Nieuws Actueel

Op Brexit-dag kiest dit Friese familiebedrijf voor uitbreiding naar Engeland

Terwijl Brexit nadert, zet Anker Stuy Verven bewust in op uitbreiding naar het Verenigd Koninkrijk. Gezien alle onzekerheid een gewaagde stap, maar volgens Emile Stuy, exportmanager en derde generatie in het familiebedrijf, een volkomen logische: “In een krimpende verfmarkt groeien we daar al vier jaar op rij”.

Guy Hoeks 4 maart 2019

Anker Stuy Verven

Het Friese familiebedrijf Anker Stuy Verven produceert al bijna 70 jaar verfproducten. Grootste afnemer is de industriële sector - variërend van trapfabrikanten tot deurmakers en kozijnproducenten - die deze onderdelen met een likje vers levert aan aannemers en de vastgoedmarkt. De fabriek van Anker Stuy Verven staat in Terwispel, een klein dorp in Friesland dat net 1.000 inwoners telt. Het kantoor en distributiecentrum grenzen aan de fabriek.

Ambities

Op het eerste gezicht lijkt Anker Stuy Verven een normaal mkb-bedrijf, maar de groeiambities van de onderneming blijken verder te reiken dan Nederland. “Hoewel we alles in Nederland ontwikkelen en produceren, zijn we voor een groot deel in het buitenland actief”, vertelt Emile Stuy, kleinzoon van Adriaan die het bedrijf in 1951 oprichtte. De 34-jarige Stuy heeft onlangs met broer Armand (36) de leiding overgenomen van vader Rob en kijkt over grenzen om verven te exporteren. Hij somt op: Anker Stuy Verven is actief in zeker twaalf landen, waaronder de Baltische Staten, Polen en Engeland.

Kansen

Engeland geldt dus als één van de markten waarin het bedrijf actief is. Want Brexit of niet, Anker Stuy Verven ziet juist in het Verenigd Koninkrijk kansen. De opening van een nieuw kantoor en opslag lonkt zelfs. “Een limited (BV, red.) is opgericht en we hebben op 12 maart de sleuteloverdracht”, zegt hij over de vestigingsplannen in het Britse Peterborough. "De bedoeling is om voor 29 maart operationeel te zijn.” Saillant detail: op die dag moet de uittreding van de Britten voltrokken zijn.

Grote Britse bedrijven

De beslissing was volgens Stuy niettemin eenvoudig, omdat het bedrijf al vijf jaar actief was in Engeland. Om door te groeien is het noodzakelijk om definitief voet aan wal te zetten. “Voorheen leverden wij onze verven via een importeur”, vertelt hij. “Maar vooral de grote Britse bedrijven werken liever rechtstreeks samen, vandaar deze stap.”

Bang voor Brexit is hij niet: “In een krimpende verfmarkt groeien we daar al vier jaar op rij. We willen ons daarom graag vestigen voor de lange termijn.” De omzetcijfers spreken tot de verbeelding. Zo boekte Anker Stuy Verven afgelopen jaar 12 miljoen euro omzet. “We willen ons marktaandeel verstevigen en de omzet veiligstellen.”

Familie-eigendom

Overigens hoeven investeerders niet aan te kloppen bij de Friese verffabrikant. “Het bedrijf is nog altijd in 100 procent familie-eigendom”, zegt Stuy. “En dat zal zo blijven.” Met eigen geld - en behulp van huisbank ABN Amro - kunnen de Friezen hun uitbreiding bekostigen. “Onze productiecapaciteit moet omhoog vanwege de sterk aanhoudende vraag naar verf. Daarom bouwen we binnenkort nieuwe fabriekshallen in Terwispel.”