Nieuws Actueel

Van anti-aanbaklaag tot milieuschandaal

Een fabriek die teflon produceert, heeft de bevolking van Dordrecht en Sliedrecht mogelijk jarenlang blootgesteld aan giftige stoffen. Dupont wist van de gevaren, maar de bevolking hoorde nooit iets van het bedrijf. Hoe de uitvinding van de anti-aanbaklaag leidde tot een mogelijk milieuschandaal, schrijft het AD.

Ingrid de Groot en Peter Groenendijk 7 maart 2016

Dupontfabriek

Eigenlijk zijn er weinig mooiere plekken om te wonen dan de Baanhoek in Sliedrecht. Vooroorlogse stenen huisjes staan er pal aan de Merwede. Aan de overkant veel groen, en links, in de verte, de machtige spoorbrug uit 1947. Je moet alleen niet naar rechts kijken.

Want daar, aan de andere oever van de rivier, staat het reusachtige complex van chemiebedrijf Dupont. Tientallen schoorstenen blazen donkere rook de lucht in. ,,En dat dwarrelt hier dus al al die jaren neer,'' zegt Sliedrechter Leo van Andel (73). Al 20 jaar verzet hij zich tegen de fabriek. ,,Maar of wij ziek worden, dat interesseert ze niet. Als de heren zelf maar niet ziek worden. En die wonen ver weg, in de frisse lucht.''

Het verhaal van Dupont begint in 1938, als in een laboratorium van het Amerikaanse bedrijf een bijzondere ontdekking wordt gedaan: teflon. De chemische verbinding blijkt een tovermiddel. Er kan een laag mee worden aangebracht in pannen, waardoor het vlees niet meer zo snel aanbrandt. Vanaf de jaren 50 wordt de kunststof in grote schaal geproduceerd, elke Amerikaanse huisvrouw wil een pan met anti-aanbaklaag. De miljoenen stromen binnen.

Ook Europa wil teflon, en dus opent Dupont in 1967 een fabriek aan de overkant van de oceaan. In Dordrecht, om precies te zijn. De fabriek is in één klap een van de belangrijkste werkgevers van de regio. Of teflon ook nadelen heeft, lijkt niemand zich af te vragen. Bij de productie wordt ook perfluoroctaanzuur (pfoa) gebruikt, meestal aangeduid als C8. Omdat er nog weinig over bekend is, maakt niemand zich zorgen.

Maar binnen Dupont leven die zorgen wel degelijk. Ook in Dordrecht, blijkt uit stukken die deze krant in handen heeft. Al in de jaren 70 laat het bedrijf in de VS testen uitvoeren op apen en ratten, die ernstige afwijkingen vertonen na blootstelling aan C8. De leiding van het bedrijf beseft dat er mogelijk een probleem is. Want wat betekent dit voor de werknemers, die elke dag met de stof in aanraking komen? En wat doet de uitstoot van C8 in de lucht en het grondwater met de omgeving?

Bloedtesten

Uit vertrouwelijke documenten, in handen van het AD, wordt duidelijk dat al in de jaren 70 ook in Dordrecht onderzoek wordt gedaan. 'PERSONAL AND CONFIDENTIAL', staat boven een brief die de directeur van de Dordtse fabriek op 15 juni 1979 ontvangt. De brief is afkomstig van het hoofdkantoor in de Amerikaanse staat Delaware. ,,U weet misschien dat bij onze werknemers verhoogde hoeveelheden fluor in het bloed zijn gevonden,'' staat in de brief. ,,Daarom wordt nu een programma met bloedtesten uitgevoerd. Omdat het productieproces in Dordrecht identiek is aan dat in Washington (waar de grootste teflonfabriek van Dupont staat, red.), is het misschien goed voor u om die resultaten ook in de gaten te houden.''

Al snel wordt gesuggereerd om ook werknemers in Dordrecht te onderzoeken, met bloedtesten en röntgenscans. In 1980 willen de Amerikanen dat nog niet, blijkt uit een briefwisseling uit dat jaar. ,,Als we deze kwestie in de VS hebben afgerond, kunnen we altijd nog kijken of extra onderzoek nodig is,'' schrijft de medisch directeur van Dupont in Amerika.

Maar in 1981 komt dat onderzoek er toch. Het 'C8-programma', heet het dan. ,,Omdat C8 oogafwijkingen veroorzaakt bij ongeboren ratten, is besloten om bloedtests te gaan uitvoeren in Dordrecht,'' schrijft het hoofdkantoor aan de vestiging in Dordrecht. In 1982 en 1984 worden die tests herhaald. Het bedrijf slaat na de tests voor zover bekend geen alarm.

Waarom dat niet gebeurt, blijkt uit een terugblik op de onderzoeken, uit 1997, geschreven door de arbo-coördinator van de vestiging in Dordrecht. ,,C8 is een giftige substantie die kan worden ingeademd of via de huid opgenomen,'' staat er. Maar ook: ,,Tot op heden is het niet mogelijk geweest om een limiet te bepalen voor de hoeveelheid C8 die maximaal in het bloed aanwezig mag zijn. Ook de recente studie bij primaten heeft daar geen helderheid in kunnen brengen.'' Oftewel: niemand weet hoe slecht C8 precies is, en bij welke hoeveelheden het gevolgen voor de gezondheid heeft.

Toch blijft C8 een voortdurende bron van zorg. Onderzoekers van het Amerikaanse hoofdkantoor komen regelmatig naar Dordrecht, ook om te kijken naar de uitstoot in lucht en grondwater. In Nederland is nog een extra reden tot zorg: de fabriek ligt niet alleen in dichtbewoond gebied, maar ook nog eens pal naast het drinkwaterbedrijf. In de jaren 90 dringt die zorg door tot het hoofdkantoor. Steeds opnieuw worden kaarten van het gebied rond de fabriek naar Amerika gefaxt, met daarin de C8-waarden die zijn gemeten: op het Dupont-terrein zelf, in de Merwede, maar ook in het spaarbekken van het drinkwaterbedrijf en in de lucht. Ook in een notitie uit 1994 ('subject: Dordrecht grondwater') wordt melding gemaakt van zulke tests. Geen harde conclusies, maar wel deze zin: ,,Need to be very careful here.''

Grote voorzichtigheid dus, maar onderzoek van deze krant wijst uit dat geen enkele instantie streng toezicht hield. Zo stellen de provincie Zuid-Holland en de gemeente Dordrecht dat ze decennialang niet hebben geweten dat C8 gevaarlijk kon zijn voor de omgeving. En de Arbeidsinspectie is nooit op de hoogte gebracht van de bloedtesten onder werknemers van Dupont.

Kritische inwoners

Eind jaren 90 begint een groepje inwoners van Sliedrecht zich voor het eerst druk te maken om de fabriek aan de overkant van de rivier. Van de zorgen die het bedrijf zelf al heeft hebben ze geen idee. Eén van hen is Leo van Andel. ,,We werden eerst met alle egards ontvangen,'' zegt de Sliedrechter nu. ,,De directeur reed ons zelf rond over het complex. Maar toen we kritischer werden, kwam er meteen een brief: als we onze mond niet zouden houden, kregen we een advocaat op ons dak.''

De actiegroep zet door en begint vragen te stellen. Aan Dupont, aan de provincie, en aan de belangrijkste toezichthouder: het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). ,,Maar ze deden amper onderzoek,'' zegt Van Andel. ,,Dan werd er een meting gedaan in Sliedrecht, maar niet op een plek waar je uitstoot kon verwachten. Wij zeiden dan: zet nou ook eens zo'n meetwagen bij de spoorbrug, in de buurt van de fabriek. Maar dat gebeurde niet. Wij kregen het sterke vermoeden dat werkgelegenheid belangrijker was dan de volksgezondheid. Want ja, er werkten wél duizend mensen bij Dupont. De lokale politiek luisterde niet naar ons, en in het dorp vonden de meeste mensen het ook wel best.''

Maar ook in Amerika groeien de zorgen. Die beginnen bij Wilbur Tennant, een boer uit het Amerikaanse stadje Parkersburg. Hij ontdekt eind jaren 90 vreemde afwijkingen bij zijn koeien en vermoedt dat het te maken heeft met zijn buren: een teflonfabriek van Dupont. Als zijn koeien één voor één sterven, belt hij met Dupont. En met de gemeente. En met de inspectie. Maar niemand grijpt in.

Dode koeien en vissen

Dan belt Tennant naar Rob Bilott, een gerenommeerde advocaat. De boer laat hem een filmpje zien dat hij op zijn terrein heeft gemaakt. De advocaat ziet beelden van kwijlende koeien, dode koeien met verrotte tanden, beekjes vol schuim en dode vissen. ,,En toen dacht ik: dit is niet goed.''

Hij en zijn collega Gary Douglas voeren 17 jaar later een rechtszaak namens 3500 inwoners van het stadje Parkersburg, die allemaal zeggen ziek te zijn geworden door het drinken van door Dupont besmet kraanwater. Eén van hen, een vrouw van 59 die lijdt aan nierkanker, heeft als eerste een schadevergoeding van 1,6 miljoen dollar toegewezen gekregen. ,,Het bewijs in haar zaak was overweldigend,'' zegt Gary Douglas. ,,Er zijn duizenden documenten waaruit blijkt dat Dupont wist dat C8 schadelijk was voor de gezondheid. Maar ze bleven teflon produceren en stortten hun gif tientallen jaren in de rivier.''

De Amerikaanse rechtszaak tegen Dupont heeft in de voorbije jaren veel nieuwe informatie opgeleverd over de schadelijkheid van C8. Zoveel, dat de stof in 2013 door de Europese Unie is geclassificeerd als 'zeer zorgwekkende stof'. Grote concentraties kunnen leiden tot nier- en teelbalkanker, hartziekten en verhoogd cholesterol. Sindsdien gelden veel strengere normen bij het verlenen van vergunningen. De fabriek in Dordrecht besloot een paar maanden voor het Europese besluit al te stoppen met het gebruik van C8.

