Actueel
Wet- en regelgeving

Nieuwe uitleenwet nadert: ‘Heel veel bedrijven denken dat de wet geen betrekking op hen heeft’

In de uitzend- en detacheringssector wordt veruit het meeste personeel uitgeleend in de industriële en logistieke branche.
In de uitzend- en detacheringssector wordt veruit het meeste personeel uitgeleend in de industriële en logistieke branche.Foto: Shutterstock
Leestijd 6 minuten •
Advertentie

Een aanmelding klinkt als iets voor de administratie. Toch kan het missen ervan grote gevolgen hebben voor ondernemers die personeel uitlenen. Tussen 1 november en 31 december 2026 kunnen zij zich aanmelden voor de overgangsregeling van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). „Dat lijkt een administratief gebeuren, maar dat is het niet”, zegt Kees van Nieuwamerongen, directeur van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU).

Zijn waarschuwing: „Als je deze stap nu mist als ondernemer en jezelf niet in de komende twee maanden aanmeldt, kun je gewoon in grote problemen komen omdat je je bedrijfsvoering niet voort kunt zetten.” De regeling biedt bestaande uitleners onder voorwaarden ruimte om door te werken terwijl hun toelatingsaanvraag wordt beoordeeld.

Ook het IT-bedrijf kan uitlener zijn

De Wtta treedt op 1 januari 2027 in werking. Vanaf 1 januari 2028 handhaaft de Arbeidsinspectie op de toelatingsplicht. De wet moet werknemers beschermen tegen misstanden en oneerlijke concurrentie tegengaan. Maar volgens onderzoek van Regioplan kent een op de drie uitleners de toelatingsplicht nog niet, zegt Van Nieuwamerongen.

Zijn zorg betreft vooral ondernemers die zichzelf helemaal niet als uitlener beschouwen. Denk aan consultancy- en IT-bedrijven die hun mensen bij klanten laten werken. „Er zijn heel veel bedrijven die denken dat het geen betrekking op hen heeft.” Bepalend is onder meer of medewerkers onder leiding en toezicht van de klant werken. De feitelijke situatie telt, niet het etiket ‘dienstverlening’. Bij twijfel adviseert hij de informatie op toelatinguitleenmarkt.nl te raadplegen en juridisch advies in te winnen. „Er bestaan uitzonderingen en ontheffingen, maar ondernemers moeten zelf onderzoeken welke route bij hun activiteiten past.”

Advertentie

“Het is een administratieve lastenverzwaring. Het wordt belangrijker dat je ook kunt laten zien dat je het goed doet”

Freek Heurkens Risk & Process Manager bij OTTO Work Force

Goed werken én het kunnen aantonen

Bij OTTO Work Force houdt Risk & Process Manager Freek Heurkens zich bezig met de implementatie. De internationale arbeidsbemiddelaar begint niet vanaf nul: als lid van de ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen) is OTTO al jaren SNA-gecertificeerd en wordt het extern gecontroleerd. „Een aanvullende proefaudit langs het Wtta-normenkader bracht geen grote tekortkomingen aan het licht. Een belangrijk deel van het voorbereidende werk hing samen met de gelijkwaardige beloning uit de ABU-cao, die sinds 2026 geldt.” Die cao-verandering staat naast de Wtta, maar helpt bij de voorbereiding daarop. „Als je dat gedaan hebt, heb je een hele grote stap gezet richting de Wtta.”

Dat betekent niet dat de nieuwe wet zonder extra werk komt. „Het is wel een administratieve lastenverzwaring. De eisen ten aanzien van toonbaarheid en aantoonbaarheid gaan omhoog. Het wordt belangrijker dat je ook kunt laten zien dat je het goed doet.” Van Nieuwamerongen raadt uitleners daarom aan hun administratie nu al langs het normenkader te leggen. „Ga daar vast over in gesprek met een inspectie-instelling. Vraag in voorkomende gevallen vast een proefinspectie aan, zodat je een goed beeld krijgt van je verbeterpunten in je eigen bedrijfsvoering.”

Freek Heurkens, Risk & Process Manager bij OTTO Work Force.  Foto: eigen beeld
Freek Heurkens, Risk & Process Manager bij OTTO Work Force.Foto: eigen beeld

Klant moet meewerken

Juist informatie van opdrachtgevers kan een knelpunt vormen, merkt Heurkens. OTTO moet bijvoorbeeld kunnen controleren of gewerkte uren volledig worden betaald. „Daarvoor zijn ook gegevens over pauzetijden nodig. Niet iedere klant kan die informatie al op de gewenste manier aanleveren. De zaken die je binnen je eigen invloedsfeer kunt regelen, zijn prima te doen.” Daarbuiten wordt het lastiger. „Niet iedereen is genegen om daar direct in te investeren, daar komt soms wat zendingswerk bij kijken.”

Hij ziet geen aanwijzingen dat een onjuiste pauzeregistratie bij OTTO een grootschalig beloningsprobleem veroorzaakt. Wel vraagt het normenkader om aantoonbaarheid. De uitzender moet dus achter gegevens aan, terwijl hij de commerciële relatie goed wil houden. Volgens Van Nieuwamerongen moeten opdrachtgevers beseffen dat de wet ook hen raakt. Zij mogen straks alleen personeel betrekken van partijen die daartoe gerechtigd zijn. „Als zij zakendoen met de verkeerde partij, zijn ze ook gewoon verantwoordelijk en kunnen ze boetes krijgen en erger.”

Meer schaal, meer zekerheid?

De extra verplichtingen versterken ondertussen de beweging in de uitzendmarkt. Kleine bureaus overwegen verkoop of aansluiting bij grotere organisaties. „Het is geen bedoeling geweest van de wetgeving om een schaalvergroting te bewerkstelligen”, zegt Van Nieuwamerongen. „Is het een logische consequentie? Dat zou kunnen.”

Heurkens begrijpt dat vooral ondernemers die nog niet gecertificeerd zijn een flinke stap moeten zetten. Zij kunnen hun bedrijfsvoering goed geregeld hebben, zonder dat eerder via audits te hoeven bewijzen. „Een bepaalde schaalgrootte is soms handig om dat extra werk te dragen.” Ook de waarborgsom van in beginsel 100.000 euro vormt een drempel. Daarvoor zijn onder voorwaarden vrijstellingen mogelijk, benadrukt Van Nieuwamerongen. „Het geld is bovendien geen entreeprijs, het is een waarborgsom. Deze waarborgsom zijn bedrijven niet kwijt. Als ze vier jaar aan de wettelijke voorwaarden voldoen, krijgen ze de waarborgsom terug. Naast financiële zekerheid moet de drempel voorkomen dat ondernemers na problemen eenvoudig opnieuw beginnen met een ander bureau.”

Advertentie
Kees van Nieuwamerongen, directeur van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Foto: eigen beeld.
Kees van Nieuwamerongen, directeur van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt.Foto: eigen beeld.

Handhaving blijft bepalend

Met aanmelden is de voorbereiding niet afgerond. De aanvraag voor toelating of ontheffing volgt tussen 1 mei en 30 juni 2027. De overgangsregeling is nodig omdat inspecties en beoordelingen tijd kosten, aldus Van Nieuwamerongen. „Wij schatten in dat het echt wel een paar jaar gaat duren voordat die inspectie-instellingen op orde zijn en alle inspecties kunnen uitvoeren die noodzakelijk zijn.”

Heurkens verwacht verbetering, maar waarschuwt voor overspannen verwachtingen. „Een toelating zal niet alle problemen oplossen. Veel valt of staat bij de kwaliteit en mate van handhaving.” Voor ondernemers begint het intussen bij praktische actie: eHerkenning niveau 3 regelen, KVK-gegevens controleren en een Berichtenbox voor Bedrijven aanvragen. Ook SNA-gecertificeerde uitleners (keurmerk voor flexibele arbeid en aannemers van werk) krijgen van de NAU het advies zich aan te melden. Heurkens’ boodschap aan achterblijvers is helder: „Als je nog niets gedaan hebt, ben je wel heel laat.”

Doe de Wtta-check

  • Controleer of de Wtta ook voor jou geldt. Ook als je geen uitzendbureau hebt, kun je onder de toelatingsplicht vallen doordat jouw medewerkers onder leiding en toezicht van een klant werken.

  • Zet twee belangrijke momenten in je agenda. Aanmelden voor de overgangsregeling kan van 1 november tot en met 31 december 2026. De aanvraag voor toelating of ontheffing volgt tussen 1 mei en 30 juni 2027.

  • Zorg dat je goed werkgeverschap kunt bewijzen. Correcte loonbetaling en een goede administratie moeten ook controleerbaar zijn. Een proefaudit helpt om tekortkomingen tijdig te ontdekken.

  • Betrek opdrachtgevers bij je voorbereiding. Maak afspraken over het tijdig aanleveren van arbeidsvoorwaarden, gewerkte uren en pauzetijden. Hun informatie is nodig om jouw verplichtingen na te komen.

  • Verwar bestaande certificering niet met volledige voorbereiding. Een SNA-keurmerk biedt een belangrijke basis, maar controleer welke aanvullende eisen en stappen voor jouw onderneming gelden.

Delen: