Nieuws Actueel

De toekomst begint in Oost-Nederland

Nu heeft iedereen nog een eigen auto voor de deur, maar als we echt werk willen maken van duurzaamheid, zullen we toe gaan naar autodelen. Dat is een van de ontwikkelingen die volgens hoogleraar Duurzaam Ondernemen Jan Jonker onvermijdelijk zijn. Hij voorziet dat de duurzame revolutie die zich gaat voltrekken, begint in het oosten van het land.

Anne Boer 13 mei 2016

Duurzaamheid 2

Gelderland en Overijssel zijn proefgebied voor een bijzonder, grootschalig onderzoek naar nieuwe verdienmodellen en productiemethoden voor het bedrijfsleven. In vakjargon gaat het om circulaire economie. Als de pilot slaagt, en daar lijkt het vooralsnog wel op, wordt dit in oktober vervolgd met een landelijk onderzoek.

Nederland zou daarmee het eerste land in Europa zijn dat ondernemen op deze manier onder de loep neemt. Voor hoogleraar Jan Jonker, leider en initiator van het onderzoek, komt dan een droom uit. Als het aan hem ligt begint de duurzame revolutie in Oost-Nederland. "Een onderzoek op deze schaal is niet eerder uitgevoerd."

Jonker is hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De les moet uiteindelijk zijn dat bedrijven op een andere manier gaan produceren en consumenten een ander gedrag ten aanzien van eigendom krijgen.

OnbetaalbaarVolgens Jonker is het onderzoek van grote betekenis voor de toekomst van de regio. "Veel organisaties, ondernemers, overheid maar ook het onderwijs, moeten flink veranderen om overeind te blijven. We moeten als samenleving anders gaan kijken naar produceren en consumeren. Er komen steeds meer mensen bij en de grondstoffen worden schaarser. We kunnen niet doorgaan in dit tempo produceren en consumeren. Het moet echt anders. Anders slopen we het milieu en worden producten door gebrek aan grondstoffen onbetaalbaar."

Hij hekelt de weggooimaatschappij. "Steeds meer producten worden gemaakt voor eenmalig gebruik. Dat is begonnen met scheermesjes, maar dat geldt nu ook voor bijvoorbeeld bestek en inktcartridges. We moeten naar een situatie waarin we geen producten maken om weg te gooien, of zo snel mogelijk kapot te laten gaan. De cyclus van meer produceren, meer omzet is uiteindelijk killing, voor bedrijven en het milieu."

Voor de omslag zijn nieuwe inzichten en nieuwe verdienmodellen nodig. Daar moet het onderzoek in Oost-Nederland bij helpen. "We willen weten wat er al gebeurt en wat nodig is om te versnellen naar een nieuwe economie. Nieuwe technologieën maken het mogelijk slimmer met elkaar te werken."

Zelf bruist hij van de ideeën. "Dan hebben we het ook over lease, abonnementen, statiegeld, delen. Ik ben benieuwd wat er al allemaal los komt. Daarom willen we van bedrijven weten wat ze al doen, wat ze zouden willen en wat het voor ze betekent. We zoeken bouwstenen voor toekomstbestendig ondernemen."

Belangrijk is volgens de hoogleraar dat er producten komen die langer meegaan en consumenten leren ze langer te gebruiken. Dat vraagt ook om een nieuwe definitie van bezit. "Iedereen wil een eigen wasmachine en een eigen auto. Ieders goed recht natuurlijk en moet je vooral doen als je dat graag wilt. Maar het is wel prijzig. De gemiddelde auto staat 22 uur per dag stil."

Ondernemers in Oost-Nederland blijken enthousiast om hun bijdrage aan de omwenteling te leveren. Dat stelde de hoogleraar tot zijn genoegen ook vast tijdens een lezing die hij onlangs gaf aan ondernemers in Zwolle. Al 150 bedrijven hebben meegedaan een enquête van Jonker en zijn team. Jonker hoopt dat er nog eens zo veel volgen de komende weken. Zeker vijftig bedrijven worden vervolgens bezocht en verder bekeken. "Die vijftig gaan we makkelijk halen. Bedrijven staan in de rij."

VerbouwenDe hoogleraar verwacht niet dat de omwenteling van vandaag of morgen lukt. "Daar gaat jaren over heen. Bestaande bedrijven moeten als het ware verbouwen terwijl de winkel open blijft. Maar we zijn wel op weg en over tien jaar is er al veel veranderd. Daarvan ben ik overtuigd."

Het betekent wel dat de overheid ook in actie moet komen. "Die moet meer meehelpen om de veranderingen mogelijk te maken."

En hoe ziet de wereld er dan uit in 2026? "Dan gaan nog veel meer grondstoffen rond zoals glas, blik en oud papier nu. Dan betalen we niet meer voor afvalwater, maar reinigen we het zelf in de buurt en verbouwen we aardappels en groente op het slib dat er bij vrij komt. Dan wekken we samen in de straat warmte en energie op. Dan heeft niet iedereen een eigen wasmachine maar heb je bijvoorbeeld een abonnement op twintig wasbeurten per jaar. Dat prikkelt fabrikanten ook om wasmachines te maken die lang meegaan, zo zuinig mogelijk zijn en als het mis gaat snel kunnen worden gerepareerd."

"Dan heeft niet iedereen een eigen auto, maar delen we die met elkaar. Dat scheelt echt bakken met geld. Dan zijn er veel meer bedrijven die met elkaar circulair aan het produceren zijn. En steeds meer burgers beseffen hoe belangrijk de rol is die ze hebben om de wereld betaalbaar en leefbaar te houden."

Kortom, hoogleraar Jan Jonker is razend enthousiast en optimistisch. Hij verwacht het rapport over Gelderland en Overijssel medio oktober te kunnen presenteren.

Ondernemers die willen meedoen aan de enquête kunnen terecht op de website http://bit.ly/1RWLWPeourcommonfuture.nl

AMBASSADEURS

Om de kans op succes van het onderzoek in Oost-Nederland te vergroten heeft het onderzoeksteam zich verzekerd van de steun van ruim dertig ambassadeurs, die het project uitdragen.

Daartoe behoren onder meer VNO-NCW (de ondernemers), hogeschool Windesheim, hogeschool Saxion, gemeente Zwolle, provincie Gelderland, Alliander, Stadsregio Arnhem/ Nijmegen en Rabobank.

Circulaire economie

Circulaire economie kenmerkt zich door kringlopen waarbij producten en materialen worden hergebruikt en waar grondstoffen zo veel mogelijk hun waarde behouden.

Dit brengt nieuwe ondernemingskansen met zich mee: meer ketensamenwerking, innovatie, minder grondstoffenverbruik en minder afval.

We kunnen niet doorgaan in dit tempo produceren en consumeren