Nieuws Groei

Waarom deze veelbelovende Nederlandse startups niet slaagden

Zes jaar geleden behoorden deze namen tot de tien Nederlandse bedrijven in de top 100 'hottest startups' van Europa, volgens een serie die technologietijdschrift Wired maakte. Deze startups redden het niet. De Volkskrant zoekt uit wat de oprichters van de start-ups hebben geleerd.

Laurens Verhagen, Bard van de Weijer | Foto: Pixabay 1 mei 2018

Layar22trackssilk

22Tracks: verdwenen

Wat: muziekafspeellijsten

Spotify bestaat rond 2010 nog niet in Nederland en 22Tracks springt in het gat dat gratis muziekdiensten als Napster hebben achtergelaten. De belofte van de Amsterdamse start-up: 22 speellijsten in verschillende genres, ieder met 22 gratis te beluisteren nummers. De nummers worden door dj's en andere smaakmakers bij elkaar gebracht om het publiek te laten kennismaken met nieuwe muziek.

Het idee komt van radiomaker Vincent Reinders, op dat moment dj bij FunX. 'Zelf was ik toen alleen bezig met hiphop. Om me heen zag ik anderen even gepassioneerd over hún muziek praten. Hoe gaaf zou het zijn als we al die genres konden combineren?' 22Tracks heeft het tij mee: het idee wordt door de platenindustrie omarmd. 'Ze stonden te trappelen om op onze lijsten te mogen. Ze wilden na Napster niet nog eens de boot missen.' Niet alleen vanuit Amsterdam wordt muziek verzameld, al snel volgen Brussel, Londen en Parijs. Dan begint het klimaat te veranderen en bekoelt het enthousiasme van de labels. Ineens moet 22Tracks die labels betalen om muziek te mogen aanbieden.

Reinders noemt het een van de oorzaken van het falen van 22Tracks. De andere grote oorzaak: Spotify. In 2017 is het feest voorbij. Had Reinders het achteraf anders aangepakt? 'Misschien hadden we iets minder vanuit onze passie moeten handelen en wat commerciëler moeten denken en meteen investeerders moeten zoeken. Aan de andere kant: dan was het misschien al na twee jaar voorbij geweest.' Reinders is nog altijd trots: 'We hebben superveel voor elkaar gebokst. We hadden fans over de hele wereld. En het is ook een verschil met Spotify hè: wij waren van vlees en bloed. Geen algoritmen.'

Layar: kwijnend

Wat: augmented reality

Een typisch gevalletje 'te vroeg'. Als Layar, opgericht in 2009, met zijn app op de markt komt, is de term 'augmented reality' (AR) nog geen gemeengoed. Maar indrukwekkend is het wel: wie zijn mobieltje op een huis richt, ziet daarboven een wolkje met de makelaarsinformatie van Funda verschijnen. Funda was de eerste partij waarmee Layar samenwerkte.

Aan zelfvertrouwen was geen gebrek: 'We wilden de nieuwe Google worden. Een nieuw massamedium, het startpunt voor elk mobiel gebruik, voorgeïnstalleerd op elke Nokia', zegt mede-oprichter Maarten Lens-Fitzgerald. 'Tegelijk waren we helemaal niet bezig met start-upje spelen. We wisten helemaal niets van het hele spel met startkapitaal en financiering. Nee, wij dachten gewoon: we maken een heel gave app. En het ging vanzelf: investeerders namen allemaal contact met ons op.'

Layar is hot en trekt ook internationaal aandacht. 'We maakten die eerste jaren echt fantastische dingen. We liepen voorop.' Maar Layar maakt zijn belofte niet waar. Hij weet nu waarom: 'Het loste geen probleem op. Layar was gewoon gaaf. Dat is uiteindelijk niet genoeg.' Layar wordt in 2014 aan Blippar verkocht, dat inmiddels een wat kwijnend bestaan leidt. De oprichters wilden Layar vorig jaar nog terugkopen. 'Dat was een oprisping. Ik ben er nu klaar mee en richt me weer op nieuwe dingen.'

Silk: verkocht

Wat: software voor het verwerken en visualiseren van data

Salar al Khafaji verkoopt Silk in de zomer van 2016 aan het veel grotere Amerikaanse Palantir. Beide bedrijven zijn gespecialiseerd in het verwerken van data. Silk blinkt uit in gebruiksvriendelijkheid. Met een paar drukken op de knop kunnen gebruikers prachtige visualisaties maken. Dat valt in de smaak en de vijftien werknemers komen in dienst van de marktleider. Toen hij zijn bedrijf begon, was dit niet zijn droom: gekocht worden door de concurrent. Nee, Al Khafaji wilde wat elke start-up wil, een beursgang. Maar een verkoop is een meer dan mooie troostprijs, zegt hij.

Localsensor: niemandsland

Wat: advertentietechnologie

Het idee van Localsensor is om in apps relevante advertenties te kunnen aanbieden op basis van locatie. Leuk, maar het slaat niet genoeg aan. Voor de lokale bakker is het te veel gedoe, terwijl de grote partijen hun budgetten steeds meer bij Google en Facebook neerleggen. De belofte van 2012 is dus niet waargemaakt? 'Nóg niet', zegt mede-oprichter Rob van Buuren. 'We waren te vroeg en hebben onderschat hoe vast de markt zit aan bestaande modellen.' Van Buuren hoopt dat Nederlandse uitgevers eindelijk gaan samenwerken en een eendrachtig antwoord kunnen geven op de Googles, onder andere door van zijn technologie gebruik te maken.

Foodzy: kwijnend

Wat: een eetdagboek waarmee gebruikers makkelijk kunnen bijhouden hoeveel calorieën ze binnen krijgen

Vijf jaar geleden verschijnen juichende recensies over het idee van een eetdagboek, dat wekelijks overzichten geeft en tips biedt. Inmiddels is de wereld tientallen van dit soort apps verder en sinds een paar jaar is het stil rond Foodzy. De app kan nog worden gedownload, maar de blog is afgesloten en medewerkers reageren niet op verzoeken tot contact.

Layergloss: mislukt

Wat: hulpmiddel voor het bouwen van apps

Zelf een app bouwen is niet iedereen gegeven. Een handig hulpmiddel kwam vijf jaar geleden dus zeer van pas. Layergloss laat onervaren programmeurs met behulp van tientallen sjablonen apps bakken. Het bedrijfje presenteert zich als het Wordpress (een gereedschap voor het maken van weblogs, ook niet meer zo en vogue) voor apps. Investeerders zien brood in het concept en Layergloss groeit in een jaar tijd naar veertien medewerkers. Maar het gaat mis. De oprichters krijgen ruzie en het platform bestaat niet meer.