Nieuws Mode

Deze succesvolle Amsterdamse verhuurwinkel van feestkostuums bestaat bijna 90 jaar

Harnassen, rokkostuums, extravagante bruidsjurken... De klant kan zijn feestkostuum zo gek niet bedenken of Maison van den Hoogen in Amsterdam verhuurt het, schrijft de Volkskrant. 'We steken elk jaar 150 sinterklazen en 400 pieten in het pak.'

Peter van Ammelrooy | Foto's: Marcel Wogram / de Volkskrant 25 december 2017

Maison 1

In elk geval een voormalige bruid in Amsterdam zal het moment van het aanzoek haar hele leven niet vergeten. Haar verloofde leek het een romantisch idee in een stalen ridderharnas om haar hand te vragen. Wat hij even was vergeten, was dat zij op de derde verdieping woonde van een oud huis - zonder lift.

De pretogen van Hans Suselbeek verraden dat hij de blik van de vrouw wel had willen zien, het moment dat ze de deur opendeed om te zien wat het gepiep en gekraak was dat voor haar deur was stilgevallen. In een opzicht was Suselbeek aanwezig: het ridderharnas was gehuurd bij zijn bedrijf, Maison van den Hoogen. 'Ik kreeg het terug zonder een enkele deuk. Knap.'

Uitstervend beroep

Suselbeek is een van de laatste vertegenwoordigers van een uitstervend beroep: die van verhuurder van gelegenheids- en feestkleding. In twee naast elkaar gelegen panden aan het Sarphatipark hangen zes verdiepingen ramvol jacquets, rokkostuums, smokings en avondjaponnen. Maar feestvierders kunnen er ook terecht als ze als wortel de blits willen maken. Of als heilsoldaat. Postbode uit de jaren zestig. Romeinse veldheer. Obese Batman. Bemanningslid van de U.S.S. Enterprise, uit Star Trek.

Of als Sinterklaas en Zwarte Piet. De gevel van Maison van den Hoogen maakt er het hele jaar reclame voor. Suselbeek: 'We steken elk jaar 150 sinterklazen en 400 pieten in het pak.'

Drukste maand

December is de drukste maand bij Maison van den Hoogen, met Sinterklaas, Kerstmis, de viering van de jaarwisseling en opmerkelijk genoeg veel zakelijke jubileums.

'Het lijkt wel of elk bedrijf dat vijftig of honderd jaar wordt net die drukste maand voor ons uitkiest om een feestje te bouwen', zegt Suselbeek. Elke jubilaris laat dan honderden rokkostuums aanrukken voor zijn personeel of vraagt een cateraar voor al zijn obers een pak uit vervlogen tijden. 'Veertig livreien? Die heb ik hier wel hangen.'

Mijlpaal

Volgend jaar viert Maison van den Hoogen zelf een kleine mijlpaal. Dan is het negentig jaar geleden dat de naamgever het bedrijf stichtte. Johanna Frederika Diederika van den Hoogen vestigde in 1928 een hoedensalon, toen nog in de Daniël Stalpertstraat in de Amsterdamse wijk De Pijp.

Destijds was het hoogst ongebruikelijk dat een vrouw zich bij de Kamer van Koophandel inschreef als 'eene openbare koopvrouw'. Het was zo ongebruikelijk, dat Van den Hoogens echtgenoot toestemming moest geven. De inschrijving geschiedde op hun trouwdag: 31 oktober 1928.

Vier jaar later verhuisde het bedrijf naar een pand met uitzicht op het Sarphatipark en in 1936 naar het huidige adres. Het karakter van de zaak veranderde. De hoedenmaakster ging er bruidsjurken bij doen. De vraag naar bruidsjurken rees de pan uit.

Toen in de crisisjaren dertig de bestedingsmogelijkheden van trouwlustige paartjes daalden, zag Van den Hoogen ook een markt voor verhuur: niet iedereen kon zich een dure nieuwe bruidssluier veroorloven. Verhuur bleef tijdens en na de oorlog in zwang, omdat er lang een gebrek aan stoffen was.

