Fay werkt coronaschuld van zo’n 350.000 euro weg: ‘We gaan niet vlak voor de eindsprint omvallen’
Hun pub draait goed, maar toch bezweken ze bijna onder de aflossingen. Fay en haar man Philip kregen na corona zo’n 350.000 euro schuld voor hun kiezen. Op een gegeven moment betaalden ze 12.000 euro per maand terug. De financiële nasleep beheerst nog altijd hun leven met The Wolfhound in Haarlem. „Als we gelijk de boel dicht hadden gegooid, waren we beter af geweest.”
Wie The Wolfhound binnenloopt voor een biertje, ziet een bloeiende zaak. Haarlemmers weten de pub te vinden en het team is hecht. Wat de gast niet ziet, is de schuld die elke maand als een molensteen om de nek van de eigenaren hangt. „Het ligt niet aan de omzet, het ligt niet aan de gasten, het ligt niet aan het personeel”, zegt Fay MacCorquodale-Smith in De Ondernemer Live. „Maar we zijn nog steeds aan het afbetalen. Daar wordt niemand vrolijk van natuurlijk.”
Schotse en Ierse roots ondernemers
Fay heeft Schotse roots, haar man Philip is Iers en is kok. Elf jaar geleden begonnen ze kleinschalig: de helft met eigen geld, de andere helft met een lening die ze in vijf jaar zouden aflossen. Het pand was nog geen Ierse pub toen ze het overnamen, maar ze zagen iets in het skelet van het gebouw en in de locatie.
Met hulp van vrienden en familie toverden ze de zaak in een week of drie om tot de trekpleister die het nu is. Een bevriende elektricien legde de elektra aan, Fays broertje schilderde. „Vrij snel wisten Haarlemmers ons te vinden, gelukkig.”
“Mijn boekhouder wist niet wat er aan de hand was. De overheid wist niet wat er aan de hand was. We wisten het allemaal niet”
Fay MacCorquodale-Smith
Twee dagen voor St. Patrick’s Day
In april 2020 zouden ze hun vijfjarig jubileum vieren. Dan zou ook de eerste lening zijn afbetaald. Een maand eerder ging het land op slot, twee dagen voor St. Patrick’s Day. De pub had alles al ingeslagen om die bekende Ierse feestdag te vieren. „Die timing was echt heel slecht”, zegt Fay. Niemand wist waar het heen ging. „Mijn boekhouder wist niet wat er aan de hand was. De overheid wist niet wat er aan de hand was. We wisten het allemaal niet.”
Het heette een intelligente lockdown, drie weken om de besmettingscurve af te vlakken. Fay en Philip hadden 18 mensen in dienst en besloten niemand te ontslaan. Het team sloeg aan het schoonmaken en schilderen. „Als je te horen krijgt dat je drie weken dicht moet, ga je er niet vanuit dat dat twee jaar wordt.”
Na de eerste lockdown mocht de pub in de zomer beperkt open: maximaal 30 mensen binnen, alleen op reservering en op anderhalve meter van elkaar. Toen de deuren daarna opnieuw dicht moesten, wist Fay genoeg. „Oké, dit gaat langer duren dan we hadden kunnen vermoeden.”
Omzet is geen winst
Het personeel bleef. Uit loyaliteit, maar ook uit noodzaak. „Je gaat ervan uit dat je op een gegeven moment weer open mag, en zeker als horecaonderneming heb je dan je mensen nodig. Ik kan dat niet alleen met mijn man, met z’n tweetjes. Eén in de keuken, een op de vloer, zeven dagen in de week.”
Fay hoort de minister nog zeggen dat de personeelskosten ruimhartig zouden worden vergoed. Uiteindelijk dekte de steun maar 65 procent van alle kosten, vertelt ze. De overige 35 procent moesten ze uit eigen zak betalen. Intussen bleven ze bezig: afhalen, maaltijden bezorgen en met collega-ondernemers uit Haarlem een kookboek uitbrengen. „Je bent niet ondernemer omdat je van bankhangen houdt.”
Omzet keerde zich tegen Fay en man
Juist die omzet keerde zich tegen hen. Wie omzet draaide, moest meer steun terugbetalen, terwijl er onder de streep niets overbleef. „Achteraf gezien, als we gewoon gelijk de boel dicht hadden gegooid, en op de een of andere manier al het personeel op straat hadden gezet en ons handje hadden opgehouden, dan waren we nu financieel beter af geweest.”
Toch heeft ze er geen spijt van dat ze haar team er niet heeft uitgebonjourd. „Er zijn een heleboel ondernemers om mij heen geweest die wel afscheid hebben genomen van personeel. Die hebben enorm moeten vechten en zoeken om nieuwe medewerkers te vinden nadat de lockdowns voorbij waren. En ik stond gewoon met een volledig team klaar.”
12.000 euro per maand
„Het exacte bedrag moet ik je schuldig blijven, maar we hebben het over zo’n 350.000 euro”, zegt Fay over de hoogte van de schuld. Het gaat om de terugbetaling van de NOW-regeling, de tegemoetkoming in de salarissen. Waarom dit nog niet is afgelost? „Omdat het nogal veel was. Op een gegeven moment was ik 12.000 euro in de maand aan het aflossen.”
Samen met het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK) en haar eigen financieel adviseur toonde ze de Belastingdienst met een levensvatbaarheidsonderzoek aan dat de pub zonder die schuld gezond is, maar met deze aflossingen kopje onder zou gaan. Tegen de Belastingdienst zei ze: „Als ik failliet ben, dan valt er van deze kale kikker niks meer te plukken. Dus als jullie gewoon een beetje kwijtschelden, kan ik het gewoon afbetalen. We worden er allemaal beter van.”
Dat leverde na een jaar werk een kwijtschelding van zo’n 10 procent op. „Iedere keer dat je stukken instuurt, gaat er zes weken tot drie maanden overheen voordat je überhaupt een reactie hebt.” Alle beetjes helpen en dus is ze er wel blij mee, vertelt ze. Over minder dan een jaar moet alles zijn afgelost. „Het gaat sowieso lukken. We gaan niet vlak voor de eindsprint omvallen.”
“Als wij failliet gaan of gewoon opgeven, dan moeten wij wat er dan nog openstaat zelf afbetalen”
Fay MacCorquodale-Smith
Spaarpot leeg
Toen het dak van het pand aan reparatie toe was, moesten Fay en Philip opnieuw lenen. „Wij huren casco, dus dat moesten we zelf voor rekening nemen. Maar dat is dus het probleem als je de hele tijd schuld aan het afbetalen bent: die buffer was na de lockdowns wel op. Ons spaarpotje was zo goed als leeg.”
Alleen een kapotte oven is vervangen, grotere investeringen liggen stil. „Het enige wat ik verder heb gedaan, is proberen de kosten zo veel mogelijk te beperken. Maar dat doet iedereen, omdat de kosten alleen maar aan het oplopen zijn: je inkoop als horecaondernemer, de loonkosten, de huur. Alles loopt op, dus die winstmarge wordt sowieso kleiner.”
Fay en haar man zetten door, hoe moeilijk het soms ook is. „Ik ben gewoon niet echt een opgever. Onze bedrijfsvorm is ook een vof. Als wij failliet gaan of gewoon opgeven, dan moeten wij wat er dan nog openstaat zelf afbetalen. Dan moet ik mijn huis verkopen. Dat was ik natuurlijk niet van plan.” En als de schuld straks is afgelost? „Dan gaan we nog even door om het spaarpotje weer aan te vullen.”
“Als wij hadden kunnen zeggen: joh, kunnen we dit in tien jaar afbetalen in plaats van vijf, ijkt mij dat daar geen kwaad in zit”
Fay MacCorquodale-Smith
Tien jaar in plaats van vijf
Voor wie niet in de horeca werkt, is corona een nachtmerrie van zes jaar geleden. Voor Fay en Philip is het nog dagelijkse realiteit. De afgelopen jaren trokken een flinke wissel op Fay: ze kreeg stressgerelateerde klachten en lag er letterlijk wakker van. Wat vooral wringt, is het gevoel van onrecht.
„We hebben naar eer en geweten gehandeld. We hebben onze omzet netjes aangegeven bij de Belastingdienst. We hebben onze personeelsleden netjes in dienst gehouden. We hebben ons stinkende best gedaan om het team bij elkaar te houden. En uiteindelijk voelt dat alsof het alleen maar wordt afgestraft.”
Fay gelooft dat de beslissingen destijds met de beste bedoelingen zijn genomen. Maar toen bleek dat de regelingen onevenredig hard uitpakten, had de overheid moeten bijsturen, vindt ze. „Er is totaal geen flexibiliteit geweest. Als je bezig bent met het aflossen van je coronaschulden, mag je niet één belastingaangifte te laat betalen. Een dag te laat, en die hele coronaregeling wordt geschrapt en je mag alles in één keer terugbetalen.”
Een langere looptijd had veel gescheeld, denkt ze. „Als wij hadden kunnen zeggen: joh, kunnen we dit in tien jaar afbetalen in plaats van in vijf jaar? Lijkt mij dat daar toch geen kwaad in zit. Je houdt daarmee ondernemingen overeind.”