Dit familiebedrijf bestaat 120 jaar, maar Gerard (76) weigert afscheid te nemen: ‘Ik heb geen andere hobby’
Ze maken gedenkstenen voor in De Nieuwe Kerk in Amsterdam en voorzien prinses Beatrix van tips. Bij Van Luijn Natuursteen in Tiel hebben ze al heel wat bijzondere klanten en klussen voorbij zien komen. En dat al 120 jaar lang, vertellen de jongste twee generaties. „We bouwen er hele machines voor om.”
Mi ta skirbi pa persigui solo: ‘Ik schrijf om de zon achterna te gaan’ in het Papiaments. Het is de eerste zin uit Ta amor so por, een dichtbundel van Frank Martinus Arion, een van de belangrijkste Caribische schrijvers.
„Het staat er mooi in”, zegt Michiel van Luijn (50), tegen De Gelderlander, wanneer hij op ooghoogte staat met een grote steen waar de tekst in is gehouwen. Vader Gerard (76) knikt bevestigend.
Helemaal af is hij nog niet, de zogenoemde schrijverssteen in de werkplaats van Van Luijn Natuursteen in Tiel. Een paar dagen na dit interview wordt het werk officieel onthuld op zijn plek in De Nieuwe Kerk in Amsterdam. In diezelfde kerk ligt ook een schrijverssteen voor Annie M.G. Schmidt. Óók van Tielse makelij.
‘Je hebt een zoon, dús’
Parijs, IJsland, Zwitserland: het werk van Van Luijn Natuursteen gaat tot ver over de landsgrenzen. Inmiddels staat Michiel als vierde generatie aan het roer en viert het familiebedrijf dit jaar zijn 120-jarig bestaan.
Vanzelfsprekend is het niet dat hij de zaak overneemt, vertelt Michiel terwijl Gerard naast hem komt zitten. „Die vanzelfsprekendheid ligt er eerder vanuit klanten en familie. ‘Je hebt een zoon, dús’.”
In plaats van als jong jochie met hamer en beitel in de werkplaats van pa te staan, studeert Michiel sporteconomie in Tilburg. „Én zoon én economie studeren. ‘Dan ga je vast de zaak overnemen’, werd gezegd. Maar ik was daar toen helemaal niet mee bezig. Het sporten en werken in de sportbusiness bracht me op prachtige plekken, maar ik werd pas echt gelukkig toen ik meubels en toegepaste kunst ging maken.”
“Ik vind het nog leuk om te doen. Het is fijn om bezig te zijn, ik heb niet echt andere hobby’s dan mijn vak uitoefenen”
Gerard van Luijn
Toch maar bij pa werken
„Mijn ouders waren er ook zeker niet op uit om het over te dragen”, zegt vader Gerard. Al heeft-ie zelf nooit iets anders gedaan. „Ik wilde architect worden. Daar heb ik nog altijd bouwkundige belangstelling voor.”
Hij zit in zijn jonge jaren in een band. „Dat heeft me zoveel tijd gekost dat het op school slecht ging. Op een gegeven moment zei ik tegen mijn vader: ‘Ik wil toch bij jou komen werken.’”
Hij gaat naar de avondschool voor zijn middenstands- en vakdiploma, leert het steenhouwen in de praktijk en staat nog altijd vijf dagen per week in de werkplaats. Begin bij hem niet over stoppen. „Ik vind het nog leuk om te doen. Het is fijn om bezig te zijn. Ik heb niet echt andere hobby’s dan mijn vak uitoefenen.”
Bewijs van Beatrix
Zoon Michiel, dan 25 jaar, komt vaak in de steenhouwerij van zijn vader. Hij maakt daar zijn kunst van natuursteen. „Van lieverlee kwam ik er óók achter dat het steenhouwersvak hartstikke leuk is.”
Dat is zo rond 2006, het jaar dat het bedrijf zijn eeuwfeest viert. Én het moment om het predicaat ‘hofleverancier’ aan te vragen. „Dan moet je, op z’n Amerikaans, schrijven hoe goed we zijn”, zegt Michiel lachend.
“Dan komen er technische vragen, leveren we stenen. En zit je in een digitaal driehoeksgesprek met prinses Beatrix”
Michiel van Luijn
Én daar bewijs voor leveren. Dat bewijs komt deels uit bijzondere hoek. „We werkten toentertijd voor de koningin.” Gerard: „Prinses Beatrix was - en is - erg kunstminded. Op Huis ten Bosch had ze een hele beeldentuin. Een ons bekende kunstenaar kreeg opdracht een ontwerp te maken.”
Van Luijn voerde uit, senior ging het hoogstpersoonlijk plaatsen. Een foto werd bij de aanvraag voor het predicaat Hofleverancier bijgevoegd als bewijs. Michiel: „Bronvermelding van de foto: koningin Beatrix.” Gerard, glimlachend: „Ze heeft de hele middag naast mij gestaan hoor.”
Driehoeksgesprek met prinses
Een paar jaar later, bij Beatrix’ afscheid als koningin, zitten de Van Luijns in de zaal. „Een paar hofleveranciers waren uitgenodigd.”
De band tussen het Tielse bedrijf en de - inmiddels - prinses is nog altijd goed. „We werken samen met de kunstenaar die haar begeleidt. Dan komen er technische vragen, leveren we stenen. En zit je in een digitaal driehoeksgesprek met prinses Beatrix.”
Het is zeker niet zo dat de Van Luijns alleen the rich and famous bedienen. Maar van de massaproductie zijn ze ook zeker niet, zegt Michiel.
Urnen, grafmonumenten én kunst
Het bedrijf maakt grafmonumenten, urnen, interieurstukken: geen een hetzelfde. Én, wat ook niet iedereen doet: kunst.
„We hebben veel ‘kunst’ gemaakt”, vult vader Gerard aan. „Niet bedacht, wel uitgevoerd. Oók als het eigenlijk niet kan. „Met een beetje schuiven, aanpassen.” Michiel: „Hele machines verbouwen we ervoor. Omdat de kunstenaar dan graag iets wil.”
Bizar voor één klus, zal de gemiddelde ondernemer denken. „Maar”, vraagt Gerard zich hardop af: „Wat nou als we het gewoon léúk vinden? Daarom hebben wij ook heel veel kunstenaars als klant.”
Michiel: „We willen mooie dingen de wereld in krijgen. Vaak zien we bovendien dat van het één het ander komt. Van dat ene dorpeltje of ene sokkeltje komt dan misschien ooit wel weer een aanrechtblad.”
Dit artikel is geschreven door Joni van Essen voor De Gelderlander.