Jaren zestig

In de jaren zestig kreeg Van den Hoogen er een nieuwe activiteit bij. De televisie deed zijn intrede. Er waren kostuums nodig voor tv-series en pakken voor de orkesten die in grote liveshows optraden.

Suselbeek: 'We hebben tien jaar lang het Metropole Orkest aangekleed. Toen in de jaren tachtig iedereen een kleurentelevisie kocht, moesten de orkest-leden ook in kleurige kleding worden gestoken, met pakken in crèmekleur met blauwe hemden. Maar ja, de tijden van de Showbizzquiz met Ron Brandsteder zijn voorbij.'

Suselbeek kwam in die hoogtijdagen in dienst van Maison van den Hoogen, nadat hij zijn baan in de horeca was kwijtgeraakt. In 1991 nam hij de zaak over van zijn schoonmoeder, Olga van den Hoogen, de dochter van oprichtster. Een familiebedrijf is het gebleven: Suselbeek werkt er met zijn vrouw en dochter.

Maison 2

Bedrijfsleven

Maison van den Hoogen is al die jaren uiterlijk nauwelijks veranderd. De klandizie wel. 'Vroeger kreeg je nog gewone mensen over de vloer die een kostuum zochten en jouw naam hadden gevonden in de Gouden Gids of door kennissen waren getipt. Nu koop je een matrozenpak in China voor een paar tientjes, bij Alibaba.'

Suselbeek moet het hebben van het bedrijfsleven. 'Als die voor een feest iedereen in het pak willen hebben, besteden ze dat uit. Dan staan hier honderd man pakken te passen.'

Amsterdam

Dat het bedrijf in Amsterdam is gevestigd, houdt Maison van den Hoogen overeind. 'Je hebt hier veel hotels die voor feesten hun personeel in passende kleding of kostuums steken. Hier zit de RAI met grote evenementen. We hebben veel premières in Tuschinski en Carré. Elke vijf jaar Sail. De Miljonair Fair: dan lopen er vijfduizend man in smoking.'

Ook de aanwezigheid van twee universiteiten levert omzet op. 'Je ziet bovendien steeds vaker van die diplomafeesten op Amerikaanse leest, waar ze op het einde hun hoed in de lucht gooien.' Dan kan Suselbeek weer deuken halen uit een paar motherboards, zoals de vierkante hoofddeksels met kwast worden aangeduid. 'Dat we centraal zitten, scheelt. Studenten komen op de fiets om te passen.' Een Maison van den Hoogen zou het in Drenthe niet redden.

Eerlijk

Over de overlevingskansen van de voormalige hoedensalon is Suselbeek eerlijk. 'Ik weet niet of we over tien jaar nog bestaan.' Na de financiële crisis van 2008 was het sappelen: bedrijven hadden minder geld om zakenpartners en personeel te fêteren. We zitten nu qua omzet weer op het niveau van voor de crisis.'

Veel van zijn branchegenoten hebben de pijp aan Maarten gegeven. Zo sloot Costuummagazijn A.T. de Wit in Den Haag eind juni zijn deuren, na 63 jaar. 'Dertig jaar geleden had je nog vijf, zes kledingverhuurwinkels in Amsterdam. Nu nog twee. Geloof ik.'

Maison van den Hoogen heeft geen internetloket. 'Je moet kostuums passen. Wat als mensen spullen te laat of niet retourneren? Ze betalen nu ook al een borgsom. Maar als kleding niet terugkomt, dekt die de kosten niet.'

Lol in zijn vak heeft Suselbeek gehouden. Van vreemde verzoeken kijkt hij niet op. Verrassend is soms wel waar zijn kleding opduikt. 'Ik kreeg een keer een tip van iemand dat-ie een kostuum van mij in een Nederlandse seksfilm had gezien.' En verdomd. In Yab Yum op stelten, in 1983 opgenomen in de fameuze Amsterdamse seksclub, zag Suselbeek het ook: het ridderharnas.

Profiel

  • Bedrijf: Maison v.d. Hoogen
  • Waar: Amsterdam
  • Sinds: 1928
  • Aantal werknemers: 8
  • Jaaromzet: 400 duizend euro

We zitten nu qua omzet weer op het niveau van voor de crisis.

Hans Suselbeek, Maison van den Hoogen