijven en zelfs huishoudens en ook in Noord‑Brabant komen kleine bedrijven en huishoudens op een wachtlijst.

Als we in 2008 of 2009 waren begonnen met uitbreiden, was het probleem nu niet zo groot geweest

Rutger van der Leeuw Ceo Enexis

Enexis is verantwoordelijk voor de stroomvoorziening in Groningen, Drenthe, Overijssel, Noord‑Brabant en Limburg, waar nu ongeveer 11.000 bedrijven en projecten op een wachtlijst staan. Dat zorgt voor grote frustratie en wanhoop onder ondernemers.

Lees verder onder de advertentie

Van der Leeuw begrijpt dat. „Ik snap heel goed dat mensen denken: laat mij gewoon verduurzamen.” Tegelijkertijd is hij realistisch en wijst hij op de omvang van de energietransitie. „Wij hebben in Nederland besloten dat we massaal willen gaan elektrificeren. En het massaal elektrificeren van je hele land duurt gewoon twintig jaar.”

Had netcongestie voorkomen kunnen worden?

Grote energietransitie of niet: veel ondernemers zullen zich afvragen of deze hele situatie niet voorkomen had kunnen worden? „Als we in 2008 of 2009 waren begonnen met uitbreiden, was het probleem nu niet zo groot geweest”, geeft Van der Leeuw toe. „Maar we zaten ook midden in een financiële crisis. De kosten van de netbeheerders moesten zo laag mogelijk zijn. We mochten geen geld uitgeven van de politiek.”

De regionale netbeheerders zijn een gereguleerd bedrijf, legt Van der Leeuw uit. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) bepaalt hoeveel geld er verdient en uitgegeven mag worden. Al had Enexis op eigen houtje flink willen investeren in het net, dan had dat niet gekund.

Achteraf gezien hadden we eerder richting maatschappij, politiek en toezichthouder duidelijker moeten aangeven wat een snelle verduurzaming zou betekenen voor de elektriciteitsnetten

Rutger van der Leeuw Ceo Enexis

Pas na het tekenen van het Klimaatakkoord van Parijs eind 2015 begon Enexis het netwerk structureel op te schalen. Uit een analyse van de Volkskrant blijkt dat netbeheerders vooral goed waren in beheren, het net onderhouden. Vooruitkijken, was, zeker toen, niet hun sterkste kant. „Als je tien, vijftien jaar geleden kijkt, dan was dat zo. Toen was het adagium: investeer zo min mogelijk en zo laat mogelijk, want de kosten moeten zo laag mogelijk zijn”, reageert Van der Leeuw.

Volgens de ceo is die aanpak inmiddels veranderd. Enexis investeerde het afgelopen jaar een recordbedrag van 1,9 miljard euro in uitbreiding en onderhoud van het netwerk. Tegelijk erkent hij dat die omslag eerder had kunnen komen. „Achteraf gezien hadden we eerder richting maatschappij, politiek en toezichthouder duidelijker moeten aangeven wat een snelle verduurzaming zou betekenen voor de elektriciteitsnetten en dat het ‘efficiency’ denken moest veranderen.”

Lees verder onder de advertentie

Kritiek van toezichthouder ACM

Toch is er nog steeds kritiek op de netbeheerders. Toezichthouder ACM stelde vorig jaar dat netbeheerders te langzaam zijn geweest met het aanbieden van oplossingen om het bestaande net slimmer te gebruiken. Zo zouden flexibele contracten, waarbij bedrijven hun stroomverbruik aanpassen aan drukke momenten op het net, te laat en te ingewikkeld zijn ingevoerd.

Die kritiek erkent Van der Leeuw. „De producten die wij maken voor dit soort flex‑aanbiedingen zijn te ingewikkeld en te technisch.’’ Hij geeft toe dat de netbeheerder te veel vanuit de techniek dacht en te weinig vanuit ondernemers. Inmiddels probeert Enexis die contracten eenvoudiger te maken en bedrijven actief te benaderen met mogelijke oplossingen.

Lees ook: Geen stroomaansluiting mogelijk, maar deze McDonald’s-ondernemer vond de oplossing: ‘Kijk wat er wél mogelijk is’

Bedrijven kunnen soms eerder aansluiten

Want er is veel mogelijk, stelt Van der Leeuw. Van de vijfduizend bedrijven die in Enexis-gebied wachten op extra stroomcapaciteit, hoeft volgens de netbeheerder ongeveer 83 procent helemaal niet in de wachtrij te staan. Er is capaciteit voor die bedrijven, maar niet continu. Ze moeten dus flexibel zijn in hun energiegebruik. Concreet betekent dat bijvoorbeeld dat machines niet allemaal tegelijk kunnen worden aangezet, dat energie moet wordt opgeslagen of dat energie‑intensieve processen ‘s nachts zullen moeten plaatsvinden.