Maar wat heeft de productie de voorbije decennia gedaan met de gezondheid van mensen in Dordrecht en Sliedrecht? En hoe is het met de gezondheid van de werknemers die met C8 hebben gewerkt? Er is reden tot zorg, zeggen vooraanstaande toxicologen. Neem de concentraties C8 die in het bloed van werknemers werden aangetroffen. Die zijn 'uitzonderlijk en zorgelijk', zegt toxicoloog Martin van den Berg van de Universiteit Utrecht. ,,Dat is reden genoeg om die mensen blijvend te screenen. Op cholesterol, hormoonhuishouding, maar ook op bepaalde vormen van kanker.''

Ook het gebied rond de fabriek moet goed en onafhankelijk worden onderzocht, vindt Jacob de Boer, toxicoloog van de Vrije Universiteit. ,,C8 is echt een toxische stof. Er moet gekeken worden hoeveel giftig materiaal er nog altijd in het gebied voorkomt.''

En dan is er nog het drinkwaterbedrijf Evides, dat pal naast de fabriek in Dordrecht ligt. In interne correspondentie van Dupont uit 2003 staat dat in het drinkwater bij tests een hoeveelheid van 0,0736 microgram C8 per liter is gevonden. In een reactie stelt Evides in dat jaar onderzoek te hebben gedaan, na een melding van Dupont. ,,We zijn het kraanwater gaan testen in het hele Rijnmondgebied, en C8 bleek overal te zitten,'' zegt Sandra van de Vate van Evides. De gehaltes in het geteste water lagen volgens Evides tussen 0,01 en 0,05 microgram per liter. ,,We hebben die informatie destijds gedeeld met de VROM-inspectie. Het was volgens hen geen reden om actie te ondernemen.''

Veilige norm

Maar volgens toxicoloog Jacob de Boer is de gevonden hoeveelheid wel degelijk reden tot zorg. ,,Een duidelijke veilige norm is er niet. Wereldwijd zijn er steeds nieuwe inzichten en onderzoeken.'' Zelf vindt hij 0,02 microgram voor drinkwater een veilige grens. Ook Pim de Voogt, hoogleraar milieuchemie van de UvA, noemt de waarde die Dupont in 2003 in het Dordtse drinkwater vaststelde 'vrij hoog'. ,,De huidige norm die het RIVM aanhoudt, vind ik vijftig tot honderd keer te hoog.''

Milieuwethouder Rik van der Linden van Dordrecht is verrast door de vondst van C8 in drinkwatersamples. Hij is ook bestuurslid van de Omgevingsdienst Zuid-Holland. ,,Dit wisten we niet,'' zegt hij in een reactie op de bevindingen van deze krant. ,,Nu niet en voor zover ik nu kan overzien toen ook niet.''

De fabriek in Dordrecht valt sinds een jaar onder Chemours, een afsplitsing van Dupont. Het bedrijf wil niet ingaan op de documenten die deze krant in handen heeft. ,,Er lopen rechtszaken in Amerika waarbij deze documenten zijn ingebracht,'' zegt woordvoerder Ger-Jan van den Elsen. ,,Wel willen we zeggen dat we vinden dat we altijd verantwoord te werk zijn gegaan, met inachtneming van geldende wet- en regelgeving. Als verantwoordelijk bedrijf zetten we ons dagelijks in om onze veiligheids- en milieuprestaties te verbeteren en om ons aan de afgegeven vergunningen te houden.''

Daar denkt de provincie Zuid-Holland inmiddels anders over: die heeft onlangs aangifte gedaan, omdat Dupont 15 jaar lang honderden kilo's C8 te veel zou hebben uitgestoten.

Het RIVM onderzoekt inmiddels welke concentraties C8 in lucht en water hebben gezeten, en zal op basis daarvan een inschatting maken van eventuele gezondheidseffecten. De uitkomsten worden binnenkort verwacht. Actievoerder Leo van Andel verwacht er weinig van. ,,Weet u hoe dit gaat? Na dat onderzoek drinken de heren een glas, doen een plas en alles is weer zoals het was. Als het foute boel is, heeft het RIVM dus decennialang zitten slapen. Waarom doen uitgerekend zij dan nu dit onderzoek?''

Onduidelijkheden

Wethouder Van der Linden wil het onderzoek van het RIVM eerst afwachten, maar is verrast door de grote hoeveelheid nieuwe informatie over vervuilingen en bloedtesten. ,,Er zijn heel veel dingen die destijds niet in de monitoring zaten en niet in beeld kwamen. Ik weet echt niet wat dat te betekenen heeft. Er valt heel wat te onderzoeken.''

Boer Wilbur Tennant overleed in 2009 aan kanker. Hij was 67 jaar. Leo van Andel uit Sliedrecht is 73, en heeft alle vertrouwen in de overheid verloren. ,,Er overlijden hier in Sliedrecht heel veel mensen aan kanker. Ze vallen bij bosjes. Maar ik ben geen dokter - ik wil dat het goed wordt uitgezocht. Overlijden hier echt meer mensen aan kanker dan in de rest van het land? Dat moet de overheid uitzoeken! Maar dat gebeurt niet. En ik weet wel waarom. Ze zijn bang voor de uitkomsten.''