Nieuws Technologie

Ali Niknam: ‘Ik steek zo nodig alles wat ik heb in Bunq’

Ali Niknam verfoeit het traditionele bancaire systeem. Het voldoet niet genoeg aan de wensen van klanten. Dus besloot hij Bunq op te zetten, een app om mobiel te betalen. ‘Bunq lost problemen op waarmee ik als ondernemer zelf ook altijd te maken had.’

René Bogaarts 25 april 2017

Ali niknam 1

Bunq is ontsproten aan de bovenkamer van Ali Niknam (35). De uit Iraanse ouders geboren ondernemer begon in 2012 met zijn innovatieve bedrijf, dat het best te beschrijven is als een app om mobiel te betalen, maar dan zonder gebruik te maken van de bestaande banken en de met hen verbonden platforms als iDeal. Om dat mogelijk te maken moest Bunq een bankvergunning hebben. Die werd in het najaar van 2014 door DNB verleend.

Borgstelling

Voorwaarde voor het verkrijgen van een vergunning was wel dat hij met een kleine zeventien miljoen euro aan borgstelling zou komen. Niknam slaagde daarin door het eerder door hem opgerichte, florerende webhostingbedrijf TransIP garant te laten staan. Eind 2015 ging Bunq officieel van start.

Voordelen

Volgens Niknam biedt Bunq ondernemers allerlei voordelen. ‘Het lost problemen op waar ik als ondernemer zelf ook altijd mee te maken had. In de boekhouding bijvoorbeeld, waar je vaak tussen het ene naar het andere systeem moet switchen. Overboekingen worden meteen verricht, het geld blijft nooit ergens op een rekening van de bank staan.

Met Bunq heb je realtime overzicht op de bankrekeningen. Er zal bijvoorbeeld nooit een klant voor de deur staan die zegt dat ie betaald heeft, terwijl jij dat niet weet. Je kunt het altijd meteen controleren’, zegt hij. Dat die klant dan ook Bunq moet gebruiken, spreekt natuurlijk voor zich.

Boekhouder

‘Een ondernemer kan ook ieder van zijn medewerkers een rekening en een pinpas geven. Als hij daar wat geld op zet en zorgt dat ze niet rood staan, hoeven ze niet voor elk wissewasje langs de boekhouder. Een paar schroefjes bij de bouwmarkt of taart voor een jarige collega kunnen zo digitaal betaald worden. Dat medewerkers dat bedrag eerst voorschieten en daarna bonnetjes inleveren, is op die manier overbodig.

Voor technisch onderlegde ondernemers is het bovendien heel interessant om hun eigen bedrijfssoftware te koppelen aan ons systeem’, vervolgt Niknam. ‘Dat is world shocking! Je moest eens weten hoe lang ik daar als ondernemer naar gezocht heb. En met Bunq kan dat naadloos.’

Niknam beklemtoont dat Bunq graag in samenspraak met klanten nieuwe dingen ontwikkelt. ‘Als klanten ons hun ideeën vertellen, kunnen wij daar verder mee. Niet voor niets is onze slogan Let’s Bunq Together. Het is de mindset die ons met onze klanten verbindt.’

Bovenkamer

Ali Niknam brandt zijn lippen aan de thee. ‘Dat gebeurt mij als ervaren theedrinker anders nooit’, zegt hij verontschuldigend, terwijl hij even terug loopt naar het keukentje om koud water te pakken. ‘Het zal wel komen dat ik weer bijna niet geslapen heb en niet zo scherp ben.’

Het heeft nogal wat voeten in de aarde gehad om Niknam te pakken te krijgen voor een interview, want de oprichter en enig eigenaar van bankenapp Bunq heeft het druk. Uiteindelijk wil hij ook maar drie kwartier uittrekken voor het gesprek.

80 uur per week

Dát, gecombineerd met het slaaptekort, roept de vraag op hoe hard Niknam eigenlijk werkt. Meer dan tachtig uur per week, schat hij in. Hij haalt zijn schouders op. ‘Is dat veel? Een week heeft 168 uren. Als je daar de zeven keer zeven uur vanaf trekt die je nodig hebt om gezond te slapen, dan hou je 119 uur over. Als je op een gegeven moment besluit om nog maar tachtig uur per week te werken, hou je nog altijd dertig uur over. In die tijd kun je enorm veel doen.

Wat dan? Ik ben voor het eerst in 26 jaar weer begonnen met pianospelen, een uurtje per week, een beetje pingelen. Verder hou ik van stappen met vrienden, lekker eten en drinken. Soms kijk ik Netflix, maar dan heb ik meestal wel een laptop op schoot. Want de bovenkamer’, zegt hij, wijzend op zijn hoofd, ‘die draait natuurlijk altijd gewoon door.’

Ondernemerschap

Niknam noemt zichzelf een echte ondernemer. Hij werd in Canada geboren uit Iraanse ouders die in dat land studeerden. Zijn eerste computerprogramma schreef hij op zijn negende, met beleggen begon hij toen hij vijftien was, en een jaar later begon hij zijn eerste bedrijf. Na zijn bachelor computer sciences in Delft besloot hij zich helemaal op het ondernemerschap te storten.

Dat hij zijn eigen pad kiest, blijkt op zijn antwoord op de vraag wat zijn ouders studeerden. ‘Mijn moeder deed iets met rechten. Wat mijn vader heeft gestudeerd, weet ik eigenlijk niet. Ik heb sinds mijn vijftien geen contact meer met hem. We hadden vaak ruzie. Op een gegeven ogenblik vroeg ik me af of ik met hem om zou gaan als hij mijn buurman was. Omdat het antwoord “nee” was, ben ik op mijn vijftiende het huis uit gegaan. Ik zie mijn ouders als een afgesloten hoofdstuk. Ik kijk altijd vooruit.’

