Het hof heeft besloten dat je niet kunt stellen dat alle 7.000 Uber-chauffeurs werknemers zijn van het bedrijf. Dat hangt af van de werkwijze van iedere specifieke chauffeur. Een chauffeur kán nog steeds een werknemer van Uber zijn als zijn feitelijke werkwijze daarop wijst. Dit betekent dat je groepen zelfstandigen niet zomaar over één kam kunt scheren: iedere zzp’er moet apart beoordeeld worden.
Lees ook: Hof: zelfstandige taxichauffeurs Uber zijn ondernemers, geen schijnzelfstandigen.
Geen hiërarchie in criteria
Bij de beoordeling of een zzp’er daadwerkelijk zelfstandig is, moet naar alle omstandigheden van het geval gekeken worden. Of het nu gaat om freelance marketeers, verplegers, IT’ers, consultants of projectmanagers, de kwalificatie van de arbeidsrelatie vereist een beoordeling aan de hand van meerdere criteria. Hierbij weegt het tonen van ondernemerschap – het hanteren van eigen tarieven, eigen werktijden en het dragen van een ondernemersrisico – net zo zwaar als bijvoorbeeld de mate van gezag die een opdrachtgever kan uitoefenen, inbedding van de freelancer in de organisatie, continuïteit en duur van de arbeidsrelatie en economische afhankelijkheid. Er wordt geen hiërarchie aangehouden binnen de verschillende criteria (in lijn met de Deliveroo-uitspraak).
Mkb’er kan niet achteroverleunen
In de praktijk moeten bedrijven dus op meerdere criteria (blijven) letten. Toont een freelancer ondernemerschap, heeft een zelfstandige meerdere klanten, investeert hij in eigen tools, loopt hij risico? Maar ook: moet hij op vaste dagen bij jou op kantoor aanwezig zijn, lijken zijn werkzaamheden op de werkzaamheden van de mensen die in loondienst zijn?
Bastiaan van Rossum, arbeidsrechtjurist en oprichter van MeesterRecht: „De Uber-uitspraak benadrukt opnieuw dat het gaat om het hele plaatje. In het geval van de zes Uber-chauffeurs oordeelde het hof dat dit geheel overwegend wees op zelfstandigheid, maar die beoordeling blijft maatwerk, zelfs binnen één en dezelfde groep chauffeurs.”
Een zzp-verpleegkundige moet wel in het ziekenhuis werken, omdat daar de patiënten liggen, maar dat betekent niet per definitie dat je niet als zelfstandige in het ziekenhuis kunt werken
Bastiaan van Rossum
Als voorbeeld geeft Van Rossum de vrijheid voor de zzp’er om te werken waar en wanneer hij wil. In principe mag een zzp’er dit zelf bepalen, maar dat is niet voor iedere zzp’er mogelijk. „Een zzp-verpleegkundige moet wel in het ziekenhuis werken, omdat daar de patiënten liggen, maar dat betekent niet per definitie dat je niet als zelfstandige in het ziekenhuis kunt werken. Allereerst is dit ‘maar’ één criterium waarop getoetst wordt en daarnaast zal het minder zwaar wegen, omdat het nu eenmaal noodzakelijk is voor het uitvoeren van de opdracht. Bovendien is het belangrijk dat de praktijk overeenkomt met wat op papier staat. Een contractuele afspraak alleen is nooit genoeg. Zowel bij de beoordeling door de Belastingdienst als de rechter is de uitvoering in de praktijk doorslaggevend.”
Zzp-schap laat zich niet in één vaste rechtsregel vatten
Doordat het toetsingskader maatwerk is, valt het niet in één rechtsregel te vatten. Dat is juridisch heel gebruikelijk. De toepassing van wetgeving wordt altijd nader uitgewerkt in de jurisprudentie, omdat iedere situatie anders is. „In dat kader is het dus nog maar sterk de vraag of nieuwe zzp-wetgeving, in de vorm van de Wet VBAR of de Zelfstandigenwet, meer duidelijkheid kan bieden.” De uitspraak in de Uber-zaak biedt nog geen uitsluitsel. „De vragen die over de VBAR in de Tweede Kamer zijn gesteld blijven vooralsnog onbeantwoord. Ook deze gerechtelijke uitspraak gaat niet alle onduidelijkheid wegnemen. Het doel van die wet is natuurlijk om een concreet kader te bieden van wanneer iemand zzp’er is. Maar dat blijft heel lastig in één rechtsregel te vatten.”
Check je arbeidsrelaties goed
Wat dit concreet voor ondernemers betekent? „De Uber-uitspraak maakt één ding duidelijk: het voorkomen van schijnzelfstandigheid is en blijft maatwerk. Uiteindelijk gaat het om de feitelijke inrichting van de samenwerking, per geval. Breng daarom de samenwerking met zzp’ers zorgvuldig in kaart en onderbouw deze zo specifiek mogelijk. Hoe grondiger je dit doet, hoe kleiner de kans op schijnzelfstandigheid.”
Lees ook: Wat er per 1 januari écht veranderd is voor zzp’ers: verlenging zachte landing, maar ook boetes voor schijnzelfstandigheid