Nieuws Financiën

Klein is fijn in de kluswereld

Doe-het-zelfwinkel heeft ook last van crisis. Maar specialisatie en liefde voor het vak, redden de ‘kleintjes’.

Angelique Kunst 1 februari 2016

Alexander Pieters Lars Smook

Alexander Pieters kan er met de pet niet bij. Toen hij zijn Fixet in Glanerbrug in 2011 wilde uitbreiden, van 400 naar 700 vierkante meter, mocht dat niet van de gemeente Enschede. Verderop, op het Miro-terrein, zat immers een Praxis. „En volgens de Detailhandelsnota was daarmee de limiet voor bouwmarkten aan deze kant wel bereikt.” Maar toen Hornbach zich vorig jaar meldde voor een vestiging van 15.500 vierkante meter vlak naast de Praxis op het Spaansland, was er ineens geen enkele belemmering. Ondanks die Detailhandelsnota.

Niet dat Pieters er last van heeft. „De Praxis bij de Miro is gesloten, waardoor ik wel mocht uitbreiden. En mijn zaak heeft een dorpsfunctie, ik zit hier op een eilandje.”

FixetHij is sinds 2003 franchisenemer van de Fixet. Binnenkort wordt de zaak omgedoopt tot Hubo, vanwege een fusie van de moederbedrijven. „Daar zie je wel aan dat het geen vetpot is in de branche. We spreken elkaar natuurlijk wel eens en ik hoor cijfers tot wel 30 procent minder omzet. Praxis had vroeger drie vestigingen in Enschede, nu nog twee. Ik heb zelf ook heel moeilijke jaren gehad door de crisis. Als mensen geen nieuwe huizen meer kopen hoeft er ook niet geklust te worden. En waar wel geklust werd, moest het op een koopje, want verbouwingen konden niet meer meegefinancierd worden. Goedkoop laminaatvloertje erin, goedkoop verfje.”

VernieuwendMaar Pieters was inventief. Niemand verhuisde, maar daardoor wilden wel steeds meer mensen hun bestaande woning vernieuwen. Dus begon hij een klussendienst en een interieurbouwbedrijf. „Dat is het voordeel van dat ik franchisenemer ben en geen filiaalhouder: ik ben in feite vrije ondernemer. Daardoor kan ik inspelen op de markt.”

OnbegrijpelijkHij heeft oprechte liefde voor het vak, weet wat klussers nodig hebben. Kan precies adviseren welke schroef je het best kunt gebruiken voor welke klus. Hij kijkt dan ook met afschuw naar de branchevervaging in de bouwmarkt: „Je kunt er tegenwoordig ook hondenmanden kopen, en planten. Zo maak je je speciaalzaken kapot en dat is wat een stad leuk maakt. Alles wordt eenheidsworst. Ik snap de consumenten ook niet, wat is daar de lol van?”

En ook de bestuurders snapt hij niet: „Wat die doen is politiek, geen bestuur. Bij politiek denk je op de korte termijn, lekker scoren met die vierkante meters. Besturen doe je voor de lange termijn maar volgens mij denken ze daar niet over na.”

ToekomstHoe ziet hij zijn toekomst? Want Glanerbrug mag dan een eilandje zijn: ook zijn klantenbestand vergrijst. Een probleem van alle bouwmarkten. Jonge mensen hebben weinig tijd en steeds vaker twee linkerhanden. Die huren liever een klusjesman dan zelf een hamer te pakken.

„Klopt, ik heb ook steeds meer oudere dan jongere klanten. Maar Glanerbrug is een echt bouwvakkersdorp, er zijn hier wel veel handige mensen. En voor die jongeren die het niet zelf doen heb ik dus mijn klussenbedrijf. Ik red me wel.”

Foto: Alexander Pieters (Lars Smook)