InnovatieEnergietransitie

Toch stroomaansluiting krijgen door samenwerking met ondernemers in energiehub: ‘Je moet echt veel pijn voelen’

Initiatiefnemer van het programma Smart Energy Hubs, een pilot waarbinnen in eerste instantie tien energiehubs werden opgezet in Overijssel en Gelderland Vlnr: Marc Leeuw, Wouter Heres, Robert-Niels van Droffelaar en Rutger Beekman.
Initiatiefnemer van het programma Smart Energy Hubs, een pilot waarbinnen in eerste instantie tien energiehubs werden opgezet in Overijssel en Gelderland Vlnr: Marc Leeuw, Wouter Heres, Robert-Niels van Droffelaar en Rutger Beekman.Foto: Oost NL
Leestijd 7 minuten
Lees verder onder de advertentie

Ondernemer Patrick Geurtsen wilde in 2023 met zijn machinefabriek verhuizen naar een bedrijventerrein langs de A1 in Deventer. De gemeente waarschuwde hem direct om een stroomaansluiting aan te vragen, want dat kon nog wel eens lastig worden. Al snel liet de netbeheerder weten dat hij tot minimaal 2030 moest wachten tot er stroom naar zijn kavel zou lopen. Gelukkig dacht de gemeente met hem mee. Wat als hij met de andere ondernemers op het bedrijventerrein stroom zou kunnen delen en zij samen in een ‘energiehub’ zouden stappen?

Lees ook:
Terwijl duizenden bedrijven op stroom wachten, heeft dit bedrijventerrein dé oplossing: ‘E-hub begin je om te overleven’

Stroom is geen zekerheid meer

In 2023 was Bedrijvenpark A1 een van de koplopers. Ondertussen starten tientallen bedrijventerreinen een energiehub. Maar wat is het eigenlijk? Roeland Tameling, parkmanager van bedrijventerrein Lage Weide in Utrecht, legde het eerder aan De Ondernemer uit. „Het is een afspraak: een slimme manier waarop bedrijven onderling stroom opwekken, opslaan en verdelen.’’

Een energiehub is meestal geen fysieke installatie, maar vooral een samenwerking op papier. Bedrijven stemmen hun stroomverbruik, -opwek en eventuele -opslag op elkaar af, zodat ze de beschikbare ruimte op het elektriciteitsnet slimmer benutten en zelf kunnen blijven ondernemen. Als het ene bedrijf voor zijn machines overdag stroom nodig heeft en zijn buurman ‘s nachts zijn elektrische vrachtwagens wil opladen, dan hoeft de netbeheerder niet twee keer hetzelfde vermogen uit te geven, maar slechts één keer.

Waarom stroom ineens een strategisch probleem is

Dat ondernemers nu pas massaal naar energiehubs kijken, heeft alles te maken met het overvolle stroomnet. „Stroom- of leveringszekerheid is ineens geen zekerheid meer”, legt Rutger Beekman uit. Hij helpt ondernemers te begrijpen wat hun energieverbruik is, hoe dat past in hun plannen en welke afspraken nodig zijn om samen verder te kunnen, eventueel in een energiehub. „Vroeger googelde je even als je een stroomaansluiting wilde, dat regelde je zo. Die tijden zijn echt voorbij.”

Lees verder onder de advertentie

Ook Marc Leeuw van ontwikkelingsmaatschappij Oost NL ziet dat het thema stroom door netcongestie steeds vaker in de directiekamer belandt. Leeuw is mede-initiatiefnemer van het programma Smart Energy Hubs, een pilot waarin aanvankelijk tien energiehubs werden opgezet in Overijssel en Gelderland.

De aandacht voor energiehubs ontstond vanuit verduurzaming, vertelt Leeuw, maar het onderwerp is inmiddels economisch zeer urgent geworden, want „het vestigingsklimaat staat zwaar onder druk”, stelt hij. Een energiehub lost netcongestie niet in één klap op, benadrukt Leeuw, maar kan bedrijven wel ruimte geven om verder te gaan, en dat is in deze tijden niet vanzelfsprekend. „Dat je überhaupt door kunt met ondernemen, kunt groeien en verduurzamen. Zo simpel is het.”

Voor wie is een energiehub de geschikte oplossing?

Het opzetten van een energiehub gaat niet van de ene op de andere dag. „Je hebt te maken met nieuwe constructen, nieuwe contracten en nieuwe typen afspraken. Daar moet iedereen aan wennen”, vat Beekman samen. Daarom verzamelt Leeuw alle opgedane kennis en tips die door de jaren heen zijn verkregen op één platform, zodat ondernemers niet telkens opnieuw het wiel hoeven uit te vinden.

Een energiehub is lang niet altijd de beste oplossing voor bedrijven die problemen ervaren door het overvolle stroomnet. „Ondernemers roepen te snel: ‘we willen een hub’”, vertelt Beekman. Veel bedrijven kunnen meer winst halen uit energiebesparing en beter inzicht in hun eigen verbruik, stellen Leeuw en Beekman. De belangrijkste vraag die ondernemers moeten stellen is: met wie zitten we op het bedrijventerrein en wat is ons probleem?

Daarom begint vrijwel iedere energiehub met data. „Je kunt nog zo’n leuke babbel met elkaar hebben, maar als je elkaar energetisch niets te bieden hebt, houdt het op”, zegt Beekman. Dus stel jezelf de vraag: hoeveel stroom gebruikt je bedrijf nu? Wanneer heb je veel vraag naar stroom en wanneer niet? Verandert dat beeld in de toekomst, bijvoorbeeld omdat je aan de slag wil met elektrische vrachtwagens, laadpleinen of warmtepompen?

Samenwerken vraagt vertrouwen en urgentie

Een energiehub oprichten vraagt naast inzicht om openheid. En daar wringt het regelmatig. Beekman noemt dat de stap van informeel contact naar echte zakelijke afspraken. „De cijfers zeggen dat een hub energetisch mogelijk is, maar kunnen jullie het met elkaar? Lukt het je om van een barbecue-praatje naar een contract te komen?” Het vertrouwen hebben in elkaar is uiteindelijk een grote bepalende factor voor het laten slagen van een hub. „Je moet je hele hebben en houden blootleggen aan je buren, dat vraagt vertrouwen. En vertrouwen kost gewoon tijd”, zegt Leeuw.

Daarom speelt directe pijn bij een van de ondernemers een cruciale rol bij het laten slagen van een energiehub. Bedrijven die zelf (nog) geen problemen ervaren met netcongestie, haken makkelijker af. „Wil je het proces echt goed op gang krijgen en dat tempo behouden, dan moet je iemand hebben die op dat moment echt veel pijn voelt”, zegt Leeuw.

Lees verder onder de advertentie

Groepscontract voelt soms als inleveren

En zelfs als die urgentie er is, vraagt een energiehub veel afstemming tussen ondernemers, netbeheerders en gemeenten. Waar de eerste initiatieven jaren duurden omdat contracten en afspraken nog grotendeels moesten worden uitgevonden, gaat het proces inmiddels sneller, vertelt Beekman. „Van nul tot een groepscontract (een contract tussen een groep ondernemers en de netbeheerder over de hoeveelheid af te nemen vermogen, red.) kom je soms al in zes maanden.”

Vooral omdat ondernemers vaak het gevoel hebben dat ze hun eerder afgesproken capaciteit met de netbeheerder moeten inleveren, duurt het proces langer. Binnen een energiehub, waarin een groepscontract de basis vormt, werken bedrijven niet meer met eigen losse contracten, maar delen ze gezamenlijk de beschikbare ruimte op het stroomnet. Daarbij wordt gekeken naar hoeveel stroom bedrijven daadwerkelijk gebruiken. Daar ontstaat volgens Leeuw vaak discussie. Veel ondernemers hebben in het verleden voor de zekerheid extra capaciteit aangevraagd. In werkelijkheid wordt die volledige capaciteit zelden gebruikt. Ondernemers moeten daar vooral niet te veel aan vasthouden, vindt Leeuw. „Je levert niets in, want je gebruikte het toch al niet.”

Daar zit een volgende gevoeligheid van een energiehub, stelt Beekman. Ondernemers moeten erop vertrouwen dat ze op cruciale momenten alsnog voldoende ruimte krijgen op het net. „Wat als jij op dinsdag ineens meer vermogen nodig hebt? Daar moet je dus met elkaar duidelijke afspraken over maken.”

Lees verder onder de advertentie

Die afspraken maken een energiehub tegelijkertijd waardevol én ingewikkeld. Bedrijven kunnen dankzij het gezamenlijke contract alsnog uitbreiden, verduurzamen of nieuwe locaties ontwikkelen zonder jarenlang te wachten op extra netcapaciteit. Daarnaast kan een groep ondernemers vaak met minder vermogen uit de voeten dan wanneer iedereen een eigen contract heeft met de netbeheerder, waardoor het net beter benut kan worden. Daar staat tegenover dat ondernemers afhankelijker van elkaar worden.

Energiehub is geen wondermiddel

Toch waarschuwen Leeuw en Beekman ervoor energiehubs niet als wondermiddel te zien. Een groepscontract is vaak pas stap één. Daarna volgen de echte keuzes: wie betaalt wat voor een batterij of laadplein en wie mag de stroom gebruiken? En niet onbelangrijk: hoe worden de opbrengsten of besparingen verdeeld?

Hoogleraar slimme elektriciteitsvoorzieningssystemen Peter Palensky van de TU Delft ziet een energiehub als een belangrijke oplossing voor ondernemers, maar de zakelijke afweging blijft cruciaal. Een energiehub kan technisch logisch zijn, maar bedrijven moeten wel weten wie investeert en wat het oplevert.

Want helemaal gratis is een energiehub niet. Het eerste te investeren bedrag komt neer op zo’n 100.000 euro. In de eerste fase gaat het vooral om tijd, advies, juridische begeleiding, contracten en software. De grotere investeringen komen vaak later, wanneer ondernemers samen kijken naar batterijen, laadpleinen of extra lokale opwek. Juist dan wordt de businesscase belangrijk.

Ondernemen door energiehub

Terug naar ondernemer Patrick. Sinds bijna een jaar zit familiebedrijf Geurtsen in een energiehub met twee ondernemers van hetzelfde bedrijventerrein. De machinefabriek is al bijna een jaar in gebruik en stroom vormt geen enkel probleem meer. Zijn advies? „Het is goed voor de bedrijvigheid en voor de economie. Je wordt er zelf ook niet slechter van. Eigenlijk is er geen reden om niet aan een hub mee te werken.”

Lees verder onder de advertentie

Delen: