Blog

6,6 miljoen schuld weggepoetst: hoe jij net als Lucardi een schuldenlast van je afschudt

Wesley Terhaerdt, advocaat ondernemingsrecht bij Nysingh advocaten-notarissen. Foto: Dingena Mol
Wesley Terhaerdt, advocaat ondernemingsrecht bij Nysingh advocaten-notarissen. Foto: Dingena Mol
Leestijd 4 minuten
Over de expert:
wesley terhaerdt
Wesley Terhaerdt
Expert ondernemingsrecht
Lees verder onder de advertentie

Lucardi kwam in de problemen door een samenloop van omstandigheden. Tijdens en na de coronapandemie kreeg de keten te maken met sterk gestegen loon- en energiekosten, terwijl consumenten juist voorzichtiger werden met hun uitgaven. De onderneming draaide over het boekjaar 2024/2025 een nettoverlies van 3,9 miljoen euro en daarbij drukte een coronaschuld van circa 12 miljoen euro bij de Belastingdienst nog altijd zwaar op de onderneming.

De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) bleek voor Lucardi de uitweg. Schuldeisers namen genoegen met een gedeeltelijke betaling van hun vorderingen tegenover kwijtschelding van het restant. De Belastingdienst schreef 6,6 miljoen euro af op een schuld van 11,7 miljoen euro. Concurrente schuldeisers zagen tot 80 procent van hun vorderingen verdampen. Zeer ingrijpend voor alle betrokkenen, maar Lucardi was gered.

Lees ook: Lucardi ontloopt faillissement na kwijtschelding miljoenen: juweliersketen kampte met zware schulden

De WHOA in het kort

Zoals gezegd, maakte Lucardi gebruik van de WHOA. Dit herstructureringsinstrument is bedoeld voor ondernemingen met een problematische schuldenlast die in de kern levensvatbaar zijn. Met andere woorden: als de schulden worden gesaneerd, kan het bedrijf weer rendabel voortbestaan.

De WHOA maakt het dus mogelijk om schulden te saneren (‘kwijtschelden’). Dat gebeurt door middel van een crediteurenakkoord aan de schuldeisers. In dat akkoord wordt – kortgezegd – afgesproken dat een gedeeltelijke betaling plaatsvindt tegenover kwijtschelding van het restant.

Het bijzondere aan de WHOA is dat een akkoord niet afhankelijk is van vrijwillige instemming. Als een meerderheid van de schuldeisers in een klasse instemt en het akkoord voldoet aan de (overige) wettelijke voorwaarden, kan de rechter het akkoord homologeren. Daarna zijn ook tegenstemmende schuldeisers aan de regeling gebonden, ook de Belastingdienst.

Wat kun jij met de WHOA?

De WHOA wordt vaak geassocieerd met grote namen als Shoeby, VVV Venlo of Termeer Groep (o.a. Sacha en Manfield), en nu ook Lucardi. Voor mkb-ondernemingen is de WHOA ook beschikbaar, maar in de praktijk is een WHOA-procedure voor hen doorgaans te ingewikkeld en kostbaar.

Een WHOA-akkoord vergt juridische, financiële en organisatorische precisie. Er moeten waarderingen worden gemaakt, scenario’s worden doorgerekend en het akkoord moet aan complexe formaliteiten voldoen om door een rechter gehomologeerd te worden.

Betekent dit dat de WHOA voor het mkb geen optie is? Nee, niet per se. Maar er is een meer laagdrempelig alternatief, namelijk het buitengerechtelijk crediteurenakkoord.

Lees verder onder de advertentie

Het buitengerechtelijk akkoord: vaak een reëel alternatief

Een buitengerechtelijk crediteurenakkoord lijkt inhoudelijk sterk op een WHOA-akkoord. Ook hier vraag je schuldeisers om (een deel van) hun vordering kwijt te schelden, zodat de onderneming een faillissement kan voorkomen. Het grote verschil is dat zo’n akkoord volledig berust op vrijwillige instemming. Iedere schuldeiser moet meedoen.

Voor veel mkb-ondernemingen is dit alsnog een effectieve route. De complexe formaliteiten van de WHOA kunnen in beginsel achterwege blijven en schuldeisers zijn vaak bereid om mee te werken als het alternatief een faillissement is. In dat geval zien zij tenslotte niets of nauwelijks iets terug. Juist in die vergelijking — iets of niets — ontstaat ruimte voor een regeling.

Een buitengerechtelijk crediteurenakkoord vraagt wel om zorgvuldigheid. Alle schuldeisers moeten in beginsel worden betrokken en gelijk worden behandeld. Transparantie en goede communicatie zijn hierbij cruciaal.

Lees ook: Ben en David krijgen groot deel van 600.000 euro aan coronaschuld kwijtgescholden: ‘Kunnen eindelijk over toekomst nadenken’

De Belastingdienst: onmisbaar en kritisch

Net als bij Lucardi is de Belastingdienst vaak één van de grootste schuldeisers, zeker met de coronaschulden in het achterhoofd. Zonder (gedeeltelijke) kwijtschelding van belastingschulden is een sanering veelal niet haalbaar.

De Belastingdienst hanteert hiervoor een strikt beleid. Zo geldt onder meer dat:

  • zij nooit als enige kwijtschelding verleent;

  • alle schuldeisers in beginsel in het akkoord moeten worden meegenomen;

  • zij ten minste het dubbele percentage wil ontvangen in vergelijking met het percentage van de vordering dat ‘gewone’ schuldeisers betaald krijgen;

  • belastingverplichtingen die gedurende de akkoordprocedure ontstaan, tijdig en volledig moeten worden nagekomen tijdens het traject.

Lees verder onder de advertentie

Wie dit beleid negeert, loopt het risico dat het akkoord strandt — met vaak alsnog een faillissement tot gevolg.

De belangrijkste les van Lucardi

De redding van Lucardi laat zien dat een schuldeisersakkoord, zelfs met forse kwijtschelding, een faillissement kan voorkomen.

Voor ondernemers zit de belangrijkste les niet in de omvang van het bedrijf, maar in het tijdig herkennen van financiële problemen. Hoe eerder je in actie komt, hoe meer opties er zijn: van een buitengerechtelijk akkoord tot — als het echt niet anders kan — een WHOA-procedure.

Wachten tot het geld op is en schuldeisers het initiatief nemen, maakt de speelruimte klein. Wie daarentegen op tijd advies inwint, kan vaak nog zelf bijsturen. En soms blijkt de redding, net als bij Lucardi, een realistische mogelijkheid.

Lees ook: Shoeby, VVV Venlo en Manfield: WHOA-akkoord als oplossing voor bedrijven in zwaar weer

Lees verder onder de advertentie

Delen: