Nieuws Groei

Dit moet je weten als je gaat ondernemen in Spanje

Na succes in eigen land lonkt voor Nederlandse ondernemers en bedrijven niet zelden een buitenlands avontuur. Maar hoe je op een vreemde plek voet aan de grond krijgt, dat verschilt nogal per land. Wieke Jong van Altares Dun & Bradstreet deelt observaties, bevindingen en tips over het zakenleven in Spanje.

Sofie Smulders 26 augustus 2018

Ondernemen spanje

Jong werkt als Marketing Officer bij Altares Dun & Bradstreet, een internationaal bedrijf dat klanten toegang biedt tot 's werelds grootste commerciële database. Voor diverse werkgevers heeft ze deelgenomen aan projecten vanuit Spanje. Voornamelijk in Barcelona, maar ook in Malaga.

Mañana, mañana

Het Spaanse credo mañana, mañana herkent Jong als geen ander. ”Zo gaat het er daar echt aan toe”, lacht ze. “In Nederland gaat alles een stuk sneller. Wij leven en werken hier echt efficiënt, weten van aanpakken. Het ligt misschien voor de hand, maar in Spanje is iedereen echt meer op zijn gemak. Ze hebben minder haast en zijn meer aan het genieten van het leven. Dat zie je ook terug op de werkvloer.”

Successen

Zo worden successen goed gevierd in Spanje. ”Als wij met het bedrijf iets te vieren hadden, zeker op de vrijdagmiddag, dan gingen we om 3 uur de Ramblas op voor hapjes en drankjes”, vertelt Jong. “Vooral het samen vieren is heel belangrijk.” Ook op werkdagen waarop er niets te vieren valt, nemen mensen uitgebreid de tijd voor eten en drinken. Anderhalf uur buiten in het zonnetje lunchen is niet overdreven. “Mensen nemen daar echt de tijd voor en dat draagt dan weer bij aan de sfeer op de werkvloer. Die is redelijk informeel, met hechte teams.“

Organisatiecultuur

Maar als ‘gewone werknemer’ met de baas lunchen, is er niet bij. “In Nederland kan dat makkelijk, de organisatieculturen zijn hier een stuk platter”, vertelt Jong. “In Spanje had ik een goede band met mijn collega’s op operationeel niveau, maar er zat echt een gat tussen de werknemers op de vloer en het hoger management. Het Spaanse bedrijfsleven is meer hiërarchisch ingericht dan het Nederlandse. Het gaat er daar traditioneler aan toe.” Dat is ook terug te zien in de kleding, die in tegenstelling tot de sfeer doorgaans vrij formeel is. Jong: “In de meeste bedrijven wordt er van je verwacht dat je strak in pak op het werk verschijnt. Spijkerbroek en sneakers zijn dan uit den boze.”

Siësta

Het kost overigens best wat energie om je aan te passen aan het Spaanse klimaat, vindt Jong. Al verschilt dat natuurlijk ook per regio. Net als de siësta, die voornamelijk in het zuiden van het land wordt gehouden. “In Barcelona heb ik het nog nooit gedaan, maar dat ligt denk ik ook aan het soort bedrijf waar je zit. Werk je in de internationale markt, dan houd je je ook aan internationale werkuren. Een doorsnee werkdag ziet er qua tijden hetzelfde uit als in Nederland: van half 9 tot 5.”

Formele zaken

Waar moeten Nederlandse ondernemers die neerstrijken in het zonnige land nog meer rekening mee houden? Dat je veel tijd moet uittrekken voor het regelen van formele zaken, zoals vergunningen en dergelijke, vertelt Jong. “Reken op heel veel papierwerk. Wij zijn gewend dat we veel online kunnen regelen, via DigiD. In Spanje maak je echt nog een afspraak op kantoor waar je ook weer allerlei gegevens moet laten zien. Ik raad ondernemers dan ook van harte aan om een Spanjaard mee te nemen die hen op weg kan helpen.”

Spaans leren

Spaans leren is overigens ook geen overbodige luxe, vertelt Jong. “Dat is zoveel makkelijker, vooral voor de officiële zaken, dan kom je met Engels niet heel ver.” Plus: mensen waarderen het echt als je Spaans spreekt of in ieder geval een poging tot doet. “Ik heb nog nooit een rare reactie gehad als ik in het Spaans niet uit mijn woorden kwam.”

Genieten

De Nederlandse ondernemer komt tot zijn recht in Spanje, vindt Jong. Zeker als je onze gehaaste mentaliteit goed kunt loslaten. Jong: “Genieten van het leven staat hier toch meer centraal. Dat is een insteek die mensen echt de ogen kan openen, dat heeft het bij mij in ieder geval wel gedaan: er bestaat zoveel meer dan werk. Dat merk je ook als je gesprekken hebt met collega’s of zakenpartners. Dan gaat het vaak eerder over cultuur, natuur, eten, dan over werk. Het sociale aspect is heel belangrijk. Ik heb geleerd dat je werkt om te leven en niet andersom.”