Nieuws Actueel

Waarom de spruitenbusiness groeit als kool

Het gaat als een tierelier met de oer-Hollandse spruitjes, schrijft het AD. Ze worden steeds lekkerder. En ook het buitenland ontdekt ze. ,,Die Amerikanen zijn niet gek, hè!'', zegt spruitjesteler René Peters uit Woubrugge. ,,De vitamine C bruist eruit.''

Hans-Paul Andriessen | Foto: Peter Franken 4 februari 2019

Spruiten peterfranken

Als iemand het geheim kent van het spruitje, dan is het René Peters uit de Vierambachtspolder in Woubrugge wel. De 49-jarige teler heeft ze in de genen. ,,Ik heb altijd in de spruitjes gezeten. Als kind ben ik ermee opgegroeid. Mijn vader, mijn opa, ze teelden allebei spruitjes. Het geklap van de sorteermachine hoor ik mijn hele leven al.''

Seizoensarbeiders

René nam samen met zijn broer Christiaan (43) het door zijn opa gestichte familiebedrijf van zijn ouders over. Met gehuurd land in Zevenhoven en Ter Aar telen ze op 60 hectare spruitjes. Ze werken met drie seizoensarbeiders en vader en moeder helpen soms ook een handje mee aan de sorteermachine.

Vorige week maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend dat de exportwaarde van de Nederlandse spruitjes groeide van 32 miljoen euro in 2008 naar 66 miljoen euro in 2017. Grote afnemers zijn Duitsland en Engeland, nieuw is de export naar de VS en Italië. De stijging wordt toegeschreven aan de nieuwe rassen, die zoeter of zachter van smaak zijn.

Ongeveer de helft van de spruitjestelers zit in Zuid-Holland. ,,Vooral op de Zuid-Hollandse eilanden, Barendrecht en de buurt rond Bleiswijk'', vertelt Peters. ,,Dat heeft met het zeeklimaat te maken. Spruitjes houden van de herfst. Van regen en wind. In Amerika worden ze aan de westkust geteeld. Lekker mild klimaat, zeewindje. Overigens, de vorige oogstmachine van mij, die verouderd was, maar technisch nog prima, is zes jaar geleden naar de VS gegaan. Dat de Amerikanen zelf aan het spruitjes telen zijn geslagen, zit onze export niet in de weg. Wij exporteren naar de oostkust, dat is meer een landklimaat. Het vervoer van de Amerikaanse spruitjes van de westkust naar de oostkust kost veel geld. Dat de Amerikanen zo enthousiast over het spruitje zijn, wil wel wat zeggen. Ze zijn daar niet gek en weten ook dat ze bruisen van de vitamine C.''

Fijnproever

,,Elk jaar komen er vijf of zes rassen bij. Het bittere is er vanaf. Niet helemaal natuurlijk, want anders is het geen spruitje meer'', zegt Peters, die zowel aan de Nederlandse als aan de Duitse en Amerikaanse markt levert. De Duitsers hebben voorkeur voor de grotere maten; zij maken er stamppot van.

,,Ik teel tien rassen en apart op een klein lapje grond probeer ik altijd een paar nieuwe rassen, waarvan ik denk dat ze interessant zijn. Qua smaak, qua gevoeligheid voor ziektes. Maar ook hoe die hier in onze polder groeit. Hier zit meer humus in de grond dan op de Zuid-Hollandse eilanden. Met name aan de kant van de dijk, verderop is wat het wat zanderiger. Ik heb wel eens een ras gehad dat het op de eilanden prima deed in de zware klei, maar hier zitten meer voedingstoffen in de grond. Die spruitkool schoot omhoog, zo hoog dat de plant omwaaide. Een spruit is net een konijn: alles wat-ie in zijn ruif heeft, vreet-ie op.''

Die tien rassen hebben allemaal een iets andere smaak. ,,Vergelijk het maar met appels. De Jonagold, de Elstar, de Granny. Allemaal een andere smaak, een andere structuur. Maar bij spruitjes is dat alleen voor de fijnproever. En met die rassen willen we ook de klant in de supermarkt niet lastigvallen. Die zou daar tureluurs van worden.''

Beleving

Het paarse spruitje vormt hierop voorlopig de uitzondering. Peters teelt die niet, want de vraag hiernaar is nog maar klein. ,,Wat wel grappig is, is dat een toprestaurant in Amsterdam hier elke week een paar complete spruitenplanten komt halen. Die hele stronk doen ze met ingrediënten in de oven en aan tafel worden de spruitjes dan heel chic van de stronk gesneden. Voor de smaak, maar ook voor de beleving.''

De cyclus van het zaaien van de spruitkool - zo heet de plant waar de spruitjes aan groeien - tot aan de oogst van de spruitjes duurt bijna een jaar. In januari wordt de spruitkool bij gespecialiseerde bedrijven in kassen gezaaid en opgekweekt. ,,Wij planten het vroegste ras in april, dat kan dan half augustus worden geoogst. Het tweede ras planten we een paar weken later. Door zo'n schema te hanteren, kunnen we van augustus tot februari verse spruitjes leveren. Direct als ze van het land komen, worden ze gesorteerd, verpakt en gaan ze dezelfde dag nog naar de supermarkt.''

Zowel het planten als het oogsten gaat half machinaal. Met vier man op een rijdende machine en dan de plantjes in de grond steken of de stronken in de draaiende messen duwen die de spruitjes van de stronk afsnijden.

,,Van het prille begin in april tot de laatste pluk half februari ben ik met mijn spruiten bezig. Met de warmte en de droogte in de zomer, hebben we zes weken moeten beregenen. Pakweg twintig uur per dag, vooral 's nachts, als er minder wind staat en het koeler is. Om de twee uur je bed uit om de sproeier te verzetten en alles te controleren. Na drie weken heb je dat helemaal gehad. Maar, ja, het zijn je spruiten.'' Behalve veel nachtrust, kostte het beregenen ook een flinke plas diesel.

Spruitjesstudieclub

Maar ook als er even niets hoeft - geen mest, geen water - kan Peter het vaak niet laten om bij zijn spruiten te kijken. ,,De buren denken wel eens: zit die gek daar weer op zijn tractor in dat spruitenveld? Maar voor mij is het net zo goed hobby. Dan ben ik benieuwd hoe de boel erbij staat.''

Zitten de spruitjes dan inderdaad in je genen? ,,Misschien. Alle spruitjeskwekers van Nederland, het zijn er nog een stuk of zestig, zijn zo fanatiek. Dat komt door de schaalvergroting: de meest fanatieke telers blijven over. We kennen elkaar allemaal van de spruitjesstudieclub, dan kunnen we uren met elkaar praten. Ervaringen uitwisselen over rassen. Welke plagen er op je af kwamen. Eens per jaar doen we een bedrijfsbezoek. Vorig jaar in De Beemster. Ze zijn ook wel eens hier geweest. En meestal zetten we er dan een barbecue bij.''

De ontwikkeling van nieuwe rassen, de voortrazende mechanisatie en de intrede van de computer hebben als een vliegwiel gewerkt voor een ongekende schaalvergroting in spruitjesland. Rond Woubrugge zaten van oudsher tientallen spruitjestelers, nu nog maar twee. Tot in de jaren 60 moesten spruitjes nog met de hand worden geplukt in het veld. Bij het oerras werden niet alle spruitjes aan de stronk tegelijkertijd rijp. Daarom moesten de plukkers drie keer door het veld om elke keer alleen de rijpe spruiten eruit te kiezen. Met de komst van de hybride rassen veranderde dat. Alle spruiten zijn nu tegelijk rijp.

Pukkers

In de oogstmachine, die op rupsbanden door de zuigende klei rijdt, zitten achterop vier plukkers. Zij duwen de afgesneden stronken in een opening, waar zes messen de spruitjes eraf snijden. Die spruiten komen dan in een ruimte waar van elke spruitje een digitale foto wordt gemaakt. De computer zorgt ervoor dat elk onregelmatig spruitje direct eruit wordt gegooid. Die afgekeurde spruitjes belanden op de grond. Net als de gehakselde stronken, de bladeren en de top van de plant. Wat de oogstmachine achterlaat is een groen tapijt, met daaronder in de grond het nog 80 centimeter diepe wortelstelsel van de planten. ,,Straks ploegen we alles om. Het bodemleven snakt ernaar. De wormen, micro-organismen, bacteriën, alles gedijt ervan'', zegt Peters.

Overigens: op een perceel waar dit jaar spruiten staan, staan volgend jaar uien, aardappels of tarwe. Dit is beter voor de grond en voorkomt de verspreiding van ziektes.

,,Of wij spruitjestelers een speciaal slag mensen zijn? We vinden het niet erg om de hele dag door de regen en de modder te lopen. Hier, als ik op de oogstmachine zit in de kou en de regen, dan kijk ik naar de automobilisten op de N207, die in de dagelijkse file staan op weg naar hun kantoorbaan. Dan ben ik blij dat ik buiten ben, met de jongens, lekker bezig. Terwijl die automobilist ongetwijfeld denkt: zie die stakkers daar in de kou ploeteren, ik zit lekker in de warme auto.''

Modder, regen, wind, is dat het geheim van het spruitje? ,,De grond. Daar ben ik het meest trots op. Hier in deze polder zit al sinds 1870 een Peters. Of dat het geheim is? Nee, het is een wonder. Dat ons voedsel gewoon uit de koude grond komt. Begrijp jij het?''

Een spruit is net een konijn: alles wat-ie in zijn ruif heeft, vreet-ie op

René Peters, spruitenteler