Nieuws Personeel

Nog een lange weg te gaan voor topvrouwen

Ze zijn goed én ze zijn met velen. Hoogopgeleide vrouwen zijn niet weg te denken van de werkvloer. Het gaat steeds beter, maar doorstromen naar de top blijft moeilijk. Hoe staan we ervoor? En hoe kunnen we de kurk laten knallen? Het Algemeen Dagblad zocht het uit.

Natasja de Groot | Foto: ANP/Koen van Weel 1 maart 2017

ANP 31943521 koenvanweel zakenvrouw danny hollestelle

Om maar te beginnen met het onderwijs: vrouwen doen het beter dan mannen. Inmiddels zijn vrouwen tot 45 jaar gemiddeld genomen hoger opgeleid dan mannen. De studentenpopulatie is inmiddels in meerderheid vrouwelijk.
Meisjes halen niet alleen betere cijfers, er is ook minder studie-uitval, zij halen hun diploma sneller dan mannen én doen tijdens hun studie vaker relevante werkervaring op dan jonge mannen.

Kansen

Goed nieuws dus. Nu zou je kunnen denken: die basis geeft vrouwen vast een flinke voorsprong op de arbeidsmarkt. Nou, mooi niet. De kansen van vrouwen zijn wat dat betreft niet groter dan die van mannen. Na het behalen van een mbo-, hbo- of wo-diploma vindt de overgrote meerderheid (80 procent) van alle afgestudeerden, jongens en meiden, binnen een jaar werk.

Deeltijd

Opvallend genoeg gaan vrouwen in hun eerste baan vaker dan mannen in deeltijd werken. Waar dit precies aan ligt, durft het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) niet te zeggen. Een van de verklaringen zou kunnen zijn dat vrouwen in sectoren werken met minder fulltime banen.Of, een andere verklaring van het SCP: vrouwen hebben andere wensen of ambities dan mannen. Wat ook een rol zou kunnen spelen is dat vrouwen tijdens hun eerste jaren werk minder positief zijn over hun baan. Dat stimuleert in elk geval niet om méér te gaan werken en om vol voor een carrière te gaan.

Inkomsten

Er is overigens wel een lichtpuntje te melden: vrouwen verdienen volgens het CBS steeds meer. Tot hun 30ste zelfs meer dan mannen van dezelfde leeftijd in het bedrijfsleven. Bij de overheid geldt dat zelfs tot 36 jaar.
De kloof tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt wordt groter als er kinderen in het spel komen. Het is een bekend gegeven: vrouwen gaan vaker in deeltijd werken, terwijl mannen fulltime aan de bak blijven.

Promotie

Logischerwijs: parttimers werken minder en maken dus ook minder kans op promotie. En daar gaat het voor vrouwen vaak mis wat betreft hun weg naar de top. In de honderd grootste bedrijven in Nederland is nu bijna één op de vijf leden van de raad van bestuur of raad van toezicht vrouw.

Verhouding

Ook in de non-profit sector is de verhouding topmannen-topvrouwen zwaar ongelijk. In de top van de sociaaleconomische sector en in de leiding van maatschappelijke organisaties, daar waar juist veel vrouwen werkzaam zijn, is het helemaal dramatisch gesteld. Daar is in de afgelopen jaren zelfs een negatieve trend waar te nemen.

Zo staat het er dus voor met de carrièrekansen van vrouwen. Zeker gezien het leger aan vrouwen dat klaarstaat om de top te bestormen, is er nog genoeg ruimte voor verbetering. Hedy d'Ancona, oud-minister en mede-oprichtster van feministisch maandblad Opzij denkt dat er echt iets moet gebeuren: “Als je kijkt hoeveel vrouwen er nu aan de top zitten, dan is het nog bedroevend gesteld met de vrouwenemancipatie.”

Oplossingen

Wat moet er dan gebeuren om de kurk te laten knallen? d'Ancona is onder meer voorstander van een vrouwenquota, ofwel een minimumaantal vrouwen aan de top van bedrijven, in de wetenschap of in de politiek. Daarnaast zouden bedrijven flexibeler kunnen omgaan met arbeidstijden. Zoals eerder al bij de rechterlijke macht is gebeurd. d'Ancona: “Daar hebben vrouwen meer vrijheid om hun eigen tijden in te delen en is het makkelijker gemaakt om het werk te combineren met zorgtaken.”

Vrouwenemancipatie

Ook hoogleraar Laura den Dulk aan de Erasmus Universiteit Rotterdam vindt er nog wel wat kan gebeuren om vrouwenemancipatie te bevorderen. Zo wil ze betaalbare kinderopvang zodat vrouwen een betere balans kunnen vinden tussen werk en privé. De politiek voert wat dat betreft een zwabberkoers, vindt zij.

Een andere grote stap is volgens Den Dulk een langer vaderschapsverlof. In Nederland is het verhoogd naar vijf dagen, maar in veel andere landen is twee weken geen uitzondering. “Vaderschapsverlof is niet alleen goed voor de ontwikkeling van het kind, het draagt bij aan de carrière van vrouwen en een hogere arbeidsparticipatie van moeders.”

Tot slot zouden vrouwen gebaat zijn bij meedenkende werkgevers die niet bang zijn om stereotypes te doorbreken. “Ontzeg jonge of aanstaande moeders geen promotiekans. Soms moet je ook als baas de vrouwen een duwtje in de rug willen geven.”

Op de foto: Zakenvrouw van het Jaar 2015 Danny Hollestelle, directeur van Koninklijke Hollestelle Groep, slaat de gong en opent daarmee de beurshandel.

Als baas moet je soms vrouwen een duwtje in de rug willen geven

Laura den Dulk, hoogleraar