Bij Defensie kijkt men na élke oefening, élke missie, élke fout terug. Niet om iemand af te branden. Maar om te snappen wat er misging. En vooral: wat jouw rol daarin was. Niet ‘het systeem faalde’. Jij faalde. Of jij deed het goed. Zeg het maar. En wat leer je ervan.
De jongste mag eerst
Mijn vrouw werkt in het ziekenhuis. En tijdens de grote visite daar trekt een stoet artsen langs de bedden, bespreekt de patiënt, stelt een diagnose bij, en past de behandeling aan, indien nodig. En weet je wie er als eerste zijn mond opendoet?
De jongste arts in de zaal. Niet de hoogleraar. Niet de specialist met de meeste jaren op de teller.
Waarom? Omdat die jongste arts nog niet weet wat ‘hoort’. Nog niet is dichtgetimmerd door ervaring. Die redeneert vrijuit, zonder zich iets aan te trekken van wat de rest al denkt.
Pas daarna spreken de anderen. Dan is het denkveld al breder dan wanneer de baas begint. En het is leerzamer voor die jonge arts.
Hiërarchie in ondernemerschap?
En dan de overheid. Ondernemers hebben er een handjevol vaste geintjes over: traag, bureaucratisch, drie loketten voor één formulier.
Grappig genoeg loopt diezelfde overheid op sommige vlakken juist vóór op het bedrijfsleven. Op digitale onafhankelijkheid bijvoorbeeld. Terwijl bedrijven massaal hun hele hebben en houden bij één Amerikaanse cloudreus parkeren, denkt de overheid al veel serieuzer na over wat er gebeurt als die kraan ooit dichtgaat.
Dat is niet traag. Dat is vooruitkijken.
Voor de duidelijkheid: ik pleit niet voor een hiërarchie zoals bij Defensie. Dat werkt niet in een onderneming, waar je juist eigenaarschap en initiatief wilt. Ik pleit ook niet voor ‘klanten niet mogen weigeren’, zoals in de zorg. Verschrikkelijk businessmodel.
En zelf overal verantwoording over af moeten leggen zoals een bestuurder bij de overheid? Ook geen levensdoel.
Gewoontes om te stelen
Onder die systemen zit iets dat wél werkt. Een leger dat structureel terugkijkt op eigen falen. Een ziekenhuis dat bewust de minst ervaren stem het eerst laat klinken. Een overheid die verder denkt dan het volgende kwartaal.
Dat zijn geen hiërarchie-dingen. Dat zijn gewoontes. En gewoontes kun je stelen, ook zonder het hele systeem eromheen over te nemen. Pik eruit wat voor jou werkt. Laat de rest liggen.
Wie weet wordt het leger, het ziekenhuis en de gemeente dan ook nog eens een beetje ondernemender.
Tip van mij: vraag eens over het laatste project ‘wat ging er nou eigenlijk fout, en wat kunnen we daarvan leren?’. En laat dan de jongste als eerste aan het woord.