Nieuws Financiën

Aandelen of voedsel: elke bankier zijn eigen pakket

Allebei zijn ze bankier, maar tussen hun banken zit een wereld van verschil. Gerrit Zalm leidt ABN Amro, Piet Beumer staat aan het hoofd van de Voedselbank Rotterdam. Maar misschien hebben deze twee mannen wel meer gemeen dan zij denken. Hoog tijd voor een goed gesprek, als bankiers onder elkaar.

HANS VAN ZON 11 januari 2016

Een glimmende, zwarte Audi stopt aan de Keileweg, een stukje Rotterdam aan de rand van de haven, dat zich heeft losgerukt van haar beruchte verleden van harteloze afwerkplek. De 63-jarige voorzitter van de raad van bestuur van ABN Amro arriveert, voor een kruisbestuiving die 1,5 uur zal duren. Met koffie, gebak en gezang, want Piet Beumer viert vandaag zijn 71ste verjaardag.

,,Ik dacht eerst dat het een grap was. Ik, aan één tafel met Gerrit Zalm. Op míjn kamer, als bankiers onder elkaar,'' zegt Beumer, de gedreven directeur van de voedselbank in Rotterdam. Zalm leidt al vele jaren een traditionele bank met winstoogmerk, die sinds kort weer een beursnotering heeft. Beumer 'komt net kijken', de voedselbankier stuurt pas sinds 2014 pro deo een legertje vrijwilligers aan en zijn instituut bestaat slechts dankzij giften om mensen in nood aan eten te helpen. Zalm doet in aandelenpakketten, Beumer in voedselpakketten. ,,Elke dag voeden we 7500 monden.''

In de distributiehal, waar vrijwilligers met groene hesjes in slechts 3 uur tijd 2100 kratten vullen met de voorraad van 56 pallets, klinkt het 'lang zal hij leven' voor de jarige. De chauffeurs van de vorkheftrucks toeteren mee op de maat.

Het is een drukte van jewelste. Chef Willem Boom stuurt de zeventig vrijwilligers aan, een doorsnee van de multiculturele samenleving. Onder hen ook klanten. ,,Het lijkt chaotisch, maar het loopt gesmeerd. Iedereen weet precies wat hij moet doen,'' zegt Boom. ,,Alles wat kort op datum staat, wordt snel uitgeleverd. Samen met suiker, thee, rijst en bijvoorbeeld pasta. Alle versspullen, van melk tot vis, brengen we met aparte, gekoelde kratten naar de verdeelpunten.'' In Rotterdam alleen zijn dat er al 39.

Een van de vrijwilligers maakt zich even los van de loopband en schudt Gerrit Zalm de hand. Ze kennen elkaar. ,,Ja, hij was een medewerker van onze bank. Fantastisch wat hij hier doet'', zegt Zalm. Theo van Santen (68) werkte 47 jaar bij Fortis en voorgangers daarvan. ,,Ik heb Zalm ontmoet in Rotterdam, in het stadhuis. Oude collega's onder mekaar. Ik ben jaren terug boventallig verklaard en nu met pensioen,'' bevestigt Theo.

Hij rijdt elke donderdag - weer of geen weer - op de fiets van Capelle aan den IJssel naar het distributiecentrum van de Voedselbank Rotterdam. ,,Ik heb geen auto. Uurtje heen, uurtje terug. Dit is voor mij heel belangrijk.''

Terug op het kantoor van Beumer is Gerrit Zalm onder de indruk. ,,Het is veel groter, veel omvangrijker dan ik me had voorgesteld. Indrukwekkend.'' Begint het te kriebelen? Klaar voor de overstap? ,,Ik heb voorlopig nog genoeg te doen bij de andere bank. Ik heb een contract tot 2018. Tegen die tijd zie ik het wel weer. Als ik stop bij de bank, dan ga ik zeker iets doen in de pro-Deosfeer. Er zijn veel goede doelen die behoefte hebben aan een bestuurder. Of wat dan ook. Ik weet hoe een bank werkt, een ministerie. Bij wie je moet zijn. Dan ben ik van meer nut dan dat ik hier kratten in ga pakken.''

Het sociale hart van de Voedselbank klopt als een gek. Hoe snel klopt het sociale hart van ABN Amro, van Gerrit Zalm?

Zalm: ,,Mensen vragen me wel eens waarom ik niet meer vertel over het charitatieve werk van de bank. We hebben een foundation voor goede doelen, we hebben bijgedragen aan de financiering van een opknapbeurt voor de Dom in Utrecht en voor het Concertgebouw.

,,Meer dan de helft van onze medewerkers doet vrijwilligerswerk. Iedereen heeft het recht om 1 week per jaar vrijwilligerswerk te doen in de baas zijn tijd. Met les op scholen, met het begeleiden van startende ondernemers, met een klus doen voor de Voedselbank.

,,Veel mensen schenken hun kerstpakket van 100 euro of een deel daarvan aan de Voedselbank. Dat zijn allemaal best dingen om trots op te zijn, maar ik heb liever dat het van mond tot mond gaat dan dat we onszelf op de borst gaan kloppen. Dan ben je toch niet geloofwaardig. Op dit moment wordt er toch al weinig geloofd van wat bankiers te melden hebben. We staan even in de verkeerde hoek. We moeten gewoon laten zien dat we geleerd hebben van wat er is misgegaan en dat je ook een belangrijke rol in de maatschappij wilt vervullen. Je moet meer doen dan waarmee je aan de weg timmert.''

