Afhaal- en bezorgmaaltijden spelen een steeds grotere rol in de Nederlandse economie. Het aandeel van deze diensten in het consumptiemandje van huishoudens steeg van ongeveer 1,6 procent in 2015 naar ruim 3 procent nu. Dat blijkt uit onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB). Daarmee geven consumenten een aanzienlijk groter deel van hun budget uit aan maaltijden die buiten de deur worden bereid, maar thuis worden gegeten.
Voor ondernemers in de horeca en maaltijdbezorging is dat een belangrijk signaal. Wat tijdens de coronapandemie voor veel bedrijven begon als noodoplossing, lijkt uitgegroeid tot een structureel verkoopkanaal. In die periode gingen meer horecazaken afhaal- en bezorgdiensten aanbieden. Consumenten raakten gewend aan online bestellen en thuisbezorging.
Ook thuiswerken kan de ontwikkeling versterken. Wie minder vaak naar kantoor gaat, luncht vaker thuis en kiest mogelijk eerder voor bezorging of afhalen dan voor een restaurantbezoek.
Lees ook: Meer jongeren ruilen broodtrommel in voor ontbijt buiten de deur: ‘Huis kopen lukt toch niet’
Prijsstijgingen raken inflatie sterker
De grotere rol van afhaal- en bezorgmaaltijden is ook zichtbaar in de inflatiecijfers. Vóór de pandemie droeg deze categorie doorgaans minder dan 0,1 procentpunt bij aan de inflatie. In 2023 liep dat op tot 0,35 procentpunt. Inmiddels is de bijdrage gedaald naar 0,13 procentpunt, maar die blijft hoger dan vóór 2020.
Die stijging komt niet alleen doordat consumenten vaker bestellen. Ook de prijzen gingen hard omhoog. Afhaalrestaurants en bezorgdiensten kregen te maken met hogere loonkosten, duurdere energie en stijgende voedselprijzen. Een deel van die kosten is doorberekend aan consumenten.