Als veertiger zit ik op de werkvloer op een heerlijke plek. Ik ben de spreekwoordelijke brug. Aan de ene kant de jonkies die de wereld bestormen met AI en vloeibare structuren, aan de andere kant de rotten in het vak die de kar al decennia trekken met een schat aan ervaring. Ik zit er comfortabel tussenin.
Van diezelfde brug hoor ik collega-ondernemers steevast hetzelfde liedje zingen: die jonge generatie van tegenwoordig, de werkethos is nergens meer te bekennen. Om gelijk maar met de deur in huis te vallen: dit is echt grote onzin.
Grenzen stellen is het nieuwe harde werken
Wat als een gebrek aan werkethos wordt bestempeld, is in feite iets heel anders. De jongere generatie is simpelweg vele malen beter in het aangeven van haar grenzen. Waar veertigers en vijftigers destijds braaf ‘ja’ knikten tot ze een burn-out kregen, kiest deze generatie voor mentale gezondheid.
“Er wordt een geboortejaar op iemand geplakt en daar worden meteen eigenschappen aan gekoppeld”
Onderzoek, zoals de jaarlijkse Deloitte Gen Z and Millennial Survey, laat keer op keer zien dat jongere werknemers niet minder wíllen werken, maar weigeren hun privéleven op te offeren voor een bedrijfscultuur die de hustle verheerlijkt. Ze eisen een gezonde balans. En je kunt ze eigenlijk moeilijk ongelijk geven.
Onze eigen geschiedenis bewijst het tegendeel
Het probleem is dus niet hun leeftijd, maar leeftijdsbias. De menselijke hersenen houden van hokjes. Er wordt een geboortejaar op iemand geplakt, waaraan meteen eigenschappen worden gekoppeld: jong is onervaren en onbezonnen, oud is vastgeroest en digibeet. En hoe ouder iemand zelf wordt, hoe verder de grens van wat oud is meeschuift.
Neem een softwarebedrijf dat een ervaren ontwikkelaar zoekt en de vacature opent met een ‘jong, digitaal team dat snel schakelt’. Een vijftiger met twintig jaar ervaring solliciteert, maar ergens sluipt de gedachte binnen dat hij vast niet meer meekomt met de nieuwste frameworks. Afgewezen. Drie maanden later blijkt hij bij de concurrent het complete technische team te hebben opgetuigd én leidt hij daar de jonge honden op. Niet zijn kunde was het probleem, maar het getal op zijn cv.
Dat zo’n bias historisch nergens op slaat, bewijst de geschiedenis trouwens ook. In de 17de eeuw bekleedde Hugo de Groot op zijn 24ste al een van de hoogste juridische ambten van het land. Stel je een 24-jarige voor als cfo van een miljoenenbedrijf: de gemiddelde Raad van Commissarissen zou hyperventileren.
Lees ook: Gen Z draait geen overuren: ‘Keihard werken levert toch geen koopwoning op’
Ook na je zestigste ben je niet afgeschreven
En het werkt net zo goed de andere kant op. Ik kom 25-jarigen tegen die zich gedragen alsof ze over drie weken met pensioen gaan, zo inflexibel als een loden deur. Terwijl het idee dat je ná je 65ste bent afgeschreven voor de top net zo achterhaald is.
“Menselijk kapitaal is de grootste goudmijn van een onderneming. Managen op generatielabels kan dus maar beter overboord”
Mensen leiden tot ver in hun zeventiger jaren bedrijven, beursfondsen en zelfs hele landen. En als iemand op zijn 78ste een land kan besturen, waarom zou een 63-jarige dan niet de scherpste, meest vernieuwende manager voor een nieuwe businessunit kunnen zijn?
Je loopbaan is een marathon, geen sprint
Er is dus een andere blik nodig, want het drietrapsmodel van studeren, werken, pensioen is dood. Lynda Gratton van de London Business School beschrijft in The 100-Year Life dat de helft van de kinderen in de westerse wereld honderd jaar oud wordt. Loopbanen zijn daarmee geen sprint van veertig jaar meer, maar een marathon van vijftig of zestig.
De pensioenleeftijd schuift trouwens al mee: in 2024 lag die gemiddeld voor het eerst boven de 66. Zo’n marathon houd je alleen vol met een goede balans tussen werk en privé, waar de jongere generatie op hamert, en door te blijven bijleren en omscholen, waarvoor de flexibele zestigplusser goud waard is.
Lees ook: Ate (51) zag de kloof met gen Z groeien: ‘Ze zagen mij als dat bevlogen mannetje dat de baas speelt’
Kijk voorbij het geboortejaar
Menselijk kapitaal is de grootste goudmijn van een onderneming. Managen op generatielabels kan dus maar beter overboord worden gegooid. Niet de geboortedatum op het cv telt, maar de energie, de leerbehoefte en de flexibiliteit van de persoon die tegenover je zit. De 25-jarige kan de rust en grenzen van een veteraan hebben, en de 62-jarige de honger en drive van een starter.
Misschien is het ideale recept wel een mix van generaties die elkaar kunnen inspireren en opstuwen. Wie die dynamiek durft te benutten, vult in deze krapte sneller zijn vacatures en houdt mensen langer. Dat is geen kostenpost, dat is duurzaam werkgeverschap. Dus: gooi die bias overboord en maak er samen wat moois van.