Nieuws Data

Smart farming: Revolutionaire boeren met drones

Smart farming Het duurt niet lang meer voor de boer zijn klompen kan laten staan. Met drones, sensoren en big data is de moderne agrariër namelijk veranderd in een data-analist, schrijft Tubantia. 'Smart farming' zorgt voor een revolutie in de teelt.

Steven Musch 29 maart 2017

Drone Boer Borne

Aardappelteler Jacob van den Borne geeft vandaag een groep leerlingen een rondleiding op zijn boerenbedrijf in Reusel. Zijn erf ligt op de grens van Noord-Brabant en België. Met zo'n 500 hectare grond, waarvan hij het grootste gedeelte pacht, behoort hij tot de grootste in Nederland.

Van den Borne (35) is de derde generatie die hier aardappelen verbouwt. ,,Deze grond is ontgonnen door mijn grootvaders.'' Samen met zijn broer Jan nam hij het bedrijf van zijn ouders over. Inmiddels horen zij bij de innovatiefste boeren in Nederland. Zelf noemt Van den Borne zich liever geen akkerbouwer meer, maar plantenteler.

Al is hij nog vaak op het land te vinden, een groot deel van zijn tijd brengt deze 'technoboer' achter de computer door. En dan geeft hij ook nog twee keer per week les aan landbouwstudenten.

Precisielandbouw

Sinds een jaar of 15 doet Van den Borne aan precisielandbouw. ,,Dat betekent dat je op de juiste plek, de juiste tijd, de juiste teelt toepast.'' Hij pakt het notitieboekje van zijn grootvader erbij. Dat staat vol met tabellen. ,,Wat hij deed, was ook precisielandbouw. Hij hield exact bij welke plant wat nodig had. Door de schaalvergroting zijn veel boeren de laatste decennia op bedrijfsniveau gaan denken, terwijl we juist terug moeten naar het plantniveau.''

Het grote verschil met zijn grootvader is dat Van den Borne technologie tot zijn beschikking heeft. Hij verzamelt alle mogelijke data om bijna tot op de plant nauwkeurig te bepalen wat die nodig heeft. ,,De meeste boeren doen dat niet. Ze behandelen elk perceel hetzelfde en hebben bijvoorbeeld één bemestingsstrategie voor verschillende velden aardappelen.''

Drones

Met drones en satellietdata brengt Van den Borne zijn percelen in kaart en met sensoren kan hij bodemscans uitvoeren. Zijn drie drones - 'mijn nieuwe hobby' - kunnen foto's maken, metingen uitvoeren en inzoomen op de aardappelplanten, waarvan de precieze gps-locatie bekend is. Als Van den Borne niet met zijn drones of computer bezig is, zit hij wel in een van zijn reusachtige trekkers, net kantoren op wielen met tientallen schermpjes. Eén ervan rijdt met gps volledig autonoom en is te besturen met zijn mobieltje.

Hij verzamelt data over het weer, grondstoffen en organische stoffen, bodemvochtigheid, bodemgeleidbaarheid en doet thermische metingen en ziektevoorspellingen. Al die data stuurt hij naar zijn 'farmcloud': een online databank waarin constant wordt bijgehouden hoe het met de planten gaat.

Met de computer berekent Van den Borne onder meer wat de beste rijpaden zijn - want de tractorwielen kunnen het bodemleven aantasten - en waar meer of minder mest nodig is. ,,Het enige waarop ik nog geen invloed kan hebben is het weer'', grapt hij.

Het poten, ploegen, bemesten, bewateren en oogsten gebeurt precies op het juiste moment. ,,Daarmee bespaar ik veel diesel, mest en water en zorg ik voor een hogere opbrengst. Ook is het beter voor het milieu en de grond.'' Van den Borne heeft drie chauffeurs in dienst om de tractoren te besturen en sinds kort is daar een data-analist bij gekomen. In zijn eentje kan hij alle data namelijk niet meer verwerken.

Rendabel

De investeringen in alle techniek zijn fors, variërend van duizenden euro's tot tonnen. ,,De meeste verdien ik binnen drie jaar terug, maar sommige zijn nog niet rendabel. De thermische camera was bijvoorbeeld erg duur en ik weet nog niet precies waar we die voor kunnen gebruiken. Ook ontwikkelen we nieuwe technieken en dat mislukt wel eens.'' Dat is ook de reden dat de techno-revolutie tijd vergt. Slechts 2 procent van de land- en tuinbouwbedrijven is echt innovatief, blijkt uit cijfers van de universiteit in Wageningen (WUR). Met de volgers daarbij opgeteld komt de universiteit in 2014 op een percentage van 18 procent. Voor veel boeren blijken de dure investeringen in technologie vaak nog simpelweg te groot of gaat die hen gewoon boven de pet.

Aan de universiteiten zal het in elk geval niet liggen. De laatste jaren zijn robotische paprika- en fruitplukkers ontwikkeld, melkrobots, virtual reality-brillen waarmee ziektes bij planten en dieren opgespoord kunnen worden, en nog veel meer. Ook zet de overheid fors in op innovatie in de landbouw. Zo heeft het ministerie van Economische Zaken toegezegd 40 miljoen euro te willen investeren.

De verwachting is dat 'smart farming' wereldwijd snel zal groeien. Jacob van den Borne doet in ieder geval zijn best iedereen van het nut ervan te overtuigen. ,,Want als we zo doorgaan, kunnen we de groeiende wereldbevolking nooit voeden. Daar is innovatie voor nodig.''

Daglichtloos

Iets verder naar het noorden, in Eindhoven, werken mannen in witte labjassen hard aan 'city farms'. Op de hightech campus, bij Philips Lighting, groeien kroppen sla achter gesloten deuren zonder daglicht, opgestapeld in verticale rijen. Met led-licht en verschillende 'lichtrecepten' wordt binnen drie weken de 'perfecte' krop sla geteeld. De proefopstelling heeft meer weg van een laboratorium dan een plantenkas. Naast de teelt van sla wordt er ook gewerkt aan komkommers, aardbeien, augurken en allerlei kruiden.

Grow Wise Center

,,Met verschillende kleuren led-licht kunnen we natuurlijk licht nabootsen'', vertelt Roel Janssen, manager city farming bij Philips Horticulture LED Solutions. Nu is het nog twee keer zo duur als telen in de kas of in de grond, maar er zitten veel voordelen aan. ,,Met verschillende lichtrecepten kunnen we de smaak verbeteren en zelfs de kleur van de sla bepalen. Er komen geen bacteriën of beestjes bij, dus hoeven we geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Ook gebruiken we nauwelijks water en we zijn niet afhankelijk van klimaatverandering. Je kunt het hele jaar door hetzelfde kropje sla produceren.''

Logistiek handig

In Dronten is de eerste echte city farm in aanbouw voor de Staay Food Group, een groot bedrijf dat maaltijdsalades maakt en levert aan verschillende supermarkten. Directeur Rien Panneman ziet toekomst in de 'verticale stadstuinen'. ,,Logistiek gezien is het handig, want we telen straks direct naast onze verwerkingsfabriek. Ook is de sla bacteriologisch en kwalitatief beter en duurzamer. De kans dat er vreemde materialen of beestjes in de sla zitten is nul.''

Misschien wel het belangrijkste, zegt hij, is dat het klimaat geen effect heeft op de teelt. ,,City farming is zeker niet de enige oplossing om de wereldbevolking te voeden. Maar hiermee weet je in ieder geval dat de oogst niet mislukt.''

Het enige waarop ik nog geen invloed heb, is het weer

Jacob van den Borne, aardappelteler