Wordt Gerrit Zalm nog achtervolgd door zijn opmerking uit 2005 dat 'armoede in Nederland een relatief begrip is'?

Zalm: ,,Die opmerking is op twee manieren uit te leggen. Ik kwam toen als minister van Financiën net terug uit Armenië en daar had je toen barre armoe. Ik bedoelde dus dat je de armoede daar niet kon vergelijken met die in Nederland. Maar op de één of andere manier werd het zo uitgelegd dat de armoede in Nederland in mijn ogen helemaal niks voorstelde.''

Halverwege het gesprek staat Piet Beumer op, om op zijn bureau een dik boek te pakken. ,,Kijk, ik kom graag in de bibliotheek en dit ligt nu op mijn nachtkastje.'' Het boek, Kapitaal in de 21ste eeuw van de Franse econoom Thomas Piketty, behoeft geen toelichting. ,,Ik ken veel mensen die het boek hebben, maar ken er weinig die het echt hebben gelezen,'' zegt Zalm. ,,Ik heb me beperkt tot een samenvatting, om tijd te besparen.''

Beumer citeert een weinig boeiende zin die in vrije vertaling meteen tot leven komt: 'De te grote ongelijkheid tussen arm en rijk remt de economische groei en is een gevaar voor de maatschappij'. Punt.

Het lijkt het begin van een partijtje driftig schaduwboksen, maar ook Zalm stelt ronduit dat de kloof tussen rijk en arm te groot is. En al worden de verschillen kleiner, de Voedselbank is niet meer is weg te denken. Beumer: ,,Nee, die blijft.'' Zalm: ,,En dat is ook niet erg. Er zijn altijd mensen die tussen wal en schip raken, die hulp nodig hebben. Je kunt er niet van uitgaan dat de overheid alles tot in detail kan organiseren. Dat lukt de overheid nooit.'' Niet in Nederland, niet in Duitsland. ,,De Voedselbank in Berlijn heeft al evenveel klanten als wij in heel Nederland, zo'n 40.000 gezinnen,'' zegt Beumer.

Mochten de bankiers een week van functie ruilen, welke tip zouden zij elkaar dan meegeven?

Beumer: ,,Ik houd mezelf altijd voor de mens te blijven zien. We zijn zelf zo geprofessionaliseerd dat we iedereen een nummer hebben gegeven, maar achter elk nummer zit natuurlijk wel een mens. Met meestal emotionele toestanden. Het is erg belangrijk om dat in de gaten te blijven houden. Rotterdam heeft 39 uitdeelpunten, met over het algemeen een kerkelijke achtergrond, en ik probeer er elke maand twee of drie te bezoeken. Ik vind het bijzonder te zien hoe ze bijvoorbeeld in de Pauluskerk de zaken hebben aangepakt. En in Beverwaard leer ik ook vriendelijke, betrokken mensen kennen.''

Zalm: ,,Dat doe ik ook. Soms komen zo'n acht medewerkers uit alle hoeken en gaten van de bank bij mij op de koffie en dan praten we 1,5 uur lang over wat er goed gaat en wat er beter kan. Bij klantenbijeenkomsten doe ik meestal geen verhaal. Dan roep ik 'Zegt u het maar!' Zo ontmoet ik duizenden klanten per jaar. Om lessen te trekken.''

Piet Beumer roemt het enthousiasme van mensen om iets te doen voor anderen. Zalm knikt instemmend. ,,Dat blijkt ook wel uit het grote aantal aanmeldingen bij azc's om te helpen bij de opvang van vluchtelingen. Mijn zoon had zich aangemeld om te helpen in Den Haag, maar hij kreeg een net briefje waarin stond dat ze hem nu even niet nodig hadden. Mensen die zich willen inzetten voor anderen treden meestal niet op de voorgrond. Maar het zijn er heel veel.''

Wat heeft directeur Beumer te wensen en kan directeur Zalm daarbij helpen?

Beumer: ,,Goede bestuurskracht is voor onze organisatie van levensbelang. Hier in Rotterdam, waar het allemaal begon, hebben we het goed voor elkaar. Maar landelijk gezien (we hebben 165 voedselbanken in Nederland) is er nog een hoop werk te doen.

,,Alleen met de romantiek van het begin red je het niet. Er moet professioneel worden gewerkt. Anders kunnen we bijvoorbeeld hier geen 7000 klanten goed bedienen. Met een keurmerk (code groen) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Misschien kunnen we nog eens praten over ondersteuning op kennisniveau. Dat is heel belangrijk.''

,,Je bent van harte welkom in Amsterdam,'' reageert Zalm. ,,Al kunnen we minder laten zien dan hier. Maar we hebben mensen in huis met veel verstand van financieel beheer, marketing, communicatie. Met die kennis coachen we al andere goede doelen. Zo ben ik zelf coach geweest van de foundation van Esther Vergeer.''

De stichting van deze rolstoeltennisster, die zeven keer goud won bij de Paralympische Spelen, zet zich in voor de gehandicaptensport. ,,En in ons klantenbestand zitten misschien interessante bedrijven die iets kunnen doen voor de Voedselbank.''

Ze schudden elkaar de hand. ,,Ik heb ervan genoten'', zegt Zalm. ,,Ik ook,'' beaamt Beumer.