Nieuws Leiderschap

Opgestaan is plaats vergaan: vrouw verliest vaker leidinggevende positie

Vrouwen die uitstromen uit een managementfunctie, komen daarna minder vaak terug in zo'n functie dan mannen. Dat kan verklaren waarom er minder vrouwelijk talent doorstroomt naar de top van het bedrijfsleven, zegt onderzoeker Ans Merens in het AD.

Priscilla van Agteren | Foto: Shutterstock 16 maart 2019

Vrouwen leiding

Voor het SCP onderzocht Merens de uitstroom van mannen en vrouwen in leidinggevende functies. Zo'n 9 procent van de Nederlandse werkenden (rond de 650.000 Nederlanders) heeft leidinggevende taken met tien mensen onder zich. 'In dit onderzoek heb ik de grens gelegd bij tien of meer. Bij minder dan tien mensen kan het ook zijn dat je slechts tijdelijk leidinggeeft bij een project, dus die groep is niet meegeteld.'

Gericht op mannen

Ruim 40 procent maakt een of meerdere keren in hun loopbaan een overgang naar een lagere functie mee. Opvallend volgens Merens is dat deze uitstroom van mannelijke en vrouwelijke leidinggevenden gelijk is. 'Gezien eerder onderzoek had ik verwacht dat de uitstroom onder vrouwen groter zou zijn. Als vrouw sta je er in zo'n omgeving eerder alleen voor - er zijn niet zoveel vrouwen in leidinggevende functies - en de organisatiecultuur in veel bedrijven is meer gericht op mannen.'

De mate van verantwoordelijkheid in de functie heeft geen invloed op de uitstroomcijfers. 'Of iemand nou leidinggeeft aan twintig of 200 mensen, dat maakt geen verschil.' Verschil zit er wel in waar mannen en vrouwen terechtkomen als ze uitstromen: vrouwen gaan daarna eerder verder in een inhoudelijke functie. Van de vrouwen komt 58 procent terecht in een functie waarin zij geen leiding meer geven. Bij mannen is dit een stuk minder: 37 procent.

Meer onderzoek nodig

Een ontwikkeling die mede zou kunnen verklaren waarom er in Nederland veel minder vrouwen dan mannen een topfunctie bekleden, aldus Merens. 'Je ziet dat evenveel - ruim een derde - uitgestroomde vrouwen en mannen na twee jaar terugstroomt naar een leidinggevende functie. Maar doordat eerder meer vrouwen dan mannen terechtkwamen in een niet-leidinggevende functie, betekent dat dat de kweekvijver voor vrouwelijk leidinggevend talent kleiner is dan bij mannen, waardoor er minder vrouwen naar topfuncties kunnen doorstromen.'

Om de precieze oorzaken hiervan te vinden, is meer onderzoek nodig. 'Ik heb nu maar kunnen kijken naar de data over twee jaar na de uitstroom. Ook interessant zou zijn om de gegevens bijvoorbeeld zes jaar te vergelijken en te zien wat er dan in iemands carrière gebeurt en de factoren die dat beïnvloeden, in positieve en in negatieve zin.'

De kweekvijver voor vrouwelijk leidinggevend talent is kleiner dan bij mannen

SCP-onderzoeker Ans Meren