Nieuws Financiën

Wat als de trein stopt in elk dorp?

Henk Licher 4 januari 2016

Intercitysneeuw1065

Het antwoord van staatssecretaris Dijksma op de Kamervragen van ons Zeeuws Kamerlid Albert de Vries en zijn collega Duco Hoogland biedt perspectief op herstel van de -echte- Zeeuwse intercity. Dat beweert stedebouwkundige Henk Licher maandag in de PZC.Zij laat - in voorzichtige bewoordingen- weten dat ook zij begrijpt dat een boemeltrein die op alle kleine stations stopt, geen serieuze intercity is. Maar, zo laat zij ook fijntjes weten, die pseudo-intercity is er destijds gekomen onder druk van het provinciaal bestuur dat geen onderscheid durfde te maken tussen dorpen en steden in Zeeland. NS voelden daar wel voor, maar toenmalig gedeputeerde Maria Leroy liet met trots weten dat door haar toedoen 'de Zeeuwse intercity voortaan alle stations in Zeeland zou aandoen'.

Het gevolg is inmiddels bekend. De bereikbaarheid van Zeeland per trein is een flinke hindernis voor het imago van Zeeland en onze grote steden Goes, Middelburg en Vlissingen, die alleen met veel tussenstops op dorpse stations te bereiken zijn. Het gaat daarbij niet alleen over minuten. Het gaat om kwaliteit, toekomstbestendigheid en imago. In een recent artikel in deze krant legde vervoersexpert Lex Boersma nog eens uit hoe funest deze keuze uitpakt voor goed en snel interregionaal vervoer en de navenante daling van de belangstelling van de reizigers voor deze wel heel eigenaardige intercity. Hoe zouden onze reizigers in Zeeland het vinden als op alle halteplaatsen tussen Vlissingen en bijvoorbeeld Amsterdam of Den Bosch zou worden gestopt? Om maar te zwijgen over de mensen die vanuit de Randstad of Brabant onze steden willen bezoeken? Onderzoeker Dick van der Wouw van ons Zeeuws Planbureau heeft ons al vaker voorgehouden hoe funest deze slechte treinverbinding werkt op de aantrekkingskracht van de grote steden waar het gaat om hun economische en sociale structuur. Vooral ook het hoger onderwijs, een belangrijke speerpunt, ondervindt hiervan de narigheid. Begrijpelijk als je uit Brabant of Holland in Zeeland zou willen studeren. Juist in een tijd waarin overal in ons land en daarbuiten de grote steden meer dan ooit de trekkers zijn van de kwaliteit en kwantiteit van de omliggende regio's, vraagt optimale bereikbaarheid de aandacht. Ook waar het om het imago gaat. En dat is voor een sterk uitwaartse afhankelijkheid en oriëntatie van Zeeland van groot belang. Voor de goede orde: het gaat er niet om de dorpen hun treinverbinding af te nemen. Het gaat er wel om de vroegere situatie te herstellen waarin de drie steden eens per uur door de intercity worden aangedaan, en eens per uur alle stations in Zeeland door een stoptrein. Is dat nou zo erg voor de dorpen? Er zijn ook nog fietsen voor scholieren en busverbindingen met de grotere stations. De staatssecretaris wijst dus naar het provinciaal bestuur, niet ten onrechte. Maar waar blijft de stem van de grote Zeeuwse steden? Zij behoren toch ook tot deze provincie? In de steden Vlissingen en Middelburg liggen aangenomen moties hierover. Moet zij niet uitgevoerd worden?

Henk Licher, stedenbouwkundige