Nieuws Personeel

Wetsvoorstel WAB: dit kan er veranderen voor werkgevers

Vast wordt minder vast en flex wordt minder flex, zo belooft het wetsvoorstel dat minister Koolmees naar de Kamer heeft gestuurd. Het AD zet de belangrijkste maatregelen op een rij.

Laurens Kok 9 november 2018

Koolmees arbeidsmarkt wetsvoorstel

Dit verandert er als je vaste mensen in dienst hebt:

1. Je kunt personeel makkelijker ontslaan. De meest vergaande stap is de versoepeling van het ontslagrecht. Nu nog is het zo dat een werkgever bij de rechter moet kunnen aantonen dat een medewerker ontslagen moet worden vanwege één volledig bewezen, doorslaggevende ontslaggrond. Maar in de praktijk is er vaak sprake van een combinatie van factoren waarom een werkgever van een medewerker afscheid wil nemen. Denk aan iemand die regelmatig te laat komt, weleens ruzie met de baas maakt of soms broddelwerk aflevert. Straks is de optelsom (cumulatie) van dergelijke problemen voldoende grond om iemand de deur te wijzen.

2. Medewerkers krijgen meer geld mee als ze ontslagen worden. De werkgever die een beroep doet op de ‘cumulatiegrond’ (optelsom van redenen waarom iemand ontslagen zou moeten worden), is mogelijk wel duurder uit. De rechter kan bepalen dat deze in plaats van de standaard ontslagvergoeding (in 2018 maximaal 79.000 euro) nog eens de helft daarvan éxtra kwijt is.
Om kleine werkgevers te ontzien, komt Koolmees met een compensatieregeling als zij wegens ziekte of pensionering besluiten hun zaak op te doeken. Op die manier krijgen hun werknemers geld mee zonder dat zij die vergoeding uit eigen zak moeten betalen.

3. Je kunt medewerkers makkelijker een vast contract geven. Er komt een financiële prikkel om bedrijven meer mensen in vaste dienst te laten nemen. De ww-premie die werkgevers afdragen voor vaste krachten ligt straks lager dan de premie voor flexkrachten. Tegelijkertijd geldt voor medewerkers die meteen in vaste dienst worden genomen een langere proeftijd: de eerste vijf maanden kan de werkgever dit vaste dienstverband zonder opgaaf van reden alsnog ontbinden. Wel ben je over deze gewerkte maanden een transitievergoeding verschuldigd.

Dit verandert er als je tijdelijke krachten hebt:

1. Oók tijdelijke krachten hebben recht op een vergoeding bij ontslag. De transitievergoeding komt als het aan Koolmees ligt ook binnen handbereik van tijdelijke krachten: in plaats van pas na twee jaar krijgen alle medewerkers, vanaf de eerste dag dat zij werken, recht op deze transitievergoeding. Wie meer dan tien jaar voor dezelfde baas heeft gewerkt krijgt echter minder dan nu nog het geval is: straks bouwt iedereen per gewerkt jaar een derde maandsalaris op, ongeacht het aantal dienstjaren.

2. Werknemers hoeven pas na drie jaar een vast contract te krijgen. Koolmees herstelt daarmee de maatregel dat medewerkers met een tijdelijk contract pas na drie jaar een vast contract aangeboden hoeven te krijgen. Onder het vorige kabinet werd die periode nog verkort tot twee jaar.

3. Er hoeft nog maar een pauze van drie maanden tussen contracten te zitten. Voorheen moest je altijd een halfjaar pauze inlassen tussen een reeks van tijdelijke contracten. Hoe dit in de praktijk wordt uitgevoerd, laat Koolmees aan de cao-tafels. Voor invalkrachten in het primair onderwijs komt een aparte uitzondering.

Dit verandert er als je werkt met payrollers:

1. Werknemers die op payrollbasis werken moeten straks evenveel betaald krijgen als collega’s die in dienst zijn.

2. Ook krijgen payrollers recht op pensioen. Tegelijkertijd wil Koolmees oproepkrachten in bescherming nemen: zij moeten minimaal vier dagen van tevoren horen wanneer zij geacht worden te werken. Wordt de oproepkracht daarna alsnog afgezegd, dan behoudt die recht op loon. In cao's kan overigens wel worden afgesproken dat de termijn van vier dagen wordt verkort naar één dag.