Nieuws Personeel

Topeconoom Baarsma: ‘Stop met vaste contracten, alleen nog contracten voor pakweg 5 jaar’

De economie groeit als kool, maar topeconoom Barbara Baarsma (Rabobank, SER) waarschuwt dat de structurele kracht van Nederland ver onder de maat is. Gelukkig heeft de topeconome een pittige recept om het land weer gezond te krijgen. Zij sprak tijdens de Week van de Ondernemer in Rotterdam op 27 september.

René Bogaarts | Foto: Christiaan Krouwels 6 september 2017

Barbara Baarsma 3

‘Soms hoor je mensen vragen wanneer het nou eens afgelopen zal zijn met reorganiseren’, zegt topeconoom Barbara Baarsma. ‘Mijn antwoord is helder: nooit meer! De belangrijkste economische trend van deze tijd is dat alles verandert. En de belangrijkste vaardigheid die je moet bezitten, is dat je je voortdurend kunt aanpassen.’

Arbeidscontracten

Baarsma (47), hoogleraar marktwerking- en mededingingseconomie aan de Universiteit van Amsterdam, directeur Kennisontwikkeling bij de Rabobank, en Kroonlid van de SER, heeft duidelijke opvattingen. Om er een paar te noemen: arbeidscontracten voor onbepaalde tijd moeten vervangen worden, het topsectorenbeleid moet op de schop, en het hypotheken- en pensioenstelsel is aan herziening toe.

Baarsma: ‘Het gaat conjunctureel goed met Nederland. Waar onze economie een paar jaar geleden tot de slechtste van Europa behoorde, doen we het nu beter dan de meeste andere landen, zeker beter dan onze buurlanden. Maar we moeten ons geen zand in de ogen laten strooien. Structureel staan we er veel minder goed voor.’

Globalisering

Dat de maatschappij voortdurend verandert, heeft volgens Baarsma vooral te maken met technologische ontwikkelingen en de globalisering. Daarnaast zullen we in toenemende mate last krijgen van demografische ontwikkelingen.

‘Als je structureel wilt groeien, heb je eigenlijk maar twee knoppen om aan te draaien’, legt ze uit, terwijl ze in haar zonnige appartement in Amsterdam-Zuid voorzichtig van haar hete thee nipt. ‘Dat zijn het arbeidsaanbod en de productiviteit. Wat dat eerste betreft: de verhoging van de aow-leeftijd is de beste zet die het kabinet heeft gedaan. De economie groeit dit jaar naar verwachting met ruim 3%, maar het structurele groeivermogen schatten we voor de jaren daarna op 1,2%.’

Barbara Baarsma is een van de sprekers tijdens de Week van de Ondernemer op 27 september in Rotterdam en op 11 oktober in Eindhoven. Aanmelden kan hier.

Ze geeft meteen toe dat de timing van die verhoging, midden tijdens de crisis, ‘uitermate slecht’ gekozen was. ‘We repareerden het dak terwijl het regende. Ik herinner me dat de WRR er al in 1992 een advies over uitbracht. WRR-voorzitter Piet Heijn Donner waarschuwde toen dat zo’n maatregel pijnlijker zou worden als we er langer mee zouden wachten. Kennelijk hadden we een crisis nodig om die verhoging in te voeren.

Aow-leeftijd

Nu de aow-leeftijd dan eindelijk is verhoogd, valt er volgens Baarsma weinig meer te sturen met het arbeidsaanbod – hoewel haar tussen neus en lippen door uitgesproken verzuchting dat ‘vrouwen die in deeltijd werken, kennelijk niet te verleiden zijn om meer te gaan werken’ toch nog een mogelijkheid toont.

Het verhogen van de productiviteit zal ook nog een hele uitdaging worden, zo blijkt. ‘Nederland behoort tot de top-5 van productiefste landen ter wereld’, zegt Baarsma. ‘Maar we kunnen nog wel aan die knop draaien. We hebben bij de Rabobank onlangs een boeiend onderzoek gedaan. We denken vaak dat de maakindustrie het productiefst is, omdat daar veel met machines gewerkt wordt en zo, maar het ligt genuanceerder. De grote verschillen in productiviteit blijken namelijk niet tússen sectoren te zitten, maar bínnen sectoren. Denken in sectoren is niet meer adequaat, denken in sectoren is ouderwets.’

