Nieuws Duurzaamheid

Zo redt Verspillingsfabriek half miljoen kilo voedsel per jaar

De hoeveelheid eten die in de afvalbak verdwijnt, moet in 2030 zijn gehalveerd. Die afspraak maakt het kabinet vandaag met grote voedingsbedrijven en maatschappelijke organisaties. Bob Hutten redde met zijn Verspillingsfabriek een half miljoen kilo voedsel. Dat schrijft Parool.

Annemieke van Dongen | Foto: Koen Verheijden 20 maart 2018

Bob Hutten Verspillingsfabriek

In de koelcel van de Verspillingsfabriek staan kisten vol tomatenkontjes. Niet geschikt voor een broodje hamburger, dus gingen ze tot voor kort de biovergister in. Daarnaast: stronken bleekselderij waarvan de buitenste stengels een beetje vergeeld zijn. Champignons met iets te veel bruine plekjes. "Eigenlijk is het heel droevig wat hier allemaal binnenkomt," zegt Bob Hutten, terwijl hij een wat stoffige ui bemonstert. "Wat is hier nou mis mee?"

Jaar in bedrijf

In zijn Verspillingsfabriek maakt de cateraar uit Veghel soepen en sauzen van groenten die voorheen bij het afval belandden. Op 1 april is de fabriek officieel een jaar in bedrijf. In het eerste jaar 'redde' hij op die manier een half miljoen kilo voedsel.

100.000 kilo bananen

Dat had veel en veel meer kunnen zijn. Aanbod is er genoeg, verzucht Hutten. Krijgt hij weer een telefoontje. Of hij nog iets kan met een partij van 200.000 kilo pompoenen. Of 100.000 kilo bananen. "Het gaat om zulke enorme aantallen, daar ben ik echt van geschrokken. Om de voedselverspilling op te lossen heb je wel honderd verspillingsfabrieken nodig."

Geen conserveringsmiddelen

Toch draait de zijne nog lang niet op volle capaciteit, zo is te zien in de vrij lege fabriekshal. Met een enorme staafmixer roert een medewerker in een pan ketchup. In de ketel ernaast pruttelt 460 liter aardappelpreisoep. Drie dames met haarnetjes staan rond de machine die zakken met verse paprikasoep vult. Die leggen ze op een karretje. Zodra dat vol is, gaat het in een roestvrijstalen tunnel, waar de zakken onder hoge druk worden gepasteuriseerd.

Op die manier veranderen afgedankte tomaten in soep die ruim een maand houdbaar blijft, zonder dat er conserveringsmiddelen aan te pas komen, verklaart Hutten. "Dat is het beste voor de smaak." Hij heeft ruimte genoeg voor nog een paar fabriekslijnen. "Mijn probleem is niet of ik van al dat overtollige voedsel lekkere dingen kan maken. Dat is niet zo moeilijk. Maar wie gaat het allemaal kopen?"

Constante aanvoer

Een nieuw product krijg je niet zomaar in de schappen van een supermarkt, legt hij uit. "Daar gaat zo een half jaar overheen.'' De supermarkten hebben bovendien een constante aanvoer nodig, terwijl het aanbod van overtollige groente juist voortdurend wisselt. Ook in zijn eigen cateringbedrijf kan hij die verspilde voedingsmiddelen niet zomaar kwijt. "In de bedrijfskantines verkopen we misschien 200 liter broccolisoep, terwijl we in de fabriek 1000 liter per keer maken. We kunnen onze klanten moeilijk de hele week dezelfde soep voorzetten."

En dat de soep uit de Verspillingsfabriek van 'afval' is gemaakt, wil niet zeggen dat die goedkoper is. De ingrediënten zijn niet gratis. Hutten betaalt ervoor, zodat hij er ook eisen aan kan stellen. "Voedselveiligheid staat voorop, dus we kopen alleen reststromen die goed gecontroleerd zijn. We pellen geen schimmels van tomaten af."

Efficiëntie

Door de wisselende partijen - dan weer een grote, dan weer een kleine - kan de fabriek niet altijd even efficiënt draaien. Extra lastig voor de 35 fabrieksmedewerkers die, zoals dat heet, een 'afstand hebben tot de arbeidsmarkt' (wat past in de filosofie van Hutten, die ook 'verspild talent' wil voorkomen. Net zoals de fabriek is gevestigd in een 'verspilde' loods die al jaren leegstond.) "Zij hebben structuur en regelmaat nodig. Maar zowel de vraag als het aanbod fluctueren heel erg."

Partijtje hier, productje daar

De overheid zou voedingsbedrijven moeten verplichten hun dagelijkse verspilling in kaart te brengen, stelt de ondernemer. Hij droomt van een online marktplaats waar het aanbod van reststromen realtime is te zien. "Dan kunnen bedrijven zeggen: kom maar met die partij pompoenen, daar kan ik morgen wel wat mee. We zijn nu veel te fragmentarisch bezig; een partijtje hier, een productje daar. We moeten toe naar een ecosysteem van klanten en leveranciers, waar wij als verwerker een schakeltje in zijn."

Vraag en aanbod

Tot het zover is, probeert Hutten zo goed en kwaad als het kan aanbod en vraag beter op elkaar af te stemmen, in overleg met klanten als Jumbo, Sligro en cateraar Albron. Een winstgevende business is de fabriek echter nog lang niet: het eerste jaar boekte hij een verlies van zo'n 300.000 euro op een omzet van 900.000 euro. Daar ligt Hutten niet van wakker; het geld verdient hij met zijn cateringbedrijf met 1900 man personeel. Met de Verspillingsfabriek hoopt hij dit jaar quitte te spelen. "Ik ben dit uit idealisme gestart. Maar ik geloof wel in het verdienmodel. Al zou het mooi zijn als we over tien jaar dicht kunnen omdat er geen voedsel meer wordt verspild."

VERSPILLING, VAN BOERENERF TOT SUPERMARKT

Multinationals als Unilever, McDonald's, Ahold (het moederbedrijf van Albert Heijn) en Google beloven dat in 2030 nog maar de helft van het voedsel wordt weggegooid in Nederland ten opzichte van nu.

Om dat doel te halen, maakt het kabinet de komende vier jaar in totaal 7 miljoen euro vrij voor innovatie, onderzoek en voorlichting.

In de hele keten - van boerenerf tot supermarkt - wordt hier per jaar twee miljoen ton voedsel verspild. Bewuster omgaan met grondstoffen en energie bij de productie en het transport van voedsel is nodig om de klimaatdoelen van Parijs te halen. Daarnaast bespaart het geld, zegt minister Carola Schouten.

Ook de horeca draagt bij aan het terugdringen van de voedselverspilling. Instock bijvoorbeeld, een keten van drie restaurants, waarvan de chefs koken met onverkochte producten van plaatselijke Albert Heijns en leveranciers van de supermarktketen. In de afgelopen drieënhalf jaar hebben de drie restaurants in Amsterdam, Utrecht en Den Haag bijna 400.000 kilo eten 'gered'.

Het aanbod onverkocht eten is groter dan de koks kwijt kunnen. Daarom levert Instock vanuit het sorteercentrum ook aan andere restaurants en cateraars.