Volgens de politiek moeten ondernemers hun bedrijfsvoering aanpassen. „Ik zie niet voor me hoe een bierbrouwer of aardappelverwerker zijn ploegendienst ineens uren eerder kan laten starten. Dat is gewoon onzin’’, reageert Van der Leeuw. In veel gevallen hoeven de aanpassingen volgens hem nauwelijks gevolgen te hebben voor de bedrijfsvoering. Machines die niet allemaal tegelijk opstarten, koelinstallaties die ’s nachts harder draaien of batterijen die pieken opvangen, kunnen volgens hem al veel capaciteit vrijmaken op het net. „Bedrijven zoals bierbrouwers kunnen hun e-boiler om 5 uur ’s ochtends of om 12 uur ’s middags aanzetten. De warmte in de boiler blijft daarna nog lang genoeg in het vat zitten.”

Toch erkent de ceo dat slimmer werken niet voor ieder bedrijf werkt. Energie‑intensieve industrie heeft simpelweg een grote en constante stroomaansluiting nodig. Als andere bedrijven hun pieken verminderen, ontstaat volgens hem juist ruimte voor die groep. „Hierdoor komen bedrijven die echt een vaste aansluiting nodig hebben ook eerder aan de beurt.”

We groeien als kool en werken er keihard aan en toch zie je dat de wachtrij nog steeds groter wordt

Rutger van der Leeuw Ceo Enexis

Enexis groeit ‘als een startup’

Ondertussen probeert Enexis het netwerk zo snel mogelijk uit te breiden. Van der Leeuw wil namelijk niet de illusie wekken dat flex alles kan oplossen. Volgens hem moet de helft van het probleem opgelost worden met flexibele contracten en de andere helft door het net uit te breiden.

„Wij zijn in omvang van ons werkpakket factor vijf groter dan dat we zeven jaar geleden waren”, zegt Van der Leeuw. „Ik zeg altijd: we zijn een bedrijf van meer dan honderd jaar oud met het groeitempo van een startup.”

Lees verder onder de advertentie

En toch bleek dat niet voldoende. „Wij groeiden afgelopen jaar 38 procent. Maar als we echt de wachtrij hadden willen wegwerken, dan hadden we minimaal 50 procent moeten groeien. Dat is ook de frustratie voor ons. We groeien als kool en werken er keihard aan en toch zie je dat de wachtrij nog steeds groter wordt.” De combinatie van het hebben van genoeg materiaal, personeel en vergunningen maakt het snel willen groeien een grote uitdaging.

Bedrijven moeten er daarom rekening mee houden dat het elektriciteitsnet nooit meer zo zal functioneren als vroeger. „Als je vraag is wanneer we weer terug zijn waar we waren in 2014, dat iedereen onbeperkt vermogen kan aanvragen en het meteen krijgt, dan is mijn antwoord: nooit meer”, stelt Van der Leeuw.

Meer risico nemen op het stroomnet?

Tussen het gezoem van de transformatorhuisjes vertelt Van der Leeuw over het extra risico dat nog genomen kan worden met de huidige kabels. Onder vrijwel elke straat liggen er twee. Dat is bewust zo ontworpen: als één kabel uitvalt, kan de andere het overnemen. Dat maakt het elektriciteitsnet betrouwbaar, maar beperkt tegelijk hoeveel capaciteit er gebruikt kan worden.

Het netwerk zou theoretisch meer stroom kunnen vervoeren als netbeheerders meer risico nemen en beide kabels volledig benutten. Het nadeel daarvan is duidelijk: als er dan één kabel uitvalt, zitten bedrijven of huishoudens langer zonder stroom. Toch nemen netbeheerders steeds meer risico: „Waar we voorheen vooral stuurden op maximale veiligheid en leveringszekerheid, nemen we nu, waar we kunnen, gecontroleerd en verantwoord meer risico”, legt Van der Leeuw uit.

Het stroomnet moet niet alleen groter worden, maar vooral ook slimmer gebruikt. Dat vraagt niet alleen iets van netbeheerders, maar ook van bedrijven die op aansluiting wachten.

Lees ook: Na overvol stroomnet een watertekort voor mkb’ers? ‘We zitten nu al vaak aan onze maximale productiecapaciteit’

Lees verder onder de advertentie

Delen: