Wie verdient er aan de nieuwe uitzendwet? ‘Een uitzendbureau met historie kopen kan 100.000 euro schelen’
Een uitzendbureau met schulden en rode cijfers klinkt als een bedrijf om bij weg te blijven. Toch zoeken kopers er actief naar. Nieuwe wetgeving geeft de markt een extra zet, maar over de omvang en de wenselijkheid van die beweging verschillen de meningen. „Er wordt steeds meer geld verdiend áán de staffing business en steeds minder ín de staffing business.”
Negatief eigen vermogen? Belastingschuld? Liquiditeitsproblemen? Voor jurist en durfinvesteerder Eric Pouw zijn dat geen redenen om af te haken. Integendeel. Met zijn oproep op LinkedIn om de slechtst draaiende uitzendbureaus van Nederland aan te dragen, zoekt de investeerder juist ondernemers die financieel vastlopen. „Voor een bruikbare introductie heb ik maximaal 16.000 euro over”, aldus Pouw. „Dat hoeft niet uitsluitend een overname te zijn: ook een reorganisatie, doorstart of aansluiting als backofficeklant kan daarvoor in aanmerking komen.”
“Waarom betaalt hij geld voor iets wat verlies maakt? Omdat hij een historisch vehikel nodig had om zijn zzp-bemiddeling om te katten naar uitzenden, aangezien zzp-bemiddeling in een groot deel van de zorg onmogelijk wordt”
Robbert Jan de Rooij partner bij Exit in Flex
ZZP-bemiddeling in de zorg wordt onmogelijk
De overnamedrang in uitzendland trok de aandacht van Mike Geytenbeek, commercieel directeur bij consultancybureau WGROW. Hij zag meer van dergelijke oproepen en werd ook zelf benaderd met de vraag of zijn organisatie verlies maakte en te koop was. „Eén keer is een incident, twee keer is toeval, maar na drie keer is het structureel, dan is er iets aan de hand”, vertelt hij. „Omdat ik altijd het slimste jongetje van de klas wil zijn, offerde ik een heel weekend op om er volledig in te duiken. Ik heb mensen gebeld, onderzoek gedaan naar verschillende artikelen en de wetsbepalingen en parlementaire nota’s erbij gepakt. Zo ontdekte ik wat zij al wisten: een uitzendbureau kopen met historie kan je 100.000 euro schelen.”
Dat bevestigt overnameadviseur Robbert Jan de Rooij, partner bij Exit in Flex. Zijn kantoor begeleidt aan- en verkooptrajecten in de flexbranche en biedt meerdere gratis hulpmiddelen voor ondernemers in deze branche, zoals een Wtta-check. „Wij hebben nu bijvoorbeeld een verlieslatend uitzendbureau in de zorg in de verkoop. Een zzp-bemiddelaar in de zorg heeft daar goed geld voor betaald. Waarom betaalt hij geld voor iets wat verlies maakt? Omdat hij een historisch vehikel nodig had om zijn zzp-bemiddeling om te katten naar uitzenden, aangezien zzp-bemiddeling in een groot deel van de zorg onmogelijk wordt. Hij koopt zo’n bureau puur voor de certificering en historie.”
Een ton als drempel
Dat heeft te maken met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). De wet moet misstanden tegengaan en werknemers beter beschermen. Vanaf 2028 mogen bedrijven alleen personeel uitlenen als zij daarvoor gerechtigd zijn onder het nieuwe stelsel. Ook opdrachtgevers mogen dan niet meer bij iedere willekeurige uitlener personeel inhuren. De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) beoordeelt de toelating; de Arbeidsinspectie gaat handhaven.
De wet treedt op 1 januari 2027 in werking. Bestaande uitleners kunnen zich tussen 1 november en 31 december 2026 aanmelden voor de overgangsregeling. Voor toelating gelden eisen aan onder meer administratie, loonbetaling en betrouwbaarheid. Daar komt in beginsel een waarborgsom van 100.000 euro bij. Starters beginnen bij hun eerste aanvraag met 50.000 euro en moeten die later aanvullen. Het gaat om geblokkeerd geld, niet om een entreeprijs die definitief verdwijnt.
Economische prikkel
Voor bestaande uitleners is onder voorwaarden vrijstelling mogelijk. Daarvoor moeten zij onder meer vier jaar aantoonbaar actief zijn geweest en hun fiscale verplichtingen zijn nagekomen. Alleen een oude bv kopen is dus niet voldoende. Een overname maakt de eerdere activiteiten evenmin automatisch waardeloos: de voorwaarden en de gekozen overnameconstructie blijven bepalend.
