Teun Voets kwam tien jaar geleden vanuit Brabant naar Giethoorn en bouwt daar inmiddels aan de toekomst. Met plantaardig restmateriaal uit De Wieden en de Weerribben maakt hij duurzame BioBlocks. Nu droomt hij van de volgende stap: huizen bouwen van materiaal uit de eigen polder. Teun in de Stentor: „Daarvoor moeten we terug naar de bouwtechnieken van de Romeinen en de Maya’s.”
Productielijn in de koeienstal
Wie zaterdag tijdens de eerste editie van ‘Polderdag Giethoorn’ bij BioBlocks aan de Oeverweg binnenstapt, ontdekt in de voormalige koeienstal een complete productielijn.
Buiten ligt een enorme berg afgestorven waterplanten. De blokken worden hier ter plekke geperst, gedroogd en gestapeld. Voets vertelt er vol enthousiasme over.
„De open wateren groeien langzaam dicht. Het afgraven daarvan is een steeds terugkerend proces”, legt hij uit. „Voor het onderhoud en beheer van het open landschap is dat heel belangrijk. Voor ons betekenen die plantenresten een onuitputtelijke voorraad materiaal.”
Verzamelen, persen en drogen
Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten leveren het plantaardige materiaal aan. Lokale telers leveren bovendien riet dat ze zelf niet meer kunnen verwerken. Van deze twee materialen maakt BioBlocks jaarlijks zo’n 150.000 tot 200.000 stuks.
In het bedrijf van Teun wordt het materiaal verzameld, samengeperst en vervolgens op natuurlijke wijze gedroogd. Een ploeg van vier à vijf mensen is er dagelijks mee bezig. „Het is bepaald geen geautomatiseerd fabriekswerk.”
“We onderzoeken met verschillende partijen hoe je een metselsteen honderd procent biobased kunt maken”
Van geluidsscherm tot plantenbak
De blokken worden nu vooral gebruikt voor geluidsschermen, oeverbescherming en de inrichting van tuinen en parken. Ook in Steenwijkerland staan al plantenbakken van het materiaal.
Maar Teun kijkt verder.
„We onderzoeken met verschillende partijen hoe je een metselsteen honderd procent biobased kunt maken.” Daarmee begint een ingewikkelde zoektocht. Want een bouwblok voor een huis moet veel meer kunnen hebben dan een blok dat in een tuin wordt gebruikt.
„De blokken hebben nu een levensduur van dertig tot vijftig jaar. Een blok voor een gebouw moet een andere samenstelling hebben. Je krijgt dan vraagstukken als: hoe maak je het product waterafstotend? Welke lijm gebruik je? En welke mortel?”
Bouwlessen uit de oudheid
De oplossing ligt volgens Teun mogelijk niet in de modernste techniek, maar juist in het verleden. „Je moet daarvoor terug naar oude bouwtechnieken, uit de tijd van de Romeinen en de Maya’s. Die bouwwerken staan er nog steeds.”
De toekomst van duurzaam bouwen zoekt hij in eeuwenoude kennis. „Dat is een uitdaging: natuurlijke materialen moeten zo worden toegepast dat gebouwen niet na enkele decennia alweer vervangen hoeven te worden.”
Lees ook: 2.000 à 3.000 per dag: de pallets van dit 50-jarige familiebedrijf gaan van Oeganda tot Tasmanië
Ideale grondstof in de Kop
Teun belandde zo’n tien jaar geleden in Giethoorn. Hij kwam uit het familiebedrijf in natuursteen in Rosmalen. „We maakten veel schanskorven voor geluidsschermen, maar wilden ook graag groenere wanden maken.”
In de Kop van Overijssel vond hij precies wat daarvoor nodig was. De enorme hoeveelheid plantaardig restmateriaal in de Wieden en de Weerribben bleek een ideale grondstof.
„Dus lag het voor de hand om hier in het gebied daarmee aan de slag te gaan. Toen hebben we deze boerderij gekocht.”
Een groot insectenhotel
Hoe de bouwblokken gebruikt worden, liet de dertiger zaterdag zien met foto’s van een recente klus in Den Haag. Daar bouwt BioBlocks mee aan een groot geluidsscherm. Kale frames worden bekleed met panelen waarin de BioBlocks zijn verwerkt. Vervolgens kan de beplanting tegen de groene wanden aangroeien. „Zo creëer je mooie groene wanden waar planten en insecten het goed op doen. Zo’n paneel is eigenlijk een groot insectenhotel.”
“Natuurlijke materialen moeten zo worden toegepast dat gebouwen niet na enkele decennia alweer vervangen hoeven te worden”
De omvang van de klus is fors: in totaal gaat het om 3.500 panelen van 2 bij 1 meter. Een transporteur uit de omgeving brengt ze in partijen van driehonderd panelen per vrachtwagen naar Den Haag. „We zijn al dagen bezig, maar nog niet klaar.”
‘Mensen denken dat hier alleen koeien lopen’
De rondleidingen tijdens de eerste Polderdag sluiten precies aan bij wat medeorganisator Corine Berger met de open dag wil bereiken.
„Mensen denken vaak dat in onze polder alleen maar koeien lopen”, zegt ze. „Met deze open dag willen we laten zien dat dit gebied meer te bieden heeft dan je denkt.”
Dit artikel is geschreven door Marianne Weegenaar voor de Stentor.