ActueelWet- en regelgeving

Prinsjesdag 2026: startersaftrek omlaag, auto van de zaak flink duurder

Op 15 september presenteert minister van Financiën Eelco Heinen de Miljoenennota en het Belastingplan 2027.
Op 15 september presenteert minister van Financiën Eelco Heinen de Miljoenennota en het Belastingplan 2027.ANP | Op 15 september presenteert minister van Financiën Eelco Heinen de Miljoenennota en het Belastingplan 2027.
Leestijd 7 minuten
Lees verder onder de advertentie

De inhoud van het koffertje komt niet uit de lucht vallen. Een deel van wat het kabinet straks presenteert, stond al in eerdere belastingplannen; de rest kondigde het kabinet dit voorjaar al aan.

Op 15 september worden vooral de ontbrekende bedragen, voorwaarden en overgangsregels duidelijk. Daarna kunnen de Tweede en Eerste Kamer de plannen nog veranderen. Tijd voor een tussenstand: deze plannen liggen nu op tafel.

1. Zelfstandigenaftrek daalt naar 900 euro

De zelfstandigenaftrek gaat in 2027 verder omlaag, van 1.200 naar 900 euro. Deze verlaging maakt deel uit van een afbouw die het kabinet jaren geleden al in gang zette en die inmiddels in de wet staat.

IB-ondernemers die aan het urencriterium voldoen, kunnen volgend jaar 300 euro minder van hun winst aftrekken. Dat betekent niet automatisch 300 euro meer belasting. Hoeveel nadeel ze precies hebben, hangt af van hun winst, tarief en andere aftrekposten.

Wie merkt dit?

Vooral zzp’ers, ondernemers met een eenmanszaak en vennoten in een vof. De verlaging naar 900 euro staat al vast. Het Belastingplan 2023 legde het afbouwpad van de zelfstandigenaftrek al vast.

2. Startersaftrek gaat in 2027 omlaag

Het kabinet verlaagt de startersaftrek in 2027. Hoeveel er dan nog overblijft van de huidige aftrek van 2.123 euro, moet uit het Belastingplan 2027 blijken. Daarmee verliezen starters boven op de lagere zelfstandigenaftrek nog een deel van hun fiscale voordeel.

Vanaf 2028 wil het kabinet de regeling helemaal schrappen.

Wie merkt dit?

Startende ondernemers en ondernemers die nog recht hebben op één of meer jaren startersaftrek.

Het kabinet werkt de verlaging in 2027 en de afschaffing vanaf 2028 uit in het Belastingplan 2027. Daarna moeten de Tweede en Eerste Kamer ermee instemmen.

Lees verder onder de advertentie

3. Meer belastingvoordeel voor energiezuinige investeringen

Ondernemers die investeren in energiebesparing of duurzame energie krijgen mogelijk een groter belastingvoordeel. Het kabinet wil de Energie-investeringsaftrek, kortweg EIA, in 2027 verhogen van 40 naar 45,5 procent.

Bij een goedgekeurde investering van 50.000 euro stijgt de extra aftrekpost daardoor van 20.000 naar 22.750 euro: 2.750 euro meer aftrek van de fiscale winst. Hoeveel geld dat werkelijk oplevert, hangt af van de winst en de rechtsvorm van het bedrijf.

De EIA geldt alleen voor bedrijfsmiddelen die op de Energielijst staan. Ook gelden voorwaarden voor het moment waarop de ondernemer de investering aangaat en bij RVO aanmeldt. Wie een aankoop wil uitstellen tot 2027, moet daarom eerst controleren of het bedrijfsmiddel ook op de nieuwe Energielijst komt.

Wie merkt dit?
Bedrijven die willen investeren in bijvoorbeeld isolatie, zuinige machines, duurzame koeling, warmtepompen of energieopwekking.

Het kabinet heeft de verhoging van de EIA naar 45,5 procent aangekondigd. RVO legt uit hoe de huidige EIA-regeling werkt.

4. Benzine-, diesel- of hybride auto van de zaak kost werkgever 12 procent extra

Geeft een werkgever vanaf 2027 een werknemer een benzine-, diesel- of hybride auto van de zaak waarmee die ook privé of naar het werk rijdt? Dan betaalt de werkgever jaarlijks 12 procent extra belasting over de cataloguswaarde. Bij auto’s ouder dan 25 jaar geldt de marktwaarde.

Bij een auto van 30.000 euro komt dat neer op 3.600 euro per jaar, oftewel 300 euro per maand. De heffing komt voor rekening van de werkgever en staat los van de bijtelling die de werknemer betaalt.

Voor auto’s die al vóór 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht. Werkgevers betalen daarover vanaf 17 september 2030 de pseudo-eindheffing.

Wie merkt dit?

Werkgevers die vanaf 2027 een benzine-, diesel- of hybride auto van de zaak aan een werknemer geven voor privégebruik of woon-werkverkeer.

De regeling voor benzine-, diesel- en hybride auto’s van de zaak is aangenomen en gaat op 1 januari 2027 in.

Lees verder onder de advertentie

5. Veel youngtimers vallen buiten de gunstige regeling

Volgens de huidige regels stijgt de minimumleeftijd voor de youngtimerregeling in 2027 van 16 naar 25 jaar. De Tweede Kamer wil de wijziging nog aanpassen; hoe de regeling er precies uit komt te zien, is daarom nog niet definitief.

Bij een youngtimer wordt de bijtelling berekend over de actuele verkoopwaarde van de auto. Bij een gewone auto telt de oorspronkelijke cataloguswaarde. Een auto van zeventien of achttien jaar kan daardoor vanaf 2027 plotseling veel minder aantrekkelijk worden.

Het kabinet onderzoekt nog of de sprong naar 25 jaar geleidelijker kan verlopen. Ondernemers die een youngtimer rijden of willen kopen, krijgen daarover mogelijk op Prinsjesdag meer duidelijkheid.

Wie merkt dit?
Ondernemers en werknemers met een zakelijke auto die tussen de 16 en 24 jaar oud is.

De precieze invulling van de youngtimerregeling vanaf 2027 staat nog niet vast.

6. Werkgever krijgt iets meer vrije ruimte voor personeel

Werkgevers mogen via de werkkostenregeling een deel van de totale loonsom besteden aan onbelaste vergoedingen en extra’s. Denk aan een kerstpakket, een bedrijfsfeest of een cadeaubon.

De vrije ruimte over de eerste 400.000 euro van de loonsom stijgt in 2027 van 2 naar 2,16 procent. Bij een loonsom van 400.000 euro betekent dat 640 euro extra ruimte, van 8.000 naar 8.640 euro.

Ook de personeelskorting verandert. Werknemers kunnen nog steeds korting krijgen op producten van hun werkgever. Vanaf 2027 telt die korting mee in de vrije ruimte van de WKR, omdat de aparte belastingvrijstelling verdwijnt. Dat raakt bijvoorbeeld winkels, horecabedrijven en producenten die personeel met korting eigen artikelen laten kopen.

Wie merkt dit?

Alle werkgevers, met extra gevolgen voor bedrijven die personeelskorting geven.

De vrije ruimte stijgt in 2027 naar 2,16 procent. In juni kondigde het kabinet ook aan dat de aparte vrijstelling voor personeelskorting verdwijnt.

Lees verder onder de advertentie

7. Kilometervergoeding van 25 cent komt in de wet

De maximale onbelaste kilometervergoeding voor werknemers is met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 verhoogd van 23 naar 25 cent. IB-ondernemers mogen voortaan eveneens 25 cent per kilometer aftrekken als zij zakelijke ritten maken met een privévoertuig.

Een werkgever is niet verplicht om 25 cent te vergoeden. Het bedrag vormt alleen het fiscale maximum dat onbelast kan worden betaald. Bij 10.000 kilometer per jaar ontstaat 200 euro extra ruimte voor een belastingvrije vergoeding.

De 25 cent geldt nu al via een beleidsbesluit. Op Prinsjesdag wil het kabinet het bedrag ook in de wet vastleggen.

Wie merkt dit?

Werkgevers, werknemers en IB-ondernemers die een privéauto, motor of fiets voor zakelijke ritten gebruiken.

8. Startups kunnen personeel gunstiger belonen met aandelenopties

Hoge salarissen zitten er bij startups en scale-ups lang niet altijd in. Daarom belonen ze medewerkers soms met aandelenopties, zodat die meeprofiteren als het bedrijf groeit. Het kabinet wil dat fiscaal aantrekkelijker maken.

In het plan telt straks maar 65 procent van het voordeel uit aandelenopties mee voor de belasting. Een medewerker betaalt bovendien pas zodra de aandelen echt worden verkocht. Nu kan de belastingaanslag al komen als de aandelen verhandelbaar zijn, terwijl er nog geen euro is ontvangen.

Het kabinet mikt op invoering per 1 januari 2027. Daarvoor is nog goedkeuring nodig van het parlement en de Europese Commissie.

Wie merkt dit?
Startups en scale-ups die personeel willen aantrekken of vasthouden met aandelenopties.

In de internetconsultatie voor startups en scale-ups van de Rijksoverheid staat hoe de regeling moet gaan werken.

9. Aof-premie blijft iets hoger, definitieve werkgeverslasten volgen later

Werkgevers betalen via de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds mee aan uitkeringen zoals de WIA en WAO. Een aangenomen amendement heeft de Aof-premie voor 2026 en 2027 verhoogd met 0,01 procentpunt voor kleine werkgevers en 0,02 procentpunt voor middelgrote en grote werkgevers.

Dat is een beperkte stijging, maar mogelijk blijft het daar niet bij. Verschillende kabinetsplannen kunnen nog doorwerken in de werkgeverspremies. De definitieve premiepercentages voor 2027 worden later vastgesteld.

Daardoor is nu nog niet betrouwbaar te berekenen hoeveel een werknemer een werkgever volgend jaar precies extra kost. Zodra de nieuwe percentages bekend zijn, is een aparte doorrekening voor kleine en grotere werkgevers zinvol.

Wie merkt dit?

Iedere ondernemer met personeel.

De verhoging staat in de officiële uitvoeringstoets bij het aangenomen amendement. De complete premiepercentages voor 2027 volgen later.

Lees verder onder de advertentie

Op 15 september presenteert de minister van Financiën de Miljoenennota en het Belastingplan 2027. Dan weten ondernemers welke plannen in het koffertje zitten en hoe het kabinet ze wil uitwerken.

Delen: