Nieuws Actueel

Eric Kuster bedenkt het interieur van bekend en ondernemend Nederland

Interieurontwerper Eric Kuster is een selfmade man, net als veel van zijn klanten. Hij komt vaak bij ondernemers en bekende Nederlanders thuis en kent hun intieme geheimen. 'Ik houd van mensen die niet-standaard zijn.' Het AD ging bij hem langs.

Caspar Pisters | Foto's: Shody Careman & studio Eric Kuster 28 maart 2017

Eric Kuster5 shody careman

Alles ademt warme luxe in de showroom van de Nederlandse interieurontwerper Eric Kuster. Banken zijn groot en fluffy en overladen met kussens, de vloerkleden zijn hoog, de tinten rustig en aards. Een kamerbrede openhaard-op-gas vlamt, overal staan kaarsjes en geurkaarsen die een elegante lucht verspreiden.

“Ik laat klanten vaak expres een paar minuten wachten op de bank”, zegt Kuster. “Zo kunnen ze even tot rust komen en de atmosfeer in zich opnemen. Vaak hebben ze dan al besloten: zo'n hoekbank wil ik ook, en die open haard.”

Clientèle

Kuster (50) richt de woningen, vakantiehuizen, boten en privéjets in van zijn clientèle: BN'ers, voetballers (Wesley en Yolanthe zijn fan), dj's en geslaagde zakenmensen overal ter wereld. Hij bedacht de interieurs voor de exclusieve Amsterdamse club Jimmy Woo en driesterrenrestaurant De Librije in Zwolle.

Eric kuster combi

Je omschrijft je stijl als metropolitan luxury, leg eens uit?

“Het staat voor de sfeer van een stadshotel. Ik reis enorm veel. Er is niets lekkerder, na een dag lang werken, om een fijne hotelkamer binnen te komen waar de handdoeken zacht zijn en mooi opgevouwen; het ruikt lekker, de verlichting is goed, je kunt naar de spa en het restaurant lopen. Het is sexy en urban. Dat gevoel proberen we mee te geven aan een interieur. Als we een huis afstylen, liggen de handdoekjes opgevouwen klaar, er zijn geurkaarsen in de badkamer en op tafel staan verse bloemen: alles is geregeld.”

Bijna alle meubels en stoffen in je showroom heb je zelf ontworpen?

“Samen met mijn team, ja. Er werken twintig man voor het bedrijf. Zelf kan ik niet tekenen, maar ik geef de visie aan, ik overzie de collectie en zorg dat deze aan de man wordt gebracht. Interieurs inrichten is nog maar 30 procent van het bedrijf, de rest van de business komt uit de collectie. In het najaar openen we showrooms in Londen en Amerika. Eric Kuster is een brand, een merk, aan het worden. Het is mijn ultieme droom dat het bedrijf tweehonderd jaar na mijn dood nog bestaat, zoals Chanel en Louis Vuitton. Ik zie het als mijn nalatenschap, ik wijd me er voor duizend procent aan.”

Je zei ooit dat je je onzeker voelt omdat je nooit een opleiding hebt gevolgd voor het werk dat je nu doet. Nog steeds?

“Ja. Ik lees graag autobiografieën, en wat me opvalt is dat bijna alle grote ondernemers een drive hebben die voortkomt uit onzekerheid. Voor elke presentatie aan een klant ben ik zenuwachtig. Bij voorbaat begin ik me te verontschuldigen: als je het niet mooi vindt moet je het zeggen hoor... Vervolgens zijn ze eigenlijk altijd blown away.”

Vanwaar dan toch die onzekerheid?

Lachend: “Ik ben bang dat de magie weggaat als ik weet waar die vandaan komt. Terwijl de onzekerheid maakt dat ik beter wil worden en me blijf ontwikkelen. Ik weet het niet. Ik heb een leuke jeugd gehad.”

In het voorwoord van een kloek fotoboek over je werk omschrijf je je klanten als 'high maintenance'. Wat bedoel je daarmee?

“Ik heb vooral veel ondernemers als klant: de gemene deler is dat het selfmade mensen zijn. Met nul begonnen en niet per se hooggeschoold, maar door hard te werken succesvol geworden. Vaak hoort daar dan een gebruiksaanwijzing bij, vooral bij sommige Russische en Arabische klanten. Ik vind dat leuk. Ik hou van mensen die niet-standaard zijn, die iets geks doen of gekke wensen hebben.”

Hun verhaal is jouw verhaal: jij begon ook met niets meer dan talent en drive.

“Mijn ouders waren kappers, middenstanders met een zaak in het dorp. Van hen heb ik geleerd dat hard werken discipline is. Ze zijn gepensioneerd, maar zetten zich nog steeds actief in voor het dorp en ze hebben helemaal niets met de glitter en glamour waarin ik verkeer. Zelf ben ik ook heel nuchter. Ik hoef niet zelf ook een boot of een eigen vliegtuig. Ik word nog steeds blij van een bal gehakt met een klodder mayonaise.”

Is er een project dat een omslagpunt vormde in je carrière?

“Ik moet het vooral hebben van de mond-tot-mondreclame van tevreden cliënten. Maar Jimmy Woo was wel een game changer. Ook omdat het Amsterdam weer op de kaart zette als place to be, zoals vroeger de iT en RoXY. Sterren uit binnen- en buitenland kwamen er. We kregen talloze aanvragen van ondernemers die ook een Jimmy Woo wilden. Dat hebben we niet gedaan, maar daardoor waren we wel meteen weer in the picture."

Bevind je je met klanten weleens in situaties waarbij je jezelf even in een arm knijpt?

“Ik kan soms wel onder de indruk zijn van de rijkdom van mensen. In Sotsji in Rusland moesten we ooit een hotel inrichten. Omdat het verkeer er nogal vast kan staan, liet de eigenaar ons ophalen met een politie-escorte. Drie auto's voor ons, drie achter ons, zo werden we naar hem toegebracht. Dat vergeet je niet snel.”

Krijg je weleens buitensporige interieurverzoeken?

“Soms. Het is heel privé wat ik te weten kom, maar het moet wel, ik ben met hun huis bezig. Een stom voorbeeld: 'Mijn man snurkt, ik wil graag in de kamer ernaast liggen en een geluiddichte deur.' Als iemand een SM-slaapkamer wil - wat me nog niet gevraagd is overigens - dan komt dat nooit naar buiten. Mensen moeten zich veilig voelen, het is heel belangrijk dat je discreet bent. Soms als ik een nachtkastje opentrek, denk ik: oei, dit heb ik niet gezien.”

Mag jij dat, nachtkastjes opentrekken?

Lachend: “Ik zet ze meestal zelf neer. Als ik ze dan later moet verplaatsen, zit er soms wat in. Maar tegen mijn jongens zeg ik altijd: nooit een nachtkastje openmaken, nooit.”

Selfmade mensen zijn niet per se hooggeschoold, maar door hard werken succesvol geworden

Eric Kuster, Interieurontwerper