Nieuws Actueel

Koe verdwijnt uit de Brabantse wei

De Brabantse weiden worden alsmaar leger. Volgens de rekenaars staan in Midden- en Oost-Brabant nu zes op de tien koeien altijd op stal, maar in werkelijkheid zien nóg minder koeien vers gras. Het Brabants Dagblad sprak met de boer Frans Versteden, die zijn koeien op stal heeft staan en met boer Rob Bennenbroek, die ermee stopt zodra hij zijn koeien geen weidegang meer kan bieden.

Ton de Jong | Foto: Marc Bolsius 4 oktober 2016

Koeien op stal boerenbedrijf boer
Op stal: 'Niet genoeg plaats in wei'

Frans Versteden:"Wij zouden graag willen, maar op een huiskavel van 25 hectare kun je geen 220 koeien loslaten. Dat gaat niet lukken." Aan de keukentafel van het melkbedrijf aan de Schansstraat in Oirschot legt Frans Versteden uit waarom hij zijn koeien op stal houdt. Het bedrijf is er te groot voor geworden. Hij runt de melkveehouderij met twee broers. Samen willen zij doorgroeien naar 300 koeien, 100 per volledige arbeidskracht. "Dat is in onze sector de norm geworden: 100 koeien die samen jaarlijks een miljoen liter melk geven." Een weg terug naar kleinere bedrijven is er volgens hem niet. De koeien staan en liggen in open, frisse stallen. De bedompte ligboxenstallen uit de vorige eeuw, slecht voor de gezondheid van mens en dier, zijn verleden tijd. Op warme dagen zorgen twaalf grote ventilatoren voor verse lucht. "Ik neem mijn petje af voor de boeren die de koeien buiten doen, want dat is goed voor het imago van onze sector", weet Frans, die voorzitter is van de ZLTO-afdeling Oirschot-De Beerzen. Hij heeft wel zijn jongvee in de wei. "Alles wat buiten loopt, is positief voor onze sector." Valt er nog iets te verdienen aan de melk? "Wanneer je scherp blijft in de bedrijfsvoering zeker wel. We moeten wennen aan de pieken en dalen in de melkveehouderij. Varkensboeren moeten daar al jaren mee leven."

Drie argumenten om de koeien altijd op stal te houden:

Op stal kunnen melkveehouders de koeien een geconditioneerde omgeving en een constante voeding bieden, met als resultaat een hogere melkproductie per koe. Te weinig weiland rond het bedrijf om de koeien te laten grazen. Het kost tijd om de koeien buiten en binnen te doen. In de wei: 'Koeien, die horen buiten'

(Tekst gaat verder na de foto)

Rob Bennenbroek: "Wanneer ik mijn koeien geen weidegang kan bieden, stop ik er meteen mee." Tussen zijn 65 koeien in het gaaf gebleven landschap bij de Essche Stroom vertelt Rob Bennenbroek (31) over zijn passie en over zijn opmerkelijke carrièreswitch. "Als webdesigner liep ik tegen de kantoormuren op. Na een jaar bezinning heb ik gekozen voor de biologische veehouderij. Ik ben wel een boerenzoon, maar zonder opleiding voor dit vak." Toen hij die kennis had vergaard, pachtte hij vorig jaar een boerderij op landgoed Bleijendijk in Vught. Het eerste jaar was hectisch, alles was wennen en veel was nieuw. Adviezen kreeg hij onder meer van de Stichting Weidegang. Zijn 65 koeien en 45 stuks jongvee zijn in de zomermaanden dag en nacht buiten. De roodbonte Montbéliarde koeien zijn zowel geschikt voor de melk- als voor de vleesproductie. "Een andere manier van bedrijfsvoering zie ik niet zitten. Koeien horen buiten. Ik probeer zo efficiënt mogelijk gras om te zetten in melk en zo min mogelijk krachtvoer te gebruiken. In het voorjaar kan ik zelfs helemaal zonder krachtvoer." Met 65 koeien die duurdere biologische melk geven kan Rob zijn bedrijf rendabel runnen. "Ik denk voor de toekomst aan 60 koeien. Door zelf kaas te maken en vleespakketten te verkopen, verhoog je de toegevoegde waarde."

Drie argumenten om de koeien regelmatig in de wei te doen:

De consument wil zien waar de melk vandaan komt. Koeien in de wei is goed voor de diversiteit van dieren en planten Weidemelk levert meer op. Verdwenen

Iedereen lijkt het te zien: de koeien zijn nagenoeg verdwenen uit het Brabantse landschap. Het ging sluipenderwijs, maar de laatste jaren valt het op. We zien uitgestrekte 'graswoestijnen' zonder omheining die steeds groter wordende koeienstallen omgeven. Her en der loopt nog wat jongvee en mestvee maar melkkoeien met volle uiers moet je met een lantaarntje zoeken. Fietsend van Hilvarenbeek naar Weert (80 kilometer dwars door de Kempen) kwam onlangs mijn teller niet verder dan zes bedrijven die alle koeien in de wei hadden. Mijn schatting: Nauwelijks 20 procent van de bedrijven heeft regelmatig de koeien buiten lopen. Dit is dus aanname, geen vaststaand feit.

