Burgemeesters en gokbazen kwamen bij John (81) voor zijn pakken: ‘Jonge mensen willen geen klassieke kleding meer dragen’
Meer dan 60 jaar is John Segeren actief in de wereld van nette pakken, jasjes, broeken en truien. De 81-jarige ondernemer runt een herenmodezaak aan de Rotterdamse Mauritsweg. Hij maakte onlangs bekend dat hij eind dit jaar gaat stoppen. „Met veel pijn in het hart.’’
John Segeren zag in al die jaren Rotterdam ingrijpend veranderen. Maar wat altijd bleef is de kledingzaak die ooit door zijn opa Anton in 1911 was begonnen. „Hij was nog een echte kleermaker. Wij zijn later ook andere dingen gaan doen, zoals confectiepakken. En dameskleding, maar toch vooral heren.’’
Het pand van zijn grootvader zat aan de Delftsevaart, vlak bij het voormalige postkantoor. De zaak werd in mei 1940 door het Duitse bombardement verwoest. „Hij moest verhuizen en ging naar de Schiedamsesingel, ook in het centrum.’’ John kan zich dat nog goed herinneren, onthult hij in het AD. „Ik was een kind, mijn slaapkamer op zolder was ook de werkplek van de kleermakers. Ik moest ‘s morgens om 06.30 uur mijn bed uit, dan konden zij om 07.00 uur beginnen.’’
John kwam in 1963 in de modezaak
Omdat de winkel – vernoemd naar zijn vader Jan Segeren – te klein was geworden, volgde weer een verhuizing: naar de Witte de Withstraat. „We waren daar de overburen van het AD. Ik heb voor Willem Pluygers, de toenmalige baas, nog pakken gemaakt.’’
In de jaren tachtig van de vorige eeuw kwam de modezaak aan de Mauritsweg terecht. „Eerst nog op de hoek waar tegenwoordig het Rode Kruis zit en nu alweer 45 jaar op deze plek’’, vertelt John. „Ik ben in 1963 in de zaak gekomen, we kregen meer aandacht voor confectie.’’
Hij haalde beroemde merken als Burberry, Daks en Kent binnen. John was in tegenstelling tot zijn opa geen kleermaker. „Ik ben meer de in- en verkoper. Ik kan wel opmeten en snijden, maar heb nooit aan de tafel gezeten.’’
“Jonge mensen willen geen klassieke kleding meer dragen, het wordt ook niet meer gemaakt in de fabriek”
John Segeren
Gokbazen wisten winkel te vinden
Ook bekende klanten wisten de weg naar de modezaak van Segeren te vinden. „Ik heb hier burgemeesters gehad: Bram Peper en Ivo Opstelten, maar ook minister Frits Korthals Altes en laatst was Frans Weisglas hier nog.” Maar, vertelt hij met een lach: „Ook advocaten en gokbazen. Spraken een andere taal maar wilden allemaal een mooi pak. Uit het hele land kwamen ze hierheen.’’
De ondernemer heeft zijn handel zien veranderen. „Jonge mensen willen geen klassieke kleding meer dragen, het wordt ook niet meer gemaakt in de fabriek.’’
Tekst gaat verder na de foto.
115 jaar oude familiebedrijf
John Segeren is de derde generatie in het 115 jaar oude familiebedrijf. „Mijn zoon heeft het nog drie jaar geprobeerd, maar hij is toch iets anders gaan doen. Hij zit nu in de notenhandel.’’
Vanwege zijn mindere gezondheid en hoge leeftijd gaat hij stoppen. „Ik heb moeite met lopen, dat komt door neuropathie, de zenuwen functioneren niet goed meer. De kinderen begonnen zich ook af te vragen of het niet tijd was om ermee op te houden.”
“Zo jammer dat de echte detailhandel en de liefde voor het vak op deze wijze dood bloeden”
Monique Segeren, dochter van John
Volgens dochter Monique neemt haar vader met veel pijn in zijn hart afscheid. „Eigenlijk wil hij niet, maar zijn lichaam kan het niet meer. Het is zo jammer dat de echte detailhandel en de liefde voor het vak op deze wijze dood bloeden.”
Na het afscheidsbericht regende het reacties. „Klanten belden me op en zeiden: wat maak je ons nou? We zijn geschrokken van de kaart, en waar moeten we nu dan heen?’’
Segeren erkent dat het vak kleermaker en mode-ondernemer langzaam uitsterft. „Er zijn geen opleidingen meer, in Rotterdam zijn niet veel echte kleermakers meer over.” Ook naar klassieke herenmodezaken is het goed zoeken, stelt hij.
Werk is hobby van Rotterdammer geworden
Na een uurtje vindt de kledingman het genoeg en staat op. „Ik moet naar mijn klanten, want die ga ik straks nog het meest missen. Mijn werk is mijn hobby geworden, ik heb in al die jaren zo veel leuke mensen ontmoet.’’
John verwacht dat hij voor de kerst zal zijn ‘uitverkocht’. Voor het winkelpand aan de Mauritsweg is nog geen koper gevonden.
Dit artikel is geschreven door Gert Onnink voor het AD.