Nieuws Groei

Handmade spijkerbroeken van Paul Kruize gaan wereld over

Paul Kruize uit Enschede is jeansmaker. Echte denimliefhebbers leggen grif 575 euro neer voor een spijkerbroek uit zijn atelier. "Deel het door 20 uur: ik had beter loodgieter kunnen worden", zegt hij in Tubantia.

Mandy de Jong 16 mei 2017

Jeansmaker Paul Kruize

De spijkerbroek op zijn werktafel is voor een Amerikaan. Bestelling nummer 5 van deze klant. "Die man draagt geen confectie meer en wil een nieuwe garderobe", vertelt Paul Kruize (54) in zijn atelier in de Enschedese wijk Roombeek. Het eerste contact verloopt via social media, de maten gaan via de mail en de jeans ligt een maand later in de kledingkast. Op de factuur 20 arbeidsuren en een bedrag van 575 euro. Paul Kruize: "Deel 575 euro door 20 en ik had beter loodgieter kunnen worden. Ik word hier niet rijk van."

Z'n atelier in Roombeek ademt eenvoud, net als zijn ontwerpen. Geen toeters en bellen, geen snelle mode. "Alles wat je ziet aan details heeft een functie. Less is more." De Enschedeër werkte jaren als meubel- en interieurontwerper, maar begon bijna drie jaar geleden met zijn eigen label: Paul Kruize Jeans. Rijk wordt Kruize er niet van, wel gelukkig. "Denim is een van de weinige materialen die mooier worden als ze ouder zijn. Draag hem naar de kloten en het wordt jouw jeans."

Kleermaker

Kruize wilde als puber al kleermaker worden. Hij studeerde een blauwe maandag mode in Arnhem, maar vond de mode te 'vluchtig'. Maar na al die jaren is hij toch weer terug bij af. "Als je 50 bent, weet je meer dan wanneer je 20 bent. Nu heb ik een doel."

Kruize wil een vakman zijn en voor een tegengeluid zorgen bij die vluchtige mode. De jeansmaker doet niet aan trends. "Ik ben geen merk, ik ben een maker." Het resultaat van zijn vakwerk valt in de smaak bij Amerikanen, Aziaten, maar ook 'locals' hier. Zijn jeans passen in het huidige tijdsbeeld waarin er meer vraag is naar lokale productie en we ons bewuster worden van de herkomst van producten. "Alle 'middenmode' is weg. Je moet als ondernemer heel groot zijn of heel klein en exclusief."

Denimheads, zoals jeansliefhebbers worden genoemd, behoren tot een nichemarkt. Stoffen haalt Kruize uit Japan. Altijd 100 procent katoen. "Stretch vind ik een verschrikking."

Leeftijd

Hij werkt voor mannen, want vrouwen kopen vaak liever vijf keer een goedkope skinny jeans, dan één dure. Maar voor zijn eigen vrouw maakt hij graag een uitzondering. "Mijn dochter van twaalf heeft wel liever een strakke jeans. Hoort bij de leeftijd..."

Weggooicultuur

Confectie is over het algemeen rotzooi, zegt Kruize. Geld gaat voor kwaliteit. Grote concerns verschuiven hun productie nu naar Afrika, want zelfs Azië wordt te duur. Kruize noemt de instorting van het gebouw Rana Plaza in Bangladesh op 24 april 2013. Meer dan 1.000 mensen dood, en ruim 2.000 gewond. "Maar de consument draait zich om en koopt weer shit." Kruize begrijpt natuurlijk ook wel dat niet iedereen 575 euro voor een spijkerbroek kan betalen. "Maar waar het mij om gaat is hoe we omgaan met de kleding die we kopen." Het is de weggooicultuur waar hij een hekel aan heeft. "Denim gaat juist leven als het ouder wordt."

De kledingwereld moet volgens Kruize op de schop. Annemieke Koster van Enschede Textielstad en ontwerpster Hellen van Rees pleitten eerder in deze krant voor de terugkeer van textiel op Twentse grond. Kruize kent de dames, gelooft ook heilig in lokale productie. "Maar Enschede als textielstad krijgen we nooit meer terug."

Je moet als ondernemer heel groot zijn of heel klein en exclusief.

Paul Kruize, jeansmaker