Productiviteit

‘Het draait bij productiviteitsverhoging om andere thema’s’, zegt Baarsma. ‘We zijn er nog niet helemaal uit welke dat zijn, maar we hebben op basis van literatuuronderzoek de indruk dat de productiviteit van bedrijven hoger is als er buitenlandse elementen in het spel zijn, zoals export, de aanwezigheid van buitenlandse concurrenten of buitenlandse eigenaren. En uit de data die we hebben verzameld, blijkt het grote belang van de kwaliteit van het management.’

De zachte pianomuziek op de achtergrond is duidelijk hoorbaar als ze even nadenkt, voordat ze eraan toevoegt dat zij zelf het idee heeft dat de productiviteit ook nog verhoogd kan worden als het concept ‘een leven lang leren’ nu eens werkelijkheid zou worden.

Kleine bedrijven

Baarsma aarzelt als gevraagd wordt of er ook verschillen in productiviteit zijn tussen kleine en grote bedrijven. ‘Daar is in Engeland een onderzoek naar gedaan’, zegt ze, en ze snelt naar haar werkkamer om de onderzoeksresultaten ervan op te halen. ‘Die verschillen zijn niet echt significant’, zegt ze, wijzend op een van de grafieken uit het Britse onderzoeksrapport.

Belangrijker vindt ze dat de grootste productiviteitswinst te behalen is bij bedrijven in de middenmoot. ‘Daar zit de massa. Als je daar iets wint, zet dat zoden aan de dijk. Het is natuurlijk logisch, maar het gebeurt niet.’

Waarom niet? Ze haalt haar schouders op. ‘De bedrijven in de middengroep zijn niet zielig en niet zo mediageniek, denk ik. Als overheid moet je volgens mij generiek beleid voeren, geen keuzes maken voor sectoren.’

Topsectorenbeleid

Vroeger steunde Nederland bedrijven die verliezen leden, zoals in de scheepsbouw en de textiel, terwijl er nu een topsectorenbeleid is. Dat beleid, met zijn speciale aandacht voor excellente bedrijven in sectoren waarin Nederland uitblinkt, mag van Baarsma worden verlaten. ‘Productiviteitsverhoging heeft niet zozeer te maken met sectoren en het gaat niet om “backing the winners”. Er is beleid nodig om nieuwe winnaars te laten bloeien, en niemand weet waar die nieuwe winnaars opstaan.’

Baarsma roept in herinnering dat er in de eerste jaren van het topsectorenbeleid geklaagd werd dat de aandacht te veel naar grote multinationals uitging. ‘Daar is onder druk van het mkb wel verandering in gekomen. Ook die bedrijven worden tegenwoordig bij dat beleid betrokken.’

Verder filosoferend zegt ze, haar kritiek iets nuancerend, dat de kennis die bij de top verzameld wordt over bijvoorbeeld productiviteitsverhoging en managementstijlen, wellicht doorsijpelt naar de laag eronder, zodat die ook beter gaat presteren.

Bijscholen

Een paar keer tijdens het interview beklemtoont Baarsma dat ze een fantastische combinatie van banen heeft. ‘Ik ben dol op toegepaste economie. Bij de bank zie ik precies hoe de economie in de praktijk werkt. Dat kan ik dan terugbrengen naar de wetenschap. En vervolgens kan ik de kennis weer teruggeven aan de klanten van de bank. Heerlijk! Als SER-Kroonlid mag ik bovendien wetenschap en politiek met elkaar verbinden.’