Staatsobligaties

Anders dan andere banken probeert Bunq geen geld te verdienen door het geld van zijn klanten elders in te zetten. Integendeel, het geld wordt meteen in risicoloze staatsobligaties belegd. Er gebeurt niets mee. Bunq verdient zijn geld met abonnementen en een kleine fee per transactie. Dat is heel overzichtelijk.

Niknam verfoeit het huidige bancaire systeem, waarbij betalingsverkeer, spaartegoeden en beleggingen nauw met elkaar verweven zijn. Niet alleen omdat de banken uitmaken waarin het spaargeld van klanten wordt belegd, maar ook om de ondoorzichtigheid. ‘We waren een paar jaar geleden dicht bij een totale melt down van het financiële systeem, maar er is sindsdien weinig veranderd. Het enige dat helpt is grotere diversiteit van financiële instellingen.’

Geen winst

‘Het gaat uitstekend met Bunq’, zegt Niknam. ‘We maken nog geen winst, maar dat was ook nog niet de bedoeling. We focussen ons eerst op het verder uitbouwen van het bedrijf. Ik ga daarmee door totdat ik de kosten niet meer kan financieren met de winst van TransIP.’

Cijfers over omzet, resultaten en aantallen klanten wil Niknam echter niet geven. ‘We hebben ooit gezegd dat we de eerste week tienduizend gebruikers hadden. Vorig jaar november hebben we tijdens een update verteld dat we meer dan een miljoen transacties gehad hebben. En in februari hebben we bekend gemaakt dat we op tienduizend transacties per dag zaten’, is het enige dat hij erover kwijt wil.

Jaarverslag

Het door KPMG goedgekeurde jaarverslag over 2015, dat bij de Kamer van Koophandel is gedeponeerd, vermeldt echter een verlies van 3,5 miljoen euro en een omzet van 75.000 euro. Het jaar ervoor werd een verlies geboekt van 1,7 miljoen. Er werken inmiddels 72 mensen bij het bedrijf. Begin maart is Bunq actief geworden in Oostenrijk en Duitsland. ‘Dat gaat heel rustig. We willen eerst begrijpen wat de klanten daar precies willen, want wij pretenderen niet te weten wat goed voor hen is.’

Regelgeving

Dankzij zijn gedrevenheid heeft Niknam met Bunq aardig wat barrières weten te slechten. De belangrijkste werd volgens hem gevormd door de wet- en regelgeving die te maken heeft met de bankensector. ‘Het is een hele opgave om te dealen met compliance, om een legal department te hebben en een raad van commissarissen. De meeste startups komen daar pas later aan toe. Dat heeft ons heel veel energie gekost. De regelgeving leidde ons af van onze focus.’

Waar Niknam nu tegenaan loopt, is de nog steeds niet volledig geharmoniseerde regelgeving die elders in Europa geldt. Dat is vervelend, want Bunq wil zijn activiteiten verder uitbreiden. ‘Ik weet nog niet wanneer en ik weet nog niet in welke landen dat zal zijn’, zegt hij. ‘Ik ben ambitieus. Ik wil altijd sneller, maar het is de vraag of het sneller kan. We moeten meer betrokkenheid hebben. Daarom zijn we onlangs, naast reclame via social media, begonnen met tv-reclames. We hebben volgens mij een interessant verhaal te vertellen.’

Aandeelhouder

Financiering is het probleem niet. Volgens diverse media is de nu 35-jarige ondernemer goed voor een miljoen of achttien – een bewering waar hij overigens nooit op reageert. Niknam is enig aandeelhouder van Bunq.

Natuurlijk begrijpt hij dat externe aandeelhouders hem op een andere manier zullen adviseren dan medewerkers, commissarissen of anderen die op een of andere manier van hem afhankelijk zijn, maar dat kan hem weinig schelen. ‘Ik heb ooit gezegd dat ik liever een nier afsta dan externe investeerders aantrek. Nu zeg ik dat ik zo lang mogelijk op deze manier doorga omdat ik zo snel mogelijk een gezond bedrijf wil hebben. Ik steek zo nodig alles wat ik heb in Bunq, want er moet een alternatief voor banken komen. In een bepaalde fase kan het belangrijk zijn om externe aandeelhouders te hebben, maar ik hou het nu liefst zo simpel mogelijk. Ik wil me concentreren op de wensen van de gebruikers. Ik heb maar één adviseur nodig: de gebruiker.’

Wereldspeler

‘We hebben allerlei producten als halffabrikaat op de plank liggen. Afhankelijk van de wensen van de klanten pakken we die ervan af. Flexibiliteit en dynamiek zijn belangrijk. Het is mijn droom om van Bunq een wereldspeler te maken. Maar ik wil het moment dat we Bunq moeten besturen als een olietanker, zo lang mogelijk uitstellen.’

Als het aan Niknam ligt gaat Bunq op een gegeven ogenblik naar de beurs. Dat zijn bedrijf wordt overgenomen, bijvoorbeeld door een internationale bank, acht hij uitgesloten. ‘Ik ben geen exit-fetisjist. Mijn doel is een mooi bedrijf bouwen. Dat is met TransIP ook gelukt. Ik probeer de wereld ten goede te veranderen. Met Bunq lopen we nu anderhalf à twee jaar voor op andere bedrijven. Ik weet niet of we dat volhouden, maar we hebben een goede kans. Daarom werk ik ook zo hard.’