Weidegang

Wij gingen met onze waarneming te rade bij de onderzoekers van de weidegang in Nederland. Zo heet dat tegenwoordig: weidegang. Dat woord kende de Brabantse boer van het vroegere gemengde bedrijf niet, want alle koeien liepen van half april tot half oktober buiten. De stal werd in mei schoongemaakt en wit gekalkt. 'Weidegang' is bedacht toen het een probleem werd, toen de consument de koeien begon te missen en de zuivelfabrieken, de overheid en belangengroepen het tij wilden keren. Er werd enkele jaren geleden een heus weidegangbeleid ontwikkeld, inclusief convenanten en een debat in de Tweede Kamer waar een grote minderheid voor een wettelijke verplichting is om koeien buiten te laten lopen. En inclusief een Stichting Weidegang die 'weidecoaches' naar de boeren stuurt.

Verschillen

De grootste getallenfabriek van Nederland, het CBS, doet onderzoek naar de weidegang. In heel Nederland komt volgens die rekenaars 70 procent van de koeien regelmatig in de wei, maar in Brabant is dat slechts 50 procent. Dat is een opmerkelijk verschil, veroorzaakt doordat Noord-Brabant veel intensieve bedrijven heeft die niet beschikken over voldoende weiland bij de stal. Na de afschaffing van het melkquotum hebben immers ambitieuze boeren hun bedrijf snel uitgebreid en nieuwe (mega)stallen gebouwd. Maar dan nog zouden we 110.000 Brabantse koeien regelmatig in de wei moeten zien. Hier botst het onderzoek van het CBS met onze waarneming. CBS-onderzoeker Cor Pierik zegt dat zijn bevindingen deugen.

Creatief boekhouden

Maar, meldt hij, er zijn ook nog behoorlijke verschillen in Brabant zelf. In het westen van de provincie lopen relatief meer koeien buiten dan in het oosten, dus in Midden- en Oost-Brabant zou het volgens hem slechts 40 procent kunnen zijn. Hij gaat ervan uit dat de boeren niet creatief boekhouden bij het invullen van de verplichte jaarlijkse vragenlijst over hun bedrijfsvoering. Bij een leugentje om bestwil hebben ze wel een belang, want zuivelbedrijven zoals FrieslandCampina betalen 1 cent per liter méér voor melk van weidekoeien. Dat wordt binnenkort 1,5 cent.

Gevoelige informatie

Dat is toch 15.000 euro als een boer jaarlijks 1 miljoen liter melk levert. Bel maar eens met de zuivelfabrieken, suggereert Pierik, want die weten precies per regio de verhouding tussen weidemelk en stalmelk. Maar woordvoerder Jan Willen ter Avest van FrieslandCampina geeft geen uitgesplitste gegevens per provincie/gemeente. Dat is kennelijk gevoelige informatie. Hij zegt niet zonder trots dat 78 procent van de bedrijven die aan FrieslandCampina leveren de koeien buiten laten lopen, dat betekent volgens de gangbare definitie 120 dagen per jaar en minimaal zes uur per dag. "Wij zien het een beetje toenemen en willen over vijf jaar iets boven de 80 procent zitten. Er is wel degelijk controle op het bedrijf. Wij betalen niet ongezien 1 cent per liter méér uit. Aan de samenstelling van de melk kunnen we het niet zien."

Gezondheid van de koe

Een oordeel of weidegang goed of slecht is voor de koe heeft FrieslandCampina niet. "Het is goed voor de uitstraling van de sector. Het publiek wil koeien zien en heeft een hekel aan wegstoppen in stallen." En daarom staat er met grote letters 'weidemelk' op de pakken die in de supermarkt liggen. Ook midden in de winter wanneer er geen sprietje gras in de koeienmagen komt. Onderzoekers van de Universiteit van Wageningen zien geen verschil in de gezondheid van koeien. Bij goed weer en een niet te harde ondergrond kiezen koeien zelf voor de wei.

Verleiding

Tussen de 80 procent landelijke weidegang van FrieslandCampina gaapt een kloof met de 20 procent eigen schatting in Brabant. Remmert van Haaften, woordvoerder van de Brabants Milieufederatie herkent onze waarneming wel. "Ik heb ook het gevoel dat er een discrepantie bestaat tussen wat je ziet en wat de cijfers zeggen. Kijk eens naar de definitie van weidegang: 120 dagen, zes uur per dag. Je kunt wel controleren of een boer de koeien ooit buiten doet, maar niet hoe vaak hij dat doet. De melkprijs staat onder druk en de boeren willen zo efficiënt mogelijk werken met de hoogste melkopbrengst. Dan is de verleiding groot om de beesten op stal te laten."

Hoeveel koeien lopen er echt buiten in brabant? De meeste bedrijven tot 90 koeien hebben de beesten vaak in de wei, bedrijven met meer dan 110 koeien hebben de dieren permanent op stal. Op 1 april 2015 telde Nederland 1,62 miljoen melkkoeien. Dat is het hoogste aantal in twintig jaar tijd. Het aantal melkveebedrijven daalde juist. Gemiddeld telt een Brabants melkveebedrijf 95 koeien. In 1980 waren dat er nog 35. Volgens de prognoses stijgt het aantal tot 135 koeien in 2024. Noord-Brabant telt de meeste koeien per hectarre grasland. Bedrijven hebben van oudsher minder grond dan de melkveebedrijven in het noorden.

Gerelateerde artikelen:Veehouders gebruiken bonus om minder te produceren 5 vragen over de melkminderbonus van FrieslandCampina Het komt wel goed, in de melkstal