Nieuws Marketing

Achterstandswijk profiteert niet van hippe ondernemers

Een probleemwijk krijgt een boost van nieuwe, hippe ondernemers. Dat wordt althans algemeen aangenomen. De praktijk is anders, blijkt uit onderzoek naar de Rotterdamse Afrikaanderwijk. "Liefde heeft soms tijd nodig."

Peter Groenendijk en Yvonne Keunen | Foto: Marco de Swart 7 december 2016

Het moest hét uithangbord van de Rotterdamse Afrikaanderwijk worden: de Creative Factory. Een in onbruik geraakte graansilo werd een broedplaats voor creatieve ondernemers. Hipsters stonden in de rij voor een flexibele werkplaats in de rauwe betonkolos. Acht jaar later staat de Creative Factory nog overeind – maar in de wijk die erdoor moest opleven, weet bijna niemand wat er in het gebouw gebeurt. "In de buurt weten maar heel weinig mensen dat in dat gebouw creatieve ondernemers zijn gevestigd", zegt sociologe Jeanette Nijkamp in het AD.

Bewoners, zegt ze, hebben amper contact met de jonge filmmakers, webdesigners en fotografen. "Die zijn helemaal niet op de wijk gericht, hun klanten wonen er niet en ze vinden het geen aantrekkelijk stadsdeel." Waarom ze zich er dan vestigden? "Ze kregen een uniek huisvestingsaanbod."

Impuls

Het stimuleren van creatief ondernemerschap wordt in steden als Rotterdam ingezet om achterstandswijken een impuls te geven. De gedachte: in het kielzog van de creatieve sector volgen vanzelf trendy cafés en winkeltjes. Maar dat valt tegen, zegt Nijkamp, die volgende week vrijdag aan de Erasmus Universiteit promoveert op haar onderzoek naar de wijk. "De buzz blijft uit." En dat geldt niet alleen voor Rotterdam, zegt ze. "Creatief ondernemerschap als wapen tegen achterstanden is gewoon moeilijk."

Wat ook al niet helpt: partijen die zich aanvankelijk enthousiast aan de projecten verbonden, zoals de gemeente, corporaties en banken, trokken hun steun in. Niet dat er de laatste jaren niks is veranderd in de Afrikaanderwijk, een wijk met veel bewoners met een niet-westerse afkomst. In een opgeknapt woonblok vestigden zich meerdere hippe zaakjes, die het nog goed doen ook. "Maar ik verkoop mijn spullen meestal niet aan bewoners van deze buurt", zegt Ewald Renar van Rotterdamsche Confituur. Zijn biologische producten lopen prima, maar vooral dankzij bezoekers van buiten. En van de koffieklanten moet hij het ook niet hebben. "De mensen die hier wonen, kopen voor 2 euro een pak koffie bij de Lidl. Daar doen ze de hele week mee."

Onderzoeker Nijkamp keek ook naar Freehouse, een stichting die sinds 2008 met verschillende projecten het ondernemerschap bij Afrikaanderwijkers zelf stimuleert. Bijvoorbeeld door ontwerpers te koppelen aan lokale naaisters. Het is geen overbodige luxe in een wijk waar de helft van de mensen een uitkering heeft. "Maar het draagt nauwelijks bij aan de economische ontwikkeling van buurtbewoners", zegt Nijkamp. "De ateliers van de stichting hebben te weinig werk om die mensen een baan aan te bieden. En ze kunnen wel als zzp’er gaan werken, maar dat betekent dat ze hun uitkering kwijtraken."

Maar het verhaal heeft ook een andere kant, zegt Annet van Otterloo van Freehouse. "Wij zijn niet in ons eentje in staat om de hele wijkeconomie te veranderen. Maar elke persoon die wij aan een baan helpen, is er één." Dat lukt steeds vaker, mede dankzij de oprichting van een coöperatie. "Zo iemand komt weer dichter bij de arbeidsmarkt, spreekt vaker Nederlands. En zijn familie ziet het ook. Het hebben van een baan is in hier niet voor iedereen normaal."

Aanpassen

De jonge ondernemers die de wijk de laatste paar jaar versterkten, geloven heilig in de toekomst van ‘Afri’. Maar, zeggen ze: je moet je wél aanpassen. Zo zijn de broodjes bij espressobar Pretoria nog niet half zo duur als in het centrum van Rotterdam, en zit er geen ham op de tosti, maar kip. "Daardoor hebben Turkse mensen het gevoel dat deze zaak er ook voor hen is", zegt uitbater Mario Banda. "Ik voel juist heel veel waardering uit de buurt." Ewald Renar van Rotterdamsche Confituur geeft zo veel mogelijk studenten uit de wijk een stageplek. "Je verandert een buurt als deze niet zomaar. Daar zijn heel veel kleine stapjes voor nodig."

En de hippe jongens uit de Creative Factory? De meesten nemen aan het eind van de dag nog steeds de metro naar andere stadsdelen, geeft filmmaker André Pijnappel toe. "Maar laten we niet te snel concluderen dat het niks wordt. Ik kwam hier ook terecht vanwege de lage huur, moest er niet aan denken om hier te wonen. Maar nu hou ik van Afri, en ga ik hier een huis kopen. Liefde heeft soms tijd nodig."