Nieuws Actueel

Andere manier van ondernemen in landbouw heeft de toekomst

Toon Jansen uit Waalwijk is een boerenzoon met 40 jaar ervaring in het agrarisch beroepsonderwijs en werkt tegenwoordig als adviseur. Hij wilt een andere en minder bekende benaderingswijze voor de landbouw in Brabant onder de aandacht brengen. Er zijn twee verschillende wijzen waarop in de landbouw gewerkt wordt: 'gangbaar' en 'anders', zo staat in BN/De Stem.

Toon Jansen 4 juli 2017

Boerderij 18

Enkele kenmerken van 'gangbaar' zijn controle, convex (bol oppervlak), maximaal rendement, alle hulpmiddelen toegestaan, beheersen van ziekten en plagen, maximale opbrengst, veel input, je erft de grond van je ouders, denken in ziekten, kwantiteit, angst, moeten.

'Anders'

Daartegenover staat 'anders' met respectievelijk de kenmerken balans, concaaf (hol oppervlak), optimaal rendement, zo min mogelijk hulpmiddelen gebruiken, stimuleren van eigen afweer, optimale opbrengst, weinig input, je leent de grond van je kinderen, denken in gezondheid, kwaliteit, rust, ont-moeten.

Uit balans

Het is geen kwestie van goed of slecht, want de een is niet per definitie beter dan de ander. De benaderingswijze en daarmee 'hoe de ondernemer/boer zijn/haar bedrijf aanstuurt' is geheel anders. Tot halverwege de vorige eeuw was alles 'anders'. Vanaf die periode is met de komst van kunstmest (uiteindelijk) alles uit balans geraakt.

Uit balans

Het is geen kwestie van goed of slecht, want de een is niet per definitie beter dan de ander. De benaderingswijze en daarmee 'hoe de ondernemer/boer zijn/haar bedrijf aanstuurt' is geheel anders. Tot halverwege de vorige eeuw was alles 'anders'. Vanaf die periode is met de komst van kunstmest (uiteindelijk) alles uit balans geraakt.

Gangbare manier van boeren

Vele technologische ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat er telkens nieuwe methoden en middelen kwamen om nieuwe problemen het hoofd te bieden. De toeleverende bedrijven aan de landbouw hebben hier dankbaar gebruik van gemaakt. Ook het onderzoek en het onderwijs hebben hieraan hun steentje bijgedragen. Zo is dit de gangbare manier van boeren geworden.

Alles moet kloppen

De ondernemer plaatst zijn bedrijf als een bal op een bolrond oppervlak en probeert het geheel zo goed mogelijk in balans te houden. Dit kost veel inspanning; ingrepen dienen tijdig te gebeuren, anders rolt 'de bal' weg. Dus is het zaak om zo veel als mogelijk ongewenste invloeden te weren en daarom worden veel hulpmiddelen preventief ingezet. Alles moet gewoon kloppen, want anders 'rolt de bal naar beneden' en is het vrij snel einde oefening.

Eigenzinnige boeren

Gelukkig lieten eigenzinnige boeren deze wedloop aan zich voorbij gaan. Ik noem ze hier 'Anders'. Deze ondernemers zijn zich blijven richten op het bedrijf als geheel, met de bodem als basis. Een gezonde bodem levert gezonde gewassen voor mens en dier. Gezonde mensen en dieren leveren een gezonde meststof voor de bodem. De belangrijkste groep levende wezens op dit bedrijf wordt gevormd door het bodemleven.

Deze ondernemer vraagt bij elke aanpassing in zijn bedrijfsvoering af: 'Wat is het gevolg ervan voor het bodemleven?' Dit betekent niet dat er nog steeds met paard en wagen gewerkt wordt, maar bijvoorbeeld het gebruik van zware machines zoveel als mogelijk beperkt (dan maar met een kleinere tractor het land op) en worden er geen hulpmiddelen, zoals kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen en medicijnen toegepast (uiteraard wel als er een een dier ziek is en uit zichzelf niet kan herstellen).

Optimale resultaat

Deze ondernemers hebben met opzet gekozen voor een holrond oppervlak, waarop ze de bal van hun bedrijf plaatsen. Ze geven daarmee een duidelijke begrenzing aan waarbinnen het geheel volgens hem/haar goed kan functioneren. Het mooie is dat dit per ondernemer verschillend is en ook dient te zijn, want het gaat om het optimale resultaat van het geheel en niet om de maximale prestatie op deelniveau.

Meer rust

Dit is een compleet andere benadering dan die van de controle en geeft de ondernemer veel meer rust. Het vakmanschap zit 'm hier meer in het stimuleren van de weerbaarheid van planten en dieren. Door het stimuleren van positieve micro-organismen op het bedrijf krijgen negatieve micro-organismen (ziekteverwekkers) letterlijk veel minder ruimte. Hierdoor zijn planten, dieren en mensen gezonder.

De kunst is hier: 'doe meer, met minder' en het is de rust die overheerst. Ook vragen deze ondernemers zich af op welke wijze hun bedrijf een meerwaarde voor de omgeving is en geven daar van harte invulling aan.

Doodlopende weg

De landbouw loopt met name in Brabant tegen zijn grenzen aan en is er in sommige delen al (ver) overheen. Beleidsmakers, politiek, standsorganisaties en justitie hebben hier hun handen vol aan en ondernemers worden verplicht om zich veel te veel bezig te houden met zinnige en ook onzinnige regels en beperkingen. Dit is mede een gevolg van de in het verleden gemaakte keuzes door hun voorgangers, die dit niet hebben voorzien. Doorgaan op de ingeslagen weg is uiteindelijk een doodlopende weg.

De wet van ellende

De andere landbouw is er een die gedragen wordt door de maatschappij, maar niet door alle geledingen, want in de moderne maatschappij is veel meer te verdienen aan ziekten dan aan gezondheid. Hiermede bedoel ik niet de (dieren)artsen, maar de farmaceutische industrie met zijn grote invloed op onderzoek, onderwijs, beleidsmakers en politiek.

Het niet durven/willen kiezen voor een andere benaderingswijze betekent het in stand houden van 'de wet van ellende'. Wetenschappers weten heel veel van een klein gebied. Boeren weten minder van een klein gebied, maar 'anders werkende' boeren weten veel meer over het geheel en hoe dat in balans kan worden gehouden.

Ammoniak-reductie

Ten slotte is er volgens deze 'andere' werkwijze een doeltreffende en simpele oplossing om te komen tot de gewenste 25 procent ammoniak-reductie in Brabant zonder uiterlijk in 2022 alle stallen aan te passen (met gemeenschapsgeld). Deze anders werkende boeren gebruiken minder hulpstoffen en werken met minder eiwitrijk voer, hebben vaak een voorkeur voor het gescheiden opvangen van mest en gier (want bij het mengen ervan ontstaat juist ammoniak), hebben een lagere veebezetting per hectare grond en werken volgens het kringloop-principe.

Beleidsmakers met lef

Hopelijk zijn er in Brabant beleidsmakers met lef, die van harte durven kiezen voor een andere aanpak. Of als dat te veel gevraagd is, geef dan tenminste de ondernemers die deze andere aanpak van harte in de praktijk brengen de ruimte om te laten zien, dat het anders kan (en uiteindelijk moet) om de landbouw in Brabant een gezonde toekomst te geven voor alle levende wezens: planten, dieren en mensen.

Het wordt tijd dat 'de groten' serieus werk gaan maken van het buitengebied