Die positie stelt Baarsma ook in staat te onderzoeken of productiviteit inderdaad wordt verhoogd als mensen zich laten bijscholen.‘ Arbeidskrachten worden daartoe te weinig geprikkeld. Bijscholing stelt mensen echter in staat naar een andere baan over te stappen als ze minder productief worden. Daarom moeten we de arbeidsmarkt hervormen. Arbeidscontracten voor onbepaalde tijd moeten worden afgeschaft, er zouden alleen nog contracten voor pakweg vijf jaar mogen worden afgesloten. Voor wie nu een tijdelijk contract heeft, is dat een verbetering. Maar ook voor wie al dertig jaar hetzelfde werk doet, is het goed. Natuurlijk geeft het onzekerheid, maar het houdt mensen scherp, het zorgt dat ze weerbaar moeten en willen blijven. Mensen moeten ook zelfverzekerd kunnen denken: “Wat zal mijn baas doen om het grote talent dat ik ben, vast te houden, om ervoor te zorgen dat ik niet naar een ander bedrijf overstap?”’

Loondoorbetaling bij ziekte

Voor mensen die buiten de boot vallen als ze om de vijf jaar opnieuw op zoek moeten gaan naar een nieuwe baan omdat ze een grote kennisachterstand hebben, is een nieuw in het leven te roepen verzekering nodig. En als een arbeidscontract minder risico’s voor werkgevers met zich meebrengt, bijvoorbeeld door minder lange loondoorbetaling bij ziekte, dan neemt de vraag naar arbeid toe. ‘Mensen komen niet zonder werk te zitten, maar zullen af en toe ander werk moeten gaan doen’, zegt ze. ‘Bovendien biedt het veel meer instapmomenten om een baan te vinden.’

Woningmarkt

Volgens Baarsma heeft Nederland een uniek probleem. Het bewijs daarvan ziet ze in de economische crisis van 2012 waarin ons land verzeild raakte. Waar omringende landen zich snel na de financiële crisis van 2008/2009 herstelden, raakte Nederland in 2012 in een tweede dip. ‘Macro-economisch gezien is ons land instabiel. Maar het goede nieuws is dat de oorzaken daarvan in ons eigen land liggen en we er dus ook zelf wat aan kunnen doen. Dat zijn de pensioenen en de woningmarkt.

Tijdens de financiële crisis daalden de beurskoersen en de rendementen. Heel veel pensioenvermogen verdampte, premies gingen omhoog en uitkeringen daalden. Dat maakte mensen onzeker, waardoor ze minder gingen uitgeven. Door de dalende huizenprijzen kwamen de huizen van flink wat mensen met een hypotheek onder water te staan. Die twee trends zijn pro-cyclisch, ze hielpen niet om uit de crisis te komen, maar veroorzaakten die tweede dip. Typisch voor Nederland.’

Hypotheekstelsel

Die instabiliteit wordt volgens Baarsma veroorzaakt door het gegeven dat Nederland én een enorm pensioenvermogen én een torenhoge hypotheekschuld heeft. ‘Een lange balans maakt je gevoelig voor tegenwind, dat weet iedere ondernemer’, zegt ze.

Aan een oplossing wordt al gewerkt, maar het gaat volgens haar niet snel genoeg. De hypotheekrenteaftrek zou verder beperkt moeten worden. En voor mensen die dan geen huis meer kunnen of willen kopen, moet het middensegment van de huurmarkt worden ontwikkeld.

‘Bij de pensioenen is het wat ingewikkelder’, vervolgt ze. ‘Maar het komt er in de kern op neer dat we individuele regelingen moeten krijgen met een collectieve risico-afdekking. Het moet pensioendeelnemers duidelijk zijn dat er ook risico’s bij hen liggen.

Pensioenopbouw

Daarnaast zou de fiscale facilitering van de pensioenopbouw verminderd moeten worden. Nu mogen mensen tot een ton belastingvrij aan pensioen sparen, en betalen ze pas belasting als ze eenmaal met pensioen zíjn. De overheid moet dat gat voorfinancieren. Dat maakt de schuld van Nederland groter dan nodig is, weer dat verhaal van lange balansen. Als we al die dingen aanpakken, wordt Nederland structureel gezonder.’

Macro-economisch gezien is ons land instabiel

Topeconoom Barbara Baarsma