Nieuws Actueel

Lederwarenatelier Buffel maakt succesvolle doorstart met personeel met afstand tot de arbeidsmarkt

Ruim een jaar geleden neemt ondernemer Jan Klerkx lederwarenatelier Buffel over. Ondanks de deplorabele staat waarin het bedrijf op dat moment verkeert, ziet hij kansen. Hij gaat op zoek naar gemotiveerde mensen met een bepaalde mate van ambachtelijke kennis.

Margreet Kwaks 9 maart 2019

Buffel leder

Klerkx treft een atelier van 1.000 m2, een tiental ambachtelijke stans- en stikmachines, vier medewerkers en een portfolio waar portofoontassen en ceremonieel leder voor het Koninklijk Huis een belangrijke plaats innemen. Klerkx begint met reorganiseren; de stroom in de opdrachten komt weer op gang. „Ik heb het afgelopen jaar twaalf nieuwe mensen aangenomen, waarvan tien in de productie. Onze portofoontassen bijvoorbeeld vragen vanwege de hoge kwaliteit om een volledige handmatige afwerking. Dit betekent dat ik personeel nodig heb, dat zowel met machines als ambachtelijk kan werken. Doordat deze medewerkers moeilijk te vinden zijn, kwam ik in contact met Maartje Fransen van MidZuid (onderdeel Werkgevers Servicepunt West-Brabant, red.). Het is verrassend welke kwaliteiten je vindt bij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarbij merkte ik dat deze mensen ontzettend gemotiveerd zijn. Tegenwoordig noem ik Maartje gekscherend mijn hoofd personeelszaken.”

Statushouders

Vooral met statushouders heeft Klerkx goede ervaringen. „Ali Reza Cheraghi werkt nu bijna een jaar bij ons. Hij bracht zo’n vijftien jaar werkervaring, opgedaan in een Afghaans kledingatelier, met zich mee. Binnenkort verloopt zijn contract. Ali weet al wat het dan gaat worden. ” Ali hoort het goedmoedig aan. Wat vindt hij zelf van zijn werk? „Leuk!” Klerkx helpt hem met toe te lichten wat hij precies leuk vindt. Ali spreekt goed verstaanbaar Nederlands, alleen zijn woordenschat schiet nog wat tekort. „Ik vind het leuk om de hele portofoontas te maken, van begin tot eind”, beaamt hij.

Voordelen

Klerkx is positief over het werken met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Naast een stukje financieel voordeel, zijn het vooral heel gemotiveerde mensen. „We hebben hier ondertussen veel verschillende statushouders rondlopen. Azerbeidzjaans, Sri Lankees, Turks, Iraans. Ze willen allemaal graag werken en zijn blij met de structuur en het ritme. ’s Middags tijdens de lunch komen er regelmatig uitheemse lekkernijen op tafel. Natuurlijk is ook een goede match belangrijk.” Om te kijken of het daadwerkelijk klikt, spreekt Klerkx met Fransen van het Werkgevers Servicepunt een proefperiode van een maand af. De statushouder werkt dan met behoud van uitkering. Vervolgens biedt hij een halfjaarcontract aan.

Nadelen

Het nadeel is de taal. „Je moet rustig praten, langzaam uitleggen én controleren of het goed begrepen is. Daarnaast zie ik, in de praktijk, dat de statushouders zelf nadelen ondervinden van het systeem in Nederland. Op het moment dat ik iemand een contract aanbied, laat de gemeentelijke instantie de mensen helemaal los. In tegenstelling tot de periode daarvoor. Dan krijgen ze een huis, eventuele toeslagen en een uitkering. Dat die uitkering vervangen wordt door zelf te werken is nog uit te leggen. Maar alle belastingen en dat teveel ontvangen toeslagen terugbetaald moeten worden...” Ali: ''In Afghanistan betaalt bijna niemand belasting. En anders is het ongeveer vijftig euro. Een arbeidscontract heb je daar ook niet. Daar werk je gewoon bij iemand als je geld nodig hebt en daarna geef je het uit.” Klerkx: „ Zo vroeg Ali ook, waarom hij evenveel verdiende als een collega. Terwijl hij drie kinderen heeft en die collega één. Zo kon ik in ieder geval de kinderbijslag uitleggen.”

Doelgroepenregister

Naast statushouders heeft Klerkx ervaring met mensen uit het doelgroepenregister. „Zorg dat je een doel geeft, baken de werkzaamheden af. Maak afspraken met de gemeentelijke instantie, voor het geval iemand bijvoorbeeld weer ziek wordt. Zo is het voor iedereen helder. Ik heb een oudere werknemer die, mede door het hervonden ritme, helemaal is opgefleurd. Die noemt mij ‘een baas met een gouden randje’.