Nieuws Personeel

Dit zoekt de jongste werkende generatie in een baan

Nederland is kampioen deeltijdwerk, zo valt er in Het Parool te lezen. Maar waarom eigenlijk? Een serie over persoonlijke keuzes in de verdeling van werk en zorg. Vandaag: wat zoekt de jongste werkende generatie in een baan.

Vera Spaans | Foto: Ivo van der Bent 3 januari 2019

Jongste werkende generatie baan

In een zaal in een pand aan de Amsterdamse Herengracht klinkt opeens applaus. Een vrouw die Sonja heet staat op en zet op een groot vel papier een streepje bij de dinsdag, onder de letter T. Ze heeft zojuist een Toon verkocht, het kastje waarmee klanten van Eneco hun energieverbruik kunnen meten. High five van de teamleider. Rechts van de T staat de K, van ketel: daaronder kun je een streepje zetten wanneer je een cv-ketel aan de man hebt gebracht.

We zijn op bezoek bij Uitblinqers. In dit contactcenter werken, verdeeld over twee vestigingen, zo'n 450 mensen: meer dan de helft studenten, verder twintigers en een enkele dertiger. Millennials dus, en de oudere telgen van generatie Z, geboren tussen 1995 en 2010. We vragen hun werkgevers, Bas Diepeveen (31) en Hugo Gubbels (35), naar hun beeld van de jongste werkende generatie. Hoe denken de werknemers van de toekomst over de balans tussen werk en privé?

Die streepjes op zo'n vel papier, dat is natuurlijk een beetje old skool, zegt commercieel directeur Bas Diepeveen. Een verdieping lager worden de targets in real time bijgehouden, op een computerscherm. Zo is in één oogopslag duidelijk wie het goed doet, wie deze week het meest verkocht heeft - en dus ook wie nog achterop blijft.

Confronterend? Welnee. "Dit zijn allemaal mensen die heel graag de beste willen zijn. Ze willen gewoon weten of ze het goed doen. En als ze het niet goed doen, dan gaan wij ze helpen."

Hard rennen

Beneden zit Hugo Gubbels, oprichter van Uitblinqers, naast een enorme schaal koekjes ('Dit is ons ontbijt'). "Deze generatie wil snel impact maken, resultaten boeken. De allerjongsten willen gewoon geld verdienen en een kader krijgen: weten wanneer ze succesvol zijn. De iets ouderen willen weten hoe ze zich kunnen ontwikkelen, en dat zo snel mogelijk."

Wat Gubbels en Diepeveen doen: zorgen dat hun medewerkers snel kunnen groeien, en daar ook voor worden beloond. Diepeveen: "Ze willen graag gezien worden, maar dan gaan ze ook heel hard rennen." Gubbels: "Wij vragen ons alleen weleens af of deze mensen vroeger hun spruitjes wel hebben moeten opeten. Ik denk van niet. Ze gaan namelijk volle bak voor de frietjes. En dat doen ze super. Maar die spruitjes - datgene wat ze niet leuk vinden - die laten ze liggen."

Een voorbeeld: de hr-afdeling, die ook bestaat uit mensen van halverwege de twintig, vindt het heel leuk om nieuw talent aan te trekken. "Dat is die snelle succesbeleving," zegt Gubbels. Maar het proces stokt wanneer er dossiers moeten worden aangemaakt en de administratie moet worden gedaan. De afwerking.

'Eat the shit'

"De minder sexy dingen. Zorgen voor de broodnodige informatie zodat we kunnen evalueren en controleren, vinden ze veel moeilijker. Daar moet je echt je organisatie op inrichten: het heeft geen zin om mensen van die generatie iets te laten doen wat ze niet echt leuk vinden." Verwend? Misschien. "Het is niet zo dat ze niet meedenken. Ze willen van die spruitjes best een bloemkool maken, iets wat ze wel lekker vinden. Ze denken wel mee over oplossingen. Maar eat the shit, gewoon doen wat je moet doen, dat doen ze niet zomaar, nee."

Gubbels en Diepeveen hebben weleens gekeken of ze niet ook wat oudere mensen moesten aannemen. "Maar mensen van 40, 45 gedijen niet zo goed met deze generatie. Die vinden ze te rommelig, te snel, overhaast."

De staf van Uitblinqers werkt grotendeels fulltime. Ook de vaders en moeders. Gubbels: "Bij ons is het up or out, je maakt promotie of je vertrekt, dus misschien hebben wij niet de dwarsdoorsnede van de millennial in huis. Maar de mensen die bij ons weggingen, zeiden: de balans tussen werk en privé vind ik niet meer leuk - en dan gaat het echt om leuk, niet om de zorg voor kinderen. Dat zijn mensen van 30, 32, die hun eerste echte teleurstelling hebben gehad. Die zien een vestigingsmanager van 23 en denken: shit.”

Moeite met tegenslagen

Millennials vinden het moeilijk om met tegenslagen om te gaan, zegt hij. "Dus dan vluchten ze in het verschuiven van de balans van werk naar privé, in de hoop op meer fun in hun vrije tijd." Dat wordt nog wat met deze generatie: "Zij gaan ertegenaan lopen dat het ze niet is gelukt hun dromen waar te maken. En dan gaan ze werk zien als een must om hun privéleven overeind te houden. Dus zoeken ze een andere werkgever, die wel sexy is, en schakelen tegelijk een tandje terug, zodat ze op festivals kunnen staan en vieren dat ze een tof leven hebben."

De stugheid van de grote bedrijven is voor deze generatie een ramp, zegt Gubbels. "Banken, bijvoorbeeld, proberen agile te werken om een beetje tempo erin te krijgen, maar ze blijven bijzonder bureaucratisch. Als jonge medewerker heb je dus weinig impact. Je mag dan misschien wel meedenken, maar dan komt er een hobbel, en nog één, en dan zijn zij allang afgehaakt. Zij willen resultaat, en dat krijgen ze niet in een bureaucratische omgeving."

Gelijkgestemden

Generatie Z is nog vooral bezig met leuk, zegt Gubbels. "Het gaat ze in eerste instantie om geld om leuke dingen te kunnen doen. Maar in deze arbeidsmarkt haal je ze alleen binnen als ze het op het werk ook leuk hebben. Ze willen werken met gelijkgestemden, in een gezellige omgeving, op een mooie locatie, waar ze weten wanneer ze het goed doen - maar vooral ook waar ze onderling een hoop fun hebben."

Dus kunnen de verschillende teams tegen elkaar battelen: welk team verkoopt het beste, of wie scoort het hoogst op klanttevredenheid. Kunnen ze een scooter mee winnen, of een vakantie. Geen bonussen - dat blijkt verkeerd gedrag in de hand te werken. En elke maand is er een masterclass, gericht op algemene ontwikkeling, elke drie maanden een feest.

Commitment

Het goede nieuws: als ze plezier hebben, vervagen de werktijden, ziet Diepeveen. "Als je mensen laat doen wat ze goed kunnen, dan merk je dat om vijf uur 's middags de telefoon niet uitgaat. Er is niemand hier met een aparte werk­telefoon, niemand vindt het een probleem om 's avonds nog te whatsappen als er opeens extra mensen moeten worden gezocht."

Dat geldt evengoed voor de jonge ouders in het bedrijf. Gubbels: "Wij geven hun de ruimte waar die nodig is: een afspraak bij het consultatie­bureau, of als ze later zijn omdat ze hun kind naar de crèche moeten brengen. Daar moet je als werkgever flexibel in zijn. Wat zij ervoor teruggeven, is commitment."

Thuiswerken is niet iets wat hun mensen graag doen, merkt Gubbels. "Ze willen wel een kantoor. Maar thuis iets afmaken, of een beetje ruilen zodat ze overdag iets met hun kind kunnen doen en dan 's avonds nog wat werken - dat gaat vanzelf. Zolang ze het maar leuk vinden. Die spruitjes, die gaan ze niet in de avond doen."