Voor Geytenbeek zit daar een economische prikkel. „Een bureau kan verlies maken door hoge overhead of verkeerde tarieven, terwijl de administratie op orde is. Wie die kosten kan verlagen, koopt mogelijk zowel een herstelbaar bedrijf als een bruikbare uitleenhistorie. Vrijstelling betekent dat de koper die ton niet hoeft vast te zetten en beschikbaar houdt voor andere investeringen.”
“De waarde zit daarmee in een combinatie van bestaande activiteiten, herstelmogelijkheden en de juridische positie”
Mike Geytenbeek commercieel directeur bij consultancybureau WGROW
Bittere pil
Het bundelen van bedrijven is op zichzelf niet nieuw, benadrukt Geytenbeek. Een grotere groep heeft vaak al salarisadministratie, software en management beschikbaar. Door die voorzieningen samen te gebruiken, kan dezelfde omzet meer opleveren. De Wtta voegt volgens hem vooral een reden toe om nú naar bestaande bureaus te kijken. Maar de vrijstelling alleen maakt een slechte onderneming nog geen goede aankoop. „Klanten moeten blijven, verliezen moeten worden gestopt en aan de toelatingseisen moet nog steeds worden voldaan. De waarde zit daarmee in een combinatie van bestaande activiteiten, herstelmogelijkheden en de juridische positie.”
Hij ziet ook een ongelijke uitgangspositie ontstaan. Een nieuwe ondernemer moet geld organiseren voor de waarborgsom, terwijl een koper via een bestaande onderneming mogelijk voor vrijstelling in aanmerking komt. „Iedereen die de afgelopen twee jaar gestart is of de komende jaren start, krijgt een bittere pil van 100.000 euro gepresenteerd.” Dat kan volgens hem ook een markt voor extra financiering creëren. Geytenbeek benadrukt dat WGROW niet op overnamepad is. Hij volgt de regelgeving om klanten te adviseren en commerciële kansen te begrijpen. Zijn LinkedIn-artikel leverde naar eigen zeggen wel meer dan vijf berichten op van ondernemers die bij een goed aanbod hun bureau wilden verkopen.
Koper verdient aan de achterkant
Pouw maakt van dergelijke problemen zijn werk. Hij was jarenlang actief als insolventiejurist en investeert inmiddels via een eigen investeringsmaatschappij SalmSalm. Zijn belangstelling voor de uitzendmarkt ontstond bij het herstel van een backofficebedrijf in Breda. Na toevoeging van een tweede bedrijf ontstond backofficepartij Werkhelden, waarin zijn vrouw voor de helft eigenaar is. Het faciliteert naar zijn zeggen 150 uitzendbureaus en is juridisch werkgever van ongeveer 2000 mensen.
Die positie verklaart zijn koopinteresse. „Een uitzendondernemer kan sterk zijn in klanten vinden en kandidaten plaatsen, maar vastlopen op loonadministratie, financiering en werkgeversrisico’s. Werkhelden neemt zulke werkzaamheden over. Wij betalen de lonen uit, factureren de opdrachtgevers, betalen wekelijks de marge uit aan het uitzendbureau en financieren het hele traject. De ondernemer houdt het commerciële werk, de backoffice verdient aan de dienstverlening.”
“Die Wtta geeft een zetje, maar voor uitzendondernemers wordt het sowieso steeds lastiger om zelfstandig zo’n kantoor te runnen”
Eric Pouw jurist en durfinvesteerder
Over een drempel heen
Pouw zegt dit jaar al tien bureaus met financiële problemen te hebben overgenomen. Als voorbeeld noemt hij Talent4Taxi, met ongeveer 150 detacheringskrachten. Dat draaide volgens hem eerder rond het nulpunt en is inmiddels winstgevend, al drukt hij dat liever niet in cijfers uit. Bij andere probleemgevallen kan zijn aanpak een faillissement met doorstart omvatten. Dat is een andere route dan een fiscaal schone bv inclusief historie overnemen. De belangstelling groeit volgens hem wel. „Inmiddels krijg ik twee tot drie telefoontjes per week, waaruit één tot twee gesprekken voortkomen. Een eerdere brievenactie leverde naar helemaal geen reacties op. Ondernemers moeten kennelijk eerst over een drempel heen. Je moet angst wegnemen. Wat natuurlijk meespeelt, is dat de Wtta nu snel dichterbij komt.”
