„Je koopt een machine omdat je kansen ziet in de markt of wilt verduurzamen”, begint ondernemer Frank Wiersma. „En dan krijg je te horen dat je die machine door het overvolle stroomnet niet kunt aansluiten. Dat raakt een ondernemer in het hart.”
Wiersma, directeur-eigenaar van metaalbewerkingsbedrijf Itter in het Overijsselse Hardenberg, keek aanvankelijk met andere ondernemers op zijn bedrijventerrein vanuit duurzaamheidsperspectief naar het stroomgebruik. Waarom lagen nog niet alle daken vol met zonnepanelen? En kon stroom die de één over had niet naar de buurman die veel stroom nodig had?
Die vragen kregen eind 2022 een andere lading. Tijdens een bijeenkomst met ondernemers, gemeente, provincie en netbeheerders bleek dat het gebied te maken had met netcongestie. „Die boodschap was voor iedereen een verrassing, zelfs voor de gemeente”, zegt hij.
“Gezonde bedrijven, die belangrijk zijn voor de lokale economie, kwamen op slot te zitten”
Frank Wiersma directeur-eigenaar van metaalbewerkingsbedrijf Itter
Economische impact
Vanaf dat moment ging het bij stroom naast verduurzaming, ook over economische groei. „Gezonde bedrijven die belangrijk zijn voor de lokale economie, kwamen op slot te zitten.” Volgens Wiersma wordt die schade nog onderschat: om andere ondernemers de ernst van de situatie te laten inzien, pakt hij er nog regelmatig een krantenartikel bij waarin staat dat een overvol stroomnet 40 miljard euro per jaar kan kosten.
Een ‘energiehub’ kan in zo’n situatie uitkomst bieden. Ondernemers op een bedrijventerrein maken dan afspraken om stroom slimmer te gebruiken, te verdelen of lokaal op te wekken. In een eerder artikel op De Ondernemer legden experts uit hoe zo’n energiehub werkt en wanneer een energiehub een goede oplossing is voor je bedrijf.
‘Als het soepel was gelopen, had het niet 3,5 jaar geduurd’
Wiersma had zelf geen acuut stroomprobleem, maar bleef toch 3,5 jaar betrokken bij de ontwikkeling van de energiehub. Of dat makkelijk ging? „Nee, als het soepel was gelopen, had het niet 3,5 jaar geduurd”, zegt hij lachend. Alles was nieuw: inzicht krijgen in het stroomverbruik, een groepscontract opzetten, software gebruiken en afspraken maken over de manier waarop de ondernemers samen stroomcapaciteit verdelen.
Vooral de afspraken met de netbeheerder kostten veel tijd. Juist omdat het om een nieuw product ging, had Wiersma meer samenwerking verwacht. „De netbeheerder was de grootste bottleneck. Dat heeft ons heel veel tijd gekost.”
Dat nieuwe product is een groepscontract: een afspraak waarbij bedrijven als groep stroomcapaciteit delen en onderling afspreken wie wanneer stroom gebruikt. Rutger Beekman, procesregisseur van verschillende energiehubs, herkent het beeld dat Wiersma schetst. „Het duurde langer, omdat het nog geen standaardproduct is”, zegt hij. Volgens Beekman kan het opstellen en ondertekenen van een groepscontract inmiddels in ongeveer zes maanden, maar sneller moet kunnen. „Het kan prima in drie maanden, maar zo’n contract moet langs allerlei afdelingen. Je merkt dat het nog heel nieuw voor de netbeheerder is. Als ze hun processen intern op orde hebben en als men bereid is die processen anders vorm te geven, dan moet het sneller kunnen.”
“Het is niet dat ik blindelings iets heb getekend, omdat ik mijn buurman zo vertrouw. Maar iemand die je kent, gun je wel meer”
Frank Wiersma
Gesprekken met buren: wat ligt er op tafel?
Een energiehub vraagt ondernemers om te praten over onderwerpen die eerder niet op tafel lagen: hoeveel stroom gebruik je nu en in de toekomst, komen er machines of laadpalen bij en ben je bereid stroomcapaciteit in te leveren? Bedrijven die geen probleem voelen, hebben minder reden om hun kaarten op tafel te leggen. Tegelijkertijd vonden anderen het spannend om gegevens te delen, zag Wiersma. „Sommige bedrijven zien dat als beursgevoelige of concurrentiegevoelige informatie.”
„Vertrouwen is niet op niets gebaseerd”, zegt Beekman. „Als je iets gaat doen waar nieuwe risico’s bij komen, is het heel fijn als jij en ik elkaar ook op de voetbalclub tegenkomen.” ‘Noaberschap’ (naar elkaar omkijken) helpt daarbij zeker mee, stelt Wiersma. „Het is niet dat ik blindelings iets heb getekend, omdat ik mijn buurman zo vertrouw. Maar iemand die je kent, gun je wel meer.”
Daarna wordt het concreet: als het ene bedrijf extra zonne-energie opwekt en een ander bedrijf daardoor meer stroom kan gebruiken, wie krijgt dan welke vergoeding? „Hoe ga je dat met elkaar verrekenen? Ja, daar worden dan wel vragen over gesteld. En terecht.” Zijn les: stel moeilijke vragen niet uit. „Dan moet alles op tafel. Ook waar je sceptisch over bent of waar je tegenaan loopt.”
“We hebben een maatschappelijke plicht om elkaar te helpen en goed te doen voor je regio”
Frank Wiersma
‘Ik wil niet bezig zijn met stroom’
Ook Patrick Geurtsen, eigenaar van Machinefabriek Geurtsen in Deventer, kreeg met het overvolle stroomnet te maken. In 2023 wilde hij met zijn machinefabriek verhuizen naar een bedrijventerrein langs de A1 in Deventer. De gemeente waarschuwde hem om direct een stroomaansluiting aan te vragen. Geurtsen had gelukkig een buurman die genoeg stroom opwekte en een kabel naar zijn nieuwe bedrijfspand kon trekken, maar door mee te doen aan een energiehub kon de ontwikkeling en bouw van het hele bedrijventerrein doorgaan. De eerste les van Geurtsen en Wiersma: als je het niet voor jezelf doet, doe het dan voor andere ondernemers: „We hebben een maatschappelijke plicht om elkaar te helpen en goed te doen voor je regio”, zegt Wiersma.
Voor Geurtsen was meedoen aan de hub, doordat hij al stroom van zijn buurman kreeg, vooral een praktische afweging. Hij hoefde er zelf niet per se beter van te worden, zolang zijn bedrijf er maar niet door werd beperkt. Tegelijkertijd wilde hij vooral ondernemer blijven. „Ik ben niet ondernemer geworden om me met stroom bezig te houden.”
Daarom is begeleiding van een procesregisseur, zoals Rutger Beekman, volgens Wiersma en Geurtsen noodzakelijk. „Zonder regisseur hadden we de hub niet gerealiseerd”, zegt Wiersma. „Hij heeft er heel veel tijd in gestopt, alle data verzameld, iedereen geïnformeerd en overal het belang van een hub onder de aandacht gebracht.”
Wat kost zo’n energiehub?
Een energiehub vraagt tijd, aandacht en geld. „Ik ben de afgelopen jaren meerdere uren in de week met netcongestie bezig geweest”, zegt Wiersma. In de eerste fase van een hub gaat het vooral om juridische begeleiding, contracten opstellen en software kiezen. Geurtsen noemt als grootste investering het systeem waarmee de hub wordt aangestuurd. De initiële investering schat hij op ongeveer 100.000 tot 120.000 euro.
Een groot deel van die kosten werd gesubsidieerd. Maar ook zonder subsidie zou hij dezelfde keuze hebben gemaakt. „Het is fijn om te weten dat er een vergoeding tegenover staat, in plaats van dat het alleen maar kosten met zich meebrengt”, stelt Wiersma.
De grote investeringen moeten vaak nog komen om in de toekomst genoeg stroom te hebben: batterijen, laadpleinen of extra lokale opwekking. Dan worden de gemaakte afspraken tussen ondernemers nog belangrijker. Wie betaalt mee? Wie mag de voorziening gebruiken? En wie profiteert van de opbrengst?
Het tekenen van het groepscontract eind juni voelde als een mijlpaal, maar volgens Wiersma begint het echte werk nu pas. „Nu kun je pas echt met een slimme oplossing aan de gang. Maar je hebt dat papiertje wel nodig.”
“Je wilt zelf niet tussen de ondernemers in komen te staan”
Frank Wiersma
Groepscontract is pas het begin
Nu ontstaan er direct nieuwe vragen. Hoe verdeel je capaciteit als het terrein groeit? Wie krijgt voorrang bij nieuwe laadpleinen? En wat als twee ondernemers tegelijk extra ruimte nodig hebben? Wiersma noemt het voorbeeld van twee transporteurs op zijn bedrijventerrein die allebei een groot snellaadplein willen ontwikkelen. Dan moet je kiezen: krijgt als eerste alle ruimte, verdeel je het fiftyfifty of laat je een externe partij oordelen?
Om te voorkomen dat ondernemers tegenover elkaar komen te staan en ze uit de hub stappen, is in de coöperatie van Wiersma vastgelegd dat bij zulke kwesties een externe deskundige kan meebeslissen. „Je wilt zelf niet tussen de ondernemers in komen te staan”, zegt hij.
Energiehub de moeite waard?
Of een energiehub de investering waard is, hangt af van het terrein, de ondernemers en de urgentie. Maar voor Geurtsