Het zou Carisia en Kees nooit gaan lukken, maar dit dove stel runt al tien jaar met succes een winkel
‘Dat gaat jullie nooit lukken’, kregen Kees (48) en Carisia (47) ’t Jong te horen toen ze tien jaar geleden een streekwinkel in Elst wilden overnemen. Twee dove mensen die het samen gaan runnen? Inmiddels hebben ze een vaste klantenkring, een gloednieuwe winkel en allerlei plannen.
„Kunt u mij even helpen?” vraagt een vaste klant van streekwinkel De Lingegaerdt, met een pak meel in haar hand. „Mijn bril ligt thuis en die letters zijn zo klein. Wat is er nodig voor dat recept?”
Tolk Georgia van der Gen staat er vandaag bij en vertaalt de vraag direct met gebarentaal. Carisia draait het pak om: „Twee eieren. 500 gram melk. En wat zout.”
Het is een interactie die zonder tolk nooit zo soepel was verlopen, zegt Carisia daarna tegen de Gelderlander. „Dit is klein, maar bij belangrijke zaken merken we het ook. De tolk is essentieel.”
Ondernemersdroom doof koppel
Ondernemen, dat willen Kees en Carisia al vanaf het moment dat ze elkaar kennen. Ook al is Carisia haar hele leven al doof, door een erfelijke aandoening. Haar man Kees is horend geboren, maar als kind doof geworden na een oorontsteking.
“ Wij wilden écht doen wat ons gevoel ons ingaf en zijn ervoor gegaan”
Carisia ’t Jong
Ondanks hun stabiele banen - hij als afdelingschef in de supermarkt, zij als juridisch medewerker in de verzekeringsbranche - besluiten ze hun leven als dertigers in Benthuizen, bij Zoetermeer, tien jaar geleden achter te laten voor het overnemen van een streekwinkel in het Betuwse Elst.
Beiden doof, een belemmering?
‘Geef die zekerheid niet op, dit gaat jullie niet lukken’, kregen ze destijds van alle kanten te horen. Dat ze beiden doof zijn werd vaak als dé belemmering gezien. Carisia: „Maar wij wilden écht doen wat ons gevoel ons ingaf en zijn ervoor gegaan.”
Inmiddels runnen ze hun streekwinkel De Lingegaerdt - met allerlei lokale producten zoals zuivel, groenten, fruit, snacks - bijna tien jaar. En hebben ze naast een schare vaste medewerkers ook verschillende slechthorende en dove vrijwilligers.
Met licht knipperen
Uitdagingen zijn er wel, elke dag. Vooral op dat ene vlak: communicatie. Onderling hebben ze hun maniertjes gevonden: als ze elkaar willen roepen, knipperen ze een keer met het licht. Of stampen ze op de grond. „Dat voelt de ander dan wel.”
Maar de telefoon beantwoorden: dat gaat niet. Dus als een leverancier of klant belt met een vraag of boodschap, kunnen ze daar niks mee. Face to face, in de winkel, komen ze er met héél langzaam en duidelijk praten wel uit.
“Zonder tolk loop je de hele dag op je tenen, ben je altijd scherp omdat je bang bent iets te missen”
Carisia ’t Jong
Al hebben ze liever de tolk bij zich. „Die maakt een wereld van verschil. Zonder tolk loop je de hele dag op je tenen, ben je altijd scherp omdat je bang bent iets te missen, zoals een klant die binnenkomt en je groet. Dat extra alert zijn kost veel energie.”
Tolk wordt amper vergoed
Maar die tolk krijgen Kees en Carisia volgens hen slechts voor 15 procent van hun werkuren vergoed door het UWV. Het stel vindt dat die regeling vooral afgestemd is op werknemers in loondienst en onvoldoende rekening houdt met het ondernemerschap.
„Als ondernemer heb je voortdurend gesprekken met klanten, leveranciers en personeel. Dan is 15 procent in ons geval veel te weinig.” Zelf alle extra tolkuren betalen, kunnen ze niet opbrengen. „Alsof de overheid zegt: ga als dove maar niet ondernemen.”
Bij de pakken neerzitten doen ze niet. Ze clusteren alle vergaderingen op twee dagen, zetten de tolk vooral in op drukke verkoopdagen en laten belangrijke telefoontjes soms door een ander afhandelen.
„Terwijl je dat als ondernemer liever zelf doet. Wij moeten niet afhankelijk van hen zijn, maar willen goed leiderschap.”
‘Meer van het omdenken’
In september zijn de tolkuren vaak al op. Ook voor dit interview is de tolk extra ingeschakeld: want het is op een woensdag, niet hun ‘tolkendag’. „Dat geeft frustratie. De tolk is er niet alleen voor ons, maar voor iedereen die we spreken.”
“We hebben echt aandacht voor mensen. Omdat we ze aankijken als we praten, de tijd nemen”
Carisia ’t Jong
Desondanks zijn Carisia en Kees, zoals ze het zelf zeggen, ‘meer van het omdenken’. Overwogen te stoppen? „Nooit. En geen moment spijt gehad van de keuze.” Want: „Elke dag is anders. En de contacten met mensen: echt genieten.”
Hun doofheid biedt óók voordelen, denkt het stel. „We hebben echt aandacht voor mensen. Omdat we ze aankijken als we praten, de tijd nemen.” Vluchtig of ‘even tussendoor’ werkt nu eenmaal niet als je de ander niet hoort.
Vaste klanten bij de streekwinkel
Hun klantenkring is vast. Zó vast dat ze tijdens het interview telefoon kregen: de zoon van een overleden vaste klant wil een bestelling doen voor de uitvaart.
Hún slagroom, want daar hield zijn vader zo van. Carisia, zichtbaar ontroerd, terwijl Van der Gen vertaalt met haar handgebaren: „Heel mooi.”
Leveranciers moeten wennen soms. „Maar als je het uitlegt en de tolk hebt, gaat het al snel vanzelf.” Bijzonder genoeg hebben ze ook dove leveranciers, zoals de boeren van melkveehouderij Rosendaal uit Loerbeek. En de ondernemer achter de Hoeksche Chips die ze verkopen heeft twee dove ouders.
Hun eigen kinderen - vier in totaal - zijn allemaal wél horend. Vast handig? Carisia: „Wij waken er bewust voor dat we hen niet belasten met onze doofheid. Onze kinderen moeten kinderen zijn, niet al onze probleempjes moeten oplossen.”
Acht jaar wachten op vergunningen
Hun doofheid maakte ook dat ze na slechts twee jaar al hun twijfels kregen over de inrichting van de winkel. „Het was gezellig, veel hout, knus”, blikt Carisia terug, „maar ook onoverzichtelijk.”
“Omdat we zelf doof zijn, zijn we heel dankbaar voor onze ogen. Hoe is het dan om blind te zijn?”
Carisia ’t Jong
Het grote nadeel: de kassa stond voorin, naast de ingang, terwijl er achterin nog veel producten stonden. „Wij wisten niet wat er achter ons gebeurde.”
Het stel had een lange adem nodig: de vergunningen voor het gewijzigde bestemmingsplan en de verbouwing van de nieuwe plek inclusief buitenterrein, een paar meter verderop, duurde acht jaar.
Grote plannen
„Nu het eindelijk zo ver is, zijn we heel blij. Er is een grotere parkeerplaats en meer zicht op buiten. Onze klanten vinden het binnen ruimer en kleurrijker. En wij hebben, mede dankzij een kantoortje dat uitkijkt over de winkel, veel meer overzicht.”
In de toekomst willen ze nog meer, liever vandaag dan gisteren. Carisia somt op: een theehuis, een blotevoetenpad, een belevenistuin en een voelmuur voor blinden.
„Omdat we zelf doof zijn, zijn we heel dankbaar voor onze ogen. Hoe is het dan om blind te zijn? We willen hier iets maken waarbij iedereen het kan ervaren, dat een blinde met een touw langs de natuur kan lopen, dat iemand in een rolstoel met een wombat (rolstoel met dikke wielen, red.) door de belevenistuin kan rijden.”
Geef niet op
Richting andere dove ondernemers - of überhaupt ondernemers met een beperking - hebben ze een duidelijke boodschap: „Denk in oplossingen. Laat je niet tegenhouden door anderen. Herken én gebruik je talent.”
Als ze dat zelf niet hadden gedaan, waren ze in Elst nooit zo ver gekomen, weten ze zeker. „We zijn niet van het opgeven, maar van het doorzetten.”
Dit artikel is geschreven door Anne Veens voor de Gelderlander.