Een studerende twintiger met een eigen restaurant. Wie het verhaal van Thomas hoort, fronst mogelijk al snel de wenkbrauwen. Betalen zijn ouders alles voor hem?
„Nee”, zegt hij resoluut tegen de Stentor. „Ik steek vooral mijn spaargeld erin.”
Trots loopt de jonge ondernemer door zijn nieuwe restaurant genaamd Aan. Hoewel hij inmiddels wel weer bij zijn ouders woont, vindt hij de investering dubbel en dwars waard.
Zijn ondernemersavontuur begint ongeveer twee jaar geleden. Hij werkt dan in de bediening van een restaurant in Ommen, waar hij de ondernemende families Visscher en Gerrits treft.
Lodges aan de Vecht
Hij raakt met ze aan de praat over hun zogeheten Lodges aan de Vecht: een groot project van de families in Ommen, op het terrein van een voormalig resort.
Hier moeten tientallen nieuwe vakantiewoningen komen. Het nieuwe recreatiepark moet in drie jaar uit de grond worden gestampt. Daarmee zijn ze volgens hem nu ongeveer halverwege. Zo staan langs de Vecht inmiddels luxe vakantiewoningen:
Ook de parkentree wordt aangepakt. De oude eenvoudige horecagelegenheid moet plaatsmaken voor een nieuw restaurant, als het aan de parkeigenaren ligt.
Enthousiasme over jonge horecatijger
„Ze zochten een lokaal iemand die hier de horeca wilde doen”, legt Thomas uit. „Toen heb ik mijn mond een beetje voorbijgepraat en gezegd dat ik het wel wilde doen.”
De parkeigenaren reageren enthousiast op de jonge horecatijger. Maar, geeft Thomas toe, naarmate de plannen concreter worden, begint hij toch te twijfelen. „Toen ben ik er wel echt goed over gaan nadenken. Het is natuurlijk niet niks waar je zomaar ‘ja’ op zegt.”
Bovendien zit hij in het derde jaar van zijn vier jaar durende studie aan de hotelschool.
“Mijn ouders raden aan om eerst school af te maken”
Thomas Tigelaar
Thomas huurt restaurant
Uiteindelijk besluit hij tóch de kans aan te grijpen om het restaurant te huren. Hij fleurt de binnenkant van het restaurant op en laat een groot nieuw terras aanleggen. „Mijn ouders raden aan om eerst school af te maken”, geeft Thomas ruiterlijk toe. „Maar ze steunen me wel.”
De piepjonge restauranteigenaar heeft dan ook geen spijt van zijn beslissing. School kan later nog wel een keer, eerst maar eens het vak écht ervaren. „Ik heb me nog geen moment verveeld. Het zijn lange dagen, maar dat geeft ook voldoening”, legt hij uit.
Hotel in Marokko
Het betekent wel dat de telefoon de hele dag gaat: om de paar minuten grijpt de jonge ondernemer naar zijn broekzak. „Ik richt me vooral op het runnen van de zaak”, vertelt hij. „Thuis kook ik graag, maar hier draait het om goed eten voor een normale prijs, zonder poespas.”
Ondernemen is niet helemaal nieuw voor hem. Hij vertelt hoe hij in in Marokko een tijdje een hotel mocht runnen voor een Nederlandse eigenaresse. „Je wordt daar meteen onderdeel van de familie. Mensen zijn warm en gastvrij.”
Strandbar voor piepjonge ondernemer?
Met zijn nieuwe restaurant hoopt hij hetzelfde gevoel neer te zetten. Tot december blijft de huidige opzet bestaan. Daarna gaat hij opnieuw om de tafel om te kijken wat werkt.
Uitbreiding van het restaurant staat op de planning, maar Thomas denkt al groter. „Ik wil eigenlijk ook een strandbar langs de Vecht”, zegt hij. „Of misschien bij het nieuwe zwembad.”
Of hij over tien jaar hier nog steeds aan zijn horeca-imperium in Ommen bouwt? „Je weet nooit wat de toekomst brengt. Vorig jaar had ik dit ook niet voorspeld. Maar ik vind het zeker geweldig werk.”
Dit artikel is geschreven door Joost Poppema voor de Stentor.