Rob Wennekes (46) weet hoe het is om een bedrijf groot te maken. Ruim 23 jaar runde hij samen met zijn broer een schoonmaakbedrijf. Op het hoogtepunt werkten er zo’n 500 mensen. In 2020 verkocht hij zijn aandelen om zijn langgekoesterde droom waar te maken: een horecazaak beginnen.
„Ik ben begonnen met de gedachte: ik moet iets hebben wat altijd verkoopt. Wat een beetje laagdrempelig is”, legt Rob zijn keuze voor friet uit. „Eigenlijk wilde ik altijd al iets met friet. Dat riep ik vroeger al. Bijna iedereen vindt dat een fantastisch product.”
Onzekere periode voor Friet Panters
De start van Friet Panters werd er een met horten en stoten. Rob opende de zaak in december 2020, midden in de coronacrisis. De opening verliep goed, mede dankzij de aandacht die hij vooraf met marketing en promotie had gegenereerd, maar na een week moest de zaak alweer dicht. Een lange periode van onzekerheid volgde.
“Voor ons gevoel zien we nu pas, sinds een jaar of drie, een megastijgende lijn”
Stoppen was geen optie. De Brabander had de zaak volledig met eigen geld gefinancierd en wilde de investering niet zomaar opgeven. Dat betekende wel dat hij lange tijd moest blijven volhouden zonder de omzet waarop hij had gerekend. Pas toen mensen weer naar buiten gingen en weer geld durfden uit te geven, zag hij de zaak echt aantrekken. „Voor ons gevoel zien we nu pas, sinds een jaar of drie, een megastijgende lijn.”
Clubachtige uitstraling
Bij Friet Panters kan Rob zijn creatieve ei kwijt, iets wat hij bij het schoonmaakbedrijf miste. „Alles wat je bij ons ziet, heb ik zelf bedacht: van het interieur en de menukaarten tot de gepersonaliseerde puntzakken en de aankleding van de foodtruck.” Die creativiteit is een belangrijk onderdeel van zijn formule. Rob wil dat een bezoek aan Friet Panters meer is dan alleen een frietje halen: het moet een ervaring zijn.
Wie Friet Panters binnenstapt, waant zich niet in een traditionele snackbar: geen vitrine, geen prullenbak en geen standaard cafetaria-interieur. In plaats daarvan vind je er luxe materialen, porseleinen panters, planten aan het plafond en opvallende verlichting. Overdag is de zaak levendig met winkelend publiek en toeristen; ’s avonds krijgt het interieur volgens Rob een meer clubachtige uitstraling.
,,Dan zie je de neonverlichting goed. Een gaaf licht met een hoop kleuren.” De opvallende uitstraling maakt mensen nieuwsgierig. ,,Je ziet heel veel mensen langslopen en kijken van: wat is dat nou? Wat leuk.”
“Wij leveren een stukje beleving dat nog steeds betaalbaar is voor een breed publiek”
Sfeer en presentatie niet ten koste van betaalbaarheid
Eenmaal binnen krijgen klanten de ervaring van een restaurant, vertelt Rob. Ze bestellen zelf, waarna de bestelling aan tafel wordt gebracht. Met die aanpak richt hij zich bewust op een breder publiek. Jongeren weten de zaak te vinden, maar ook stellen, ouderen, winkelend publiek en toeristen.
De extra aandacht voor sfeer en presentatie hoeft volgens Rob niet ten koste te gaan van de betaalbaarheid. De gewone puntzak friet begint bij Friet Panters bij 3,90 euro. De frietspecials liggen wat hoger; de truffel-parmezaan kost bijvoorbeeld 7,95 euro. „Daarvoor krijgen klanten een ruime portie vers bereide friet, geserveerd in een gepersonaliseerd bakje met vetvrij papier en royaal afgewerkt met truffelsaus en Parmezaanse kaas.”
Maar goede service vindt hij minstens zo belangrijk. De horecaman noemt bedrijfsleider Dennis een belangrijke kracht in zijn zaak. „Hij vraagt klanten altijd naar hun dag en wenst ze veel plezier met winkelen. Daardoor kan een klant die 5 of 6 euro heeft besteed toch het gevoel krijgen een half uur in de watten te zijn gelegd. Dat is wat we willen creëren.”
Foodtruck rollende sfeerbom
De foodtruck die er vorig jaar bij kwam, is volgens Rob een verlengstuk van het restaurant. Een ‘rollende sfeerbom’ noemt hij het zelf. Hij richt zich met de foodtruck vooral op bedrijfsevenementen, personeelsfeesten en festivals. Niet op de traditionele braderie of markt. „Wij willen niet concurreren op de laagste prijs. We komen met topkwaliteit, uitstraling en volledige presentatie. Daar hangt een ander prijskaartje aan.”
“Ik heb nu al zoveel dubbele aanvragen gehad”
Aan ‘mooie opdrachten’ geen gebrek
Het is niet Rob zijn doel om met de foodtruck zo veel mogelijk opdrachten aan te nemen. „Ik heb liever 50 of 75 mooie opdrachten in een jaar waar een gezonde marge op zit, dan 300 opdrachten waarbij je alleen maar bezig bent en onderaan de streep nauwelijks iets overhoudt.”
Tegelijkertijd ziet hij genoeg ruimte om met de foodtruck verder uit te breiden, want aan ‘mooie opdrachten’ heeft hij naar eigen zeggen geen gebrek. ,,Ik heb nu al zoveel dubbele aanvragen gehad. Die noteer ik en dan maak ik een inschatting van wat ik hiermee heb gemist. Zo kan ik uitrekenen of het rendabel is om een tweede wagen aan te schaffen.”
De veertiger wil dus wel degelijk verder groeien, maar niet per sé door meerdere eigen winkels te openen. „De vierkante meters zijn verschrikkelijk duur en wij hebben echt een concept dat voor een stad is gebouwd. We hebben niks te zoeken in een dorpje met 20 of 30.000 inwoners.” Maar vooral het bewaken van de kwaliteit houdt hem tegen. „Ik ben een vreselijke perfectionist. Bij mij moet het recht zijn, schoon zijn en perfect. Hoe moet ik dat doen met vijf zaken?”
Lees ook: ‘De Chinees’ verdwijnt meer en meer uit het straatbeeld, maar Lin Fa doet al 63 jaar goede zaken
Om die reden ziet Rob ook het uitrollen van een franchiseformule niet zo zitten. „Als iemand na een half jaar de kantjes ervan af gaat lopen, gooi je toch mijn naam te grabbel. Dat wil ik gewoon niet.”
Wat hij wel wil, is dat heel Nederland Friet Panters straks kent. Met de foodtruck kan hij die ambitie waarmaken zonder meteen meerdere zaken te openen. „We zijn al van Groningen tot Antwerpen gereden met dat ding, dus het gaat de goede kant op.”
“Bij mij moet het recht zijn, schoon zijn en perfect. Hoe moet ik dat doen met vijf zaken?”
Onderscheidend conceptgevoel
Daarnaast ziet hij veel toekomst in het openen van Friet Panters-locaties of kiosken in attractieparken, dierentuinen en andere plekken waar veel bezoekers komen. „Voor mij is vooral belangrijk dat zo’n locatie bij ons concept past en dat wij met onze uitstraling, kwaliteit en beleving iets kunnen toevoegen. Als het maar écht Friet Panters blijft.”
Wat heeft volgens Rob het meest bijgedragen aan het succes van Friet Panters? „Toch wel het onderscheidende conceptgevoel. Een andere manier om het frietje op de markt te brengen.”