De zomerbarbecue van nlgroeit was goed bezocht. Meer dan honderd ambitieuze ondernemers en een aantal coryfeeën kwamen samen bij speelcafé Mooie Boules in Amsterdam. We hadden zicht op de Houthavens en waren op een steenworp afstand van het nlgroeit-kantoor. Mooi om zo’n groep bij elkaar te zien. Veel interactie, lachen en leren. Er was ook een spreker, Sven Rickli. Als u afgelopen zomer een beetje naar de radio heeft geluisterd heeft u hem zeker voorbij horen komen. Sven is een bijzondere ondernemer met een erg diverse achtergrond. Organisatiepsycholoog, alpacaboer, consultant en ja – daar is het haakje – nu ook auteur van het boek ‘De Menselijke Revolutie’. Hoewel hij maar een kwartiertje had, was zijn verhaal aanstekelijk genoeg om mij ertoe te bewegen het boek mee te nemen en te lezen.
Anders ondernemen
Het was een verrassing. Goed geschreven en het neemt je helemaal mee in een niet helemaal nieuw en revolutionair, maar wel verfrissend verhaal over dat we het met z’n allen ‘anders’ moeten gaan doen. De basis is een pleidooi om economie en organisaties niet langer primair te optimaliseren voor groei en efficiëntie, maar voor menselijke waarde — waarbij winst een middel is en niet het uiteindelijke doel. Dus welke waarde voegt jouw organisatie of bedrijf toe aan de samenleving? En wordt jouw organisatie dan ook mensgericht geleid? Ben je bezig met de ontwikkeling van je medewerkers, geef je ze voldoende vertrouwen en ben je niet alleen werkgever, maar ook ‘zingever’?
Het begon me een beetje te duizelen. Wordt er nu niet erg veel op het bordje gelegd van de werkgever? Maar het ligt in de lijn van eerdere initiatieven van onder anderen Rutger Bregman, auteur van ‘De meeste mensen deugen’ en oprichter van de School for Moral Ambition. Ook Rutger is fervent pleitbezorger van het idee dat we onze talenten en ambities vooral moeten inzetten voor het grotere goed en een betere wereld. Maar waar de School for Moral Ambition de verantwoordelijkheid bij de persoon legt, doet Sven dat bij organisaties. Toevallig is dat allemaal niet, want bij enig speurwerk blijkt dat Sven ook een founding member is van deze school en consultant bij dergelijke organisaties.
Maar de ideeën resoneren wel bij mij. Ik ben het in de basis eens met die ideologie van morele ambitie. Ik verbaas me er altijd over dat de slimste jonge breinen van ons land terechtkomen bij financiële instellingen, de private-equitywereld en sjieke consultants. Ik zie het bij de vriendjes van mijn kinderen gebeuren. En oh wat is dat zonde. De beste denkkracht wordt gebruikt om het ‘systeem’ te gamen en meer geld uit ons financiële stelsel te persen, in plaats van de echte grote en kleine maatschappelijke problemen op te lossen. Ik ril ook een beetje van wat we zien in de Verenigde Staten. Dat kun je bestempelen als de ‘endgame of capitalism’, en dat is niet fraai. De hoeveelheid daklozen, de enorme tegenstellingen en het feit dat uiteindelijk alles – inclusief de politieke macht – te koop is.
Toch wringt er iets
Die morele ambitie en dat medemenselijke zijn aanmerkelijk mooiere concepten dan dat extreme kapitalisme. Maar toch zit me iets niet lekker. Er wringt iets en ik kan er niet echt m’n vinger opleggen. Ik weet dat een revolutie begint met stenen gooien en dat de schurende en veroordelende toon van zowel Rutger als Sven juist niet per ongeluk zo gekozen is. Maar daar zit ’m juist de crux. De School for Moral Ambition en ook Svens boek gaan ervan uit dat de meeste mensen en organisaties al ‘fout’ zijn. Dat we te veel voor onszelf kiezen, dat we de aarde uitputten, dat we alleen maar op financiële KPI’s sturen, medewerkers uitbuiten en dat winst het allerbelangrijkste is.
Het klinkt alsof de wereld rot is. En de vingertjes van Sven en Rutger wijzen daarmee ook naar ons, ondernemers. Maar goed, het zet je wel aan het denken en tot een soort zelfanalyse.
Doen Nederlandse ondernemers het verkeerde?
Die analyse heb ik dan ook gedaan. Ik keek naar mezelf en alle ondernemers waar ik mee in contact kom, zoals op die ondernemersborrel vorige week. Ik zie dan vooral positieve mensen die iets van hun leven, hun bedrijf en Nederland willen maken. De meeste ondernemers die ik ken onderkennen dat hun medewerkers het belangrijkste kapitaal zijn, werken aan hun B Corp of ‘great place to work’ status en proberen echt het goede voor de wereld te doen met hun product of dienst. En ja, daar zijn ook bedrijven bij die gewoon verzekeringen verkopen of autoschades repareren, maar ik zie vaker positieve bezieling dan de kapitalistische uitbuiterij die als uitgangspunt in het boek wordt genomen. Sterker nog, ik zie regelmatig de teleurstelling in hun ogen wanneer weer een medewerker zich heeft ‘ziekgemeld’ na wat eerlijke feedback de dag ervoor.
De basisgedachte achter de concepten is onverminderd sterk. Maar waarschijnlijk zijn voor de theorievorming achter De Menselijke Revolutie vooral de door managers geleide archaïsche corporate organisaties genomen. Deze kunnen in veel gevallen inderdaad een ‘make-over’ gebruiken. Dat zal zeker gelden voor de kapitalistische corporates aan de overkant van de plas. Mijn advies zou zijn om direct een vertaling in het Amerikaans-Engels te maken en 100.000 exemplaren op te sturen. Ik heb overigens wel een idee wat de meeste Amerikanen ermee zullen doen. Ze zullen grinniken en hun minachting voor die rare Europeanen zal verder toenemen. Tegelijk zullen ze onverminderd hun eigen revolutie uitbouwen: kapitalistische AI-organisaties die met zekerheid de loop van de wereldgeschiedenis zullen veranderen.
Dus nogmaals, hoe begin je een revolutie? Tja, de steen die Sven gooit is raak. Hij zet ons aan het denken en daarmee komen allerlei raderen in beweging. Laten we eens kijken wat dit de wereld aan menselijkheid gaat opleveren, als dat met die andere aankomende revolutie überhaupt nog relevant is.