Nieuws AOV

Zo belangrijk kan een 'broodfonds' voor zzp'ers zijn

Werken als kleine zelfstandige heeft zo zijn voordelen. Je bepaalt zelf hoeveel je werkt en er hijgt geen baas in je nek, want dat ben jezelf. Maar wat nou als je door ziekte een tijdje bent uitgeschakeld? Dan kan een 'broodfonds' uitkomst bieden.

Annelies Bontjes 18 december 2019

Broodfonds zelfstandige zzp

Illustratie: ©Pieter M. Dorrenboom

Marjolein van der Linden (49) werkt als business mentor en is sinds vier jaar aangesloten bij een broodfondsgroep in Bussum - een fijn sociaal vangnet om op terug te kunnen vallen als dat nodig is. Kom daar maar eens om bij een verzekeraar, als je daar een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) wilt afsluiten.

,,Dat is voor mij financieel geen optie, omdat ik allerlei uitsluitingen krijg vanwege mijn chronische reuma en astma'', zegt Van der Linden in het AD. Bij het broodfonds werd niet gevraagd naar haar medische verleden. ,,Dat was een verademing. Je bent niet verplicht die informatie te delen en er wordt niet gekeken naar leeftijd. De basis is vertrouwen. We gaan er vanuit dat leden zich alleen ziek melden als het echt niet meer gaat.''

Te duur voor zelfstandig ondernemers

Een aov is voor veel zelfstandig ondernemers te duur: vier op de tien heeft zelfs helemaal niets geregeld. Dan is een broodfonds een financieel laagdrempelig alternatief. Leden storten maandelijks een vast bedrag op een broodfondsrekening. Als een lid langdurig ziek wordt en daardoor niet of minder kan werken, ontvangt hij of zij maandelijks een schenking van alle andere deelnemers, gedurende maximaal twee jaar.

Hoe hoog die schenking is, hangt af van het zogenoemde deelnameniveau dat voor alle broodfondsen geldt. In geval van ziekte kun je tussen de 750 euro en 2.500 euro netto per maand ontvangen, afhankelijk van je maandelijkse inleg die tussen de 33,75 en 112,50 euro ligt.

25 tot 50 zelfstandigen

Een broodfonds bestaat uit 25 tot 50 zelfstandigen met de meest uiteenlopende beroepen. ,,Hoveniers, advocaten, huisartsen, de groepen zijn heel divers'', zegt Biba Schoenmaker. Zij is een van de oprichters van BroodfondsMakers, dat alle broodfondsen begeleidt ,,We wilden iets opzetten dat sociaal en duurzaam was, met als voorwaarde dat het collectief en betaalbaar moest zijn.''

De leden komen minstens één keer per jaar bijeen om gezamenlijk het beleid af te spreken. Als iemand ziek wordt, zijn er geen controlerende artsen. Daarom is het belangrijk dat je elkaar kent. De eerste groep ging van start in 2006. Inmiddels bestaan er 535 broodfondsgroepen met in totaal bijna 25.000 deelnemers, verspreid over alle provincies in Nederland. Nog wel een bescheiden aantal, gelet op de ruim 1,1 miljoen zzp'ers die Nederland inmiddels telt.

''Ik betaalde me scheel aan premie, terwijl ik niet eens zeker wist of de verzekeraar zou uitkeren als ik het nodig had''

Trijntje Kootstra, zelfstandige

Netwerk

Trijntje Kootstra (54) ziet een duidelijk meerwaarde in de broodfondsgroep in Culemborg, waarvoor ze zeven jaar geleden zelf het initiatief nam. ,,Mensen helpen elkaar en qua netwerk kun je echt iets aan elkaar hebben. Zo is de loodgieter hier ook weleens thuis geweest en kon de therapeut mij doorverwijzen toen ik hulp nodig had.''

Kootstra doet 'van alles en nog wat' maar vooral projectmanagement bij maatschappelijke organisaties. Aanvankelijk koos ze voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering toen ze in 2009 volledig zelfstandig werd. ,,Maar ik betaalde me scheel aan premie, terwijl ik niet eens zeker wist of de verzekeraar zou uitkeren als ik het nodig had. Een aov is erop gericht te kijken naar mogelijkheden om jou níet uit te betalen. Dat vond ik een ongemakkelijk idee.''

Toen Kootstra hoorde over broodfondsen was ze meteen enthousiast. Met behulp van de Broodfondsmakers zocht zij een groep aspirant- leden bij elkaar en na een drietal bijeenkomsten werd de broodfondsgroep bij de Kamer van Koophandel ingeschreven, het bestuur benoemd en konden ze beginnen.

Longontsteking

Businessmentor Marjolein van der Linden werkt sinds vijf jaar als zelfstandige. ,,Toen het bedrijf waar ik werkte voor de derde keer reorganiseerde, dacht ik: ik ga het lekker zelf doen.'' Nu begeleidt ze ondernemers met uiteenlopende problemen.

Ook zij zag een dure aov niet zitten. Haar man, zelfstandig aannemer, had er negatieve ervaringen mee. ,,Toen hij daar eenmaal een beroep moest doen, werd zijn hele medische verleden uitgeplozen. Uiteindelijk werd er niet uitgekeerd. Daarom zijn we gaan kijken naar andere mogelijkheden.'' Nu zitten ze samen in een broodfondsgroep.

Toen ze vorig jaar zomer een longontsteking opliep, moest ze aanspraak maken op het fonds. ,,Ik meldde me voor vijftig procent ziek bij het bestuur van onze groep. Dat regelde dat ik de giften ontving. Dat ging heel netjes en zonder problemen.''

Administratie van Broodfondsmakers

Het bestuur van een broodfondsgroep geeft het aan de administratie van Broodfondsmakers door als er een zieke is. Die maakt vervolgens een berekening en zet de schenking klaar. Na akkoord van de penningmeester vinden de schenkingen maandelijks plaats.

In haar ziekteperiode had Van der Linden geregeld contact met haar broodfondsgroep. Een bestuurslid kwam langs en ze kreeg veel beterschapswensen van andere leden. ,,Dat was een heel prettig gevoel. Ik merkte totaal geen wantrouwen, dat heb ik zelf ook nooit gehad als ik geld schonk aan anderen. Je weet aan wie je geld geeft, omdat je elkaar kent.''

''Er is een plafond van 2.500 euro per maand. Bovendien wordt er maximaal twee jaar uitgekeerd''

Marjolein van der Linden, zelfstandige

Plafond

Het enige nadeel vindt Van der Linden dat ze niet haar hele inkomen kan veiligstellen. ,,Er is namelijk een plafond van 2.500 euro per maand. Bovendien wordt er maximaal twee jaar uitgekeerd.''

Ook projectmanager Kootstra liep daar tegenaan. Daarom heeft ze naast het broodfonds ook nog een aov, voor de jaren na de maximale schenkingsperiode. ,,Stel dat ik een ongeluk krijg en blijvend letsel oploop. Ik heb twee studerende kinderen. Dan heb ik toch die zekerheid nodig.''

Aanvullende aov

Als Kootstra aanspraak maakt op aanvullende aov, krijgt ze een maandelijkse toelage, afhankelijk van het oordeel van de arts. Bij 100 procent arbeidsongeschiktheid krijgt ze jaarlijks 35.000 euro bruto. Het minimumpercentage is 25 procent arbeidsongeschiktheid. Als een arts oordeelt dat je voor minder dan dat percentage arbeidsongeschikt bent, krijg je geen uitkering.

Een volledige aov weegt volgens Kootstra niet op tegen de voordelen van een broodfonds. ,,Daarin blijft het geld van jezelf, na aftrek van de maandelijkse contributie en schenkingen voor een zieke.'' Als een lid besluit uit het fonds te stappen neemt die zijn of haar inleg weer mee. ,,Het is dus geen premie waarover je ineens geen beschikking meer kunt hebben. Dat geeft een veilig gevoel.''