Nieuws Leiderschap

Veilig voor personeel? Werkgevers worstelen met meten van gevaarlijke stoffen

Werknemers die blootgesteld worden aan gevaarlijke stoffen moeten de garantie hebben dat ze veilig hun werk kunnen doen. Maar hun werkgevers worstelen met het kiezen van de juiste meetmethodes, constateert de Sociaal Economische Raad. Niet alleen de gezondheid, maar ook de privacy van werknemers komt zo in het geding. De SER komt met advies om bedrijven duidelijkheid te bieden.

Sanne Wolters (AD) 23 juni 2020

Stof

Foto: Shutterstock

Werknemers in bijvoorbeeld de petrochemie of procesindustrie werken met zware metalen zoals lood, kwik, chroom, nikkel en cadmium. Deze stoffen kunnen schadelijk zijn voor het personeel en voor gezondheidsproblemen zorgen. Lassers, slijpers en bijvoorbeeld medewerkers van een accufabriek kunnen dus elke dag gevaar lopen op de werkplek, schrijft het AD.

Biomonitoring

Om te voorkomen dat hun gezondheid inderdaad in het geding komt, moeten werkgevers de concentratie van gevaarlijke stoffen nauwgezet in te gaten houden. Dit gebeurt onder meer door metingen in de lucht. Dat kan door middel van conventionele meetmethoden, zoals een CO2-melder of andere sensoren die de concentratie van gevaarlijke stoffen in de lucht meten. Een tweede techniek is biomonitoring: x-metingen van de aanwezigheid van een stof in het lichaam, door bloed- of urinemonsters af te nemen.

''Het is van de situatie afhankelijk welke methode je gaat gebruiken en of de inzet hiervan, gezien ethische aspecten, ook wenselijk is''

Demi Theodori, beleidsmedewerker SER

Maar werkgevers zien inmiddels door de bomen het bos niet meer. Want wanneer gebruik je nou welke methode, wanneer kies je voor biomonitoring en wanneer voor sensoring en aan waar moet je dan precies rekening mee houden? Daarom stelde de Sociaal Economische Raad een advies op in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. ,,Het is van de situatie afhankelijk welke methode je gaat gebruiken en of de inzet hiervan, gezien ethische aspecten, ook wenselijk is. De mogelijke afwegingen hebben wij nu op een rij gezet, want werkgevers moeten weten hoe ze het personeel het beste kunnen beschermen”, zegt Demi Theodori, beleidsmedewerker van de SER.

Grenswaarde

Sommige gevaarlijke stoffen kun je beter in het lichaam meten omdat omgevingsmetingen niet precies genoeg zijn. ,,Alleen als een meting in de lucht onvoldoende informatie geeft over de gezondheidsrisico's voor werknemers, is biomonitoring een zinvolle aanvulling. Maar wel onder strikte voorwaarden”, zegt Theodori.

Zo moet een biologische grenswaarde van de stof zijn vastgesteld. ,,Grenswaarden geven een norm aan, net zoals hoeveel zout er in eten mag zitten. Alleen dan voor gevaarlijke stoffen. Biologische grenswaarden geven aan hoe hoog de concentratie mag zijn van die stoffen in je lichaam.” Voor lood is die biologische grenswaarde in 1984 vastgesteld op 70 microgram lood per 100 milliliter bloed en is het sindsdien mogelijk om deze gevaarlijke stof via het lichaam te monitoren.

"Alleen als een meting via de lucht onvoldoende informatie geeft, mag bi­o­mo­ni­to­ring onder strikte voorwaarden worden ingezet"

Demi Theodori, beleidsmedewerker SER

Privacy

Maar werkgevers lopen vervolgens tegen een volgend probleem aan, biomonitoring kan ervoor zorgen dat de privacy van de werknemers in het geding komt. Daarom mag een test alleen op vrijwillige basis plaatsvinden, een werkgever kan zijn werknemers niet verplichten. Daarnaast heeft alleen de bedrijfsarts toegang tot de resultaten en mogen ze met niemand anders dan de werknemer worden gedeeld, mits er reden is tot zorg. Dan schakelt de bedrijfsarts een arbeidshygiënist en wordt de werkgever geadviseerd over passende maatregelen.

Schijnveiligheid

De SER geeft de voorkeur aan conventionele metingen, met sensoren die ergens in de ruimte zijn bevestigd zoals bijvoorbeeld een CO2-melder. Maar dat kan ook met nieuwere technieken zoals wearables, sensoren die bijvoorbeeld op werkkleding gedragen worden. Theodori: ,,Hierbij is het ook de vraag hoe je dit dat inzet en onder welke voorwaarden. Is het bijvoorbeeld nodig om bij individuele werknemers metingen te doen, wat ook weer raakt aan de privacy, of kan dit ook via de lucht?”

Daarbij moet ook gekeken worden of de sensoren betrouwbaar genoeg zijn. ,,Er bestaan allerlei nieuwe technieken, daarvan moet duidelijk zijn of ze betrouwbare informatie geven. Daarnaast moet iedereen weten hoe de meting gedaan moet worden. Zo willen we voorkomen dat men te voorzichtig aan het werk gaat of juist te veel risico’s gaat nemen vanwege schijnveiligheid.”

Alles over, voor én door ondernemers in je mailbox.

Ontvang twee keer per week onze nieuwsbrief met inspirerende ondernemersverhalen en informatieve artikelen.