Toch zou hij ook zonder de wet in deze markt investeren. „Die Wtta geeft een zetje, maar voor uitzendondernemers wordt het sowieso steeds lastiger om zelfstandig zo’n kantoor te runnen.” Daarmee nuanceert hij de gedachte dat kopers vooral op een vrijstelling jagen: zijn rendement komt ook uit het verplaatsen van werkzaamheden en omzet naar een gezamenlijke backoffice.
Grote golf moet nog komen
Overnameadviseur De Rooij ziet meer beweging, maar vindt het beeld van een plotselinge opkoopgolf voorbarig. „Het is nog niet zo’n golf als je zou verwachten, want er wordt heel veel over geroepen in de media. Ik denk dat de echte golf nog moet komen.” De Wtta is volgens hem onderdeel van een opeenstapeling van veranderingen. „Ondernemers worden niet noodzakelijk ontmoedigd door het bemiddelen zelf, maar door alles wat erbij komt kijken. Het commerciële stuk vinden ze allemaal leuk; daar zijn ze mee begonnen. Ondertussen gaan tijd en energie naar administratie en regels. Ook bureaus die goed verdienen, kunnen daarom aansluiting zoeken.”
Die aansluiting kent verschillende vormen, legt De Rooij uit. „Sommige bedrijven worden voor 100 procent overgenomen, andere sluiten zich aan bij een buy-and-build-platform of als franchisenemer. Een grotere groep besteedt het juridisch werkgeverschap en de verloning uit. Niet iedere ondernemer die stopt met een eigen uitzend-bv verkoopt daarmee zijn hele bedrijf. Juist die verschillen maken het lastig om uit zichtbare overnameoproepen rechtstreeks een trend af te leiden.”
Malafide partijen ontkomen
Over de gevolgen van de Wtta voor de uitzendsector lopen de opvattingen uiteen. Pouw verwacht dat kleine zelfstandige uitzendorganisaties nauwelijks toekomst hebben en vindt een forse vermindering van het aantal bureaus eigenlijk wel gezond. „Minimaal de helft moet gewoon verdwijnen.” Zijn oplossing laat tegelijk ruimte voor kleine ondernemers die commercieel zelfstandig blijven, maar het werkgeverschap bij een grotere partij onderbrengen.
De Rooij voorziet een verdere consolidatieslag. „Kleine gespecialiseerde bureaus in nichebranches blijven heel gewild, maar algemene kleine uitzenders hebben een echte uitdaging.” Aansluiting bij een grotere organisatie kan de kwaliteit verbeteren, erkent hij. Maar hij betwijfelt of meer regels juist de malafide partijen raken. „Goedwillende partijen worden opgezadeld met enorm veel extra regeldruk, terwijl kwaadwillende partijen creatief genoeg zijn om er iedere keer aan te ontkomen. Het ontbreekt vooral aan handhaving. Een eerlijker speelveld voor ondernemers en bescherming van arbeidskrachten, realiseer je niet door meer bureaucratie.”
“Dat grotere partijen vervolgens beter voor werknemers zorgen, volgt niet vanzelf uit hun omvang”
Mike Geytenbeek commercieel directeur bij consultancybureau WGROW
Kern raakt uit beeld
Geytenbeek legt een ander risico op tafel: een wet die misstanden moet bestrijden, kan tegelijkertijd het voordeel van kapitaalkrachtige kopers vergroten. „Zij kunnen overhead delen, herstel financieren en bestaande ondernemingen kopen. Voor kleinere nieuwkomers wordt de toegang juist duurder. Dat grotere partijen vervolgens beter voor werknemers zorgen, volgt niet vanzelf uit hun omvang.” Hij voorziet nog een ander effect van de nieuwe regels: „Je kunt op je vingers natellen dat we straks de eerste Wtta-leningproducten van de financiële dienstverleners gaan zien, denk aan ‘Leen nú 100K voor je uitzenddepot!’.”
Voor de uitzendondernemer wordt de afweging intussen concreet: zelf investeren, werkzaamheden uitbesteden of verkopen? De Rooij waarschuwt dat daarbij de kern van de sector uit beeld kan raken. „Er wordt steeds meer geld verdiend áán de staffing business en steeds minder ín de staffing business. Uiteindelijk moeten die euro’s nog steeds verdiend worden door hardwerkende vrouwen en mannen die iedere morgen om 5 uur de wekker zetten om jouw online bestelling in te pakken.”