Het is eigenlijk best gezellig, merkt Thea Willems op. Eerst zat ze altijd maar tussen de dieren te werken. Nu maakt ze regelmatig een praatje met mensen die hun camper, caravan of boot op komen halen.
„Je treft hier zelden iemand met een slecht humeur. Omdat ze op vakantie gaan, zijn onze bezoekers altijd vrolijk. Daar genieten wij ook weer van”, vertelt ze aan de Gelderlander.
40 jaar een nertsenfarm
Het staat in schril contrast met hoe er eerst door buitenstaanders op haar werk gereageerd werd. Vier decennia lang runden Thea (64) en haar man Joost Willems (67) een nertsenfarm. Hoewel ze zelf benadrukken dat ze goed voor hun dieren hebben gezorgd, vlogen aantijgingen van dierenleed hen regelmatig om de oren.
“Voor de buitenwereld konden we het nooit goed doen. Je was automatisch verdacht”
Thea Willems
Thea: „Voor de buitenwereld konden we het nooit goed doen. Je was automatisch verdacht. Ik heb me best vaak afgevraagd: moet Mark ons bedrijf wel overnemen, met alle kritiek die op je af komt.”
Troonopvolger binnen familiebedrijf
Mark Willems (35) is de zoon van Thea en Joost, en de beoogde ‘troonopvolger’ van hun bedrijf, waar dan de vijfde generatie aan het roer zal staan. Voor hem werd al op jonge leeftijd duidelijk dat er, met alle zorgen rondom dierenwelzijn, geen toekomst meer in de nertsenfokkerij zat.
Veel jonge veehouders zitten op dit moment in een vergelijkbare situatie. Met de steeds strengere regels rondom stikstof twijfelen ze of hun familiebedrijf nog toekomst heeft.
Als de familie Willems op last van de overheid begin 2020 definitief besluit te stoppen, breekt voor hen een spannende tijd aan. Want: hoe gaat de toekomst van het familiebedrijf er dan uit zien? Zoveel opties zijn er niet met een oude nertsenschuur. Ze doen ook aan akkerbouw, maar willen een aanvullend verdienmodel.
“In de winter staat de stalling met ruim 250 campers, caravans, auto’s of zelfs boten vol”
Caravanstallingbedrijf Stalling31
In vakblad Nieuwe Oogst leest Joost een advertentie van caravanstallingbedrijf Stalling31. Zij zoeken nieuwe locaties, de familie Willems zoekt een nieuwe toekomst. Een plus een is twee.
Na maanden gevuld met het schoonmaken, opruimen en luchten van de oude stallen is het 15 september 2021 zover: Caravanstalling Rijkevoort opent de deuren.
Goede boterham voor ondernemers
Zo’n vijf jaar later heeft de familie geen seconde spijt van deze keuze. „Het heeft goed uitgepakt”, zegt Joost beslist.
Al te diep in de cijfers willen ze niet gaan, maar de familie verdient een goede boterham aan de stalling. In de winter staat de stalling met ruim 250 campers, caravans, auto’s of zelfs boten vol. Om een standaard caravan een jaar lang te stallen betaalt een klant enkele honderden euro’s. Voor campers ligt dat bedrag hoger.
“We hebben binnen geen dieren meer, maar alleen nog Kip-caravans”
Mark Willems
Het werk zelf is ‘heel relaxed’, zegt Sandra Willems (35), de vrouw van Mark. Klanten kunnen via de app van Stalling31, het bedrijf waarmee ze samenwerken, aangeven wanneer ze hun voertuig komen ophalen. Vervolgens zien de Willemsen in dezelfde app waar dat voertuig in hun 4.500 vierkante meter grote loods staat.
Altijd haalt één familielid het voertuig uit de schuur, waarbij een ander toekijkt en aanwijzingen geeft. Voor de zekerheid maken ze bij het inchecken van vier kanten altijd een foto.
Aanrader voor andere boeren?
Negatieve reacties op hun werk krijgt de familie niet meer, zegt Thea opgelucht. „Mensen halen juist hun caravan op als wij er zijn, omdat ze het gezellig vinden. Ze zijn juist benieuwd hoe het er bij de nertsenboerderij aan toe ging.”
Of de familie Willems andere boeren zou aanraden om een caravanstalling te beginnen? „Dat moet iedereen voor zichzelf bepalen”, vindt Joost.
Een caravanstalling is niet voor iedereen geschikt: de schuur moet geschikt zijn, het contact met klanten is wennen en een vergunning moet juridisch haalbaar zijn.
Zelf hebben ze echter zeker geen spijt van hun besluit. Mark: „We hebben binnen geen dieren meer, maar alleen nog Kip-caravans. Ik zou niet anders willen.”
Dit artikel is geschreven door Joep Dorna voor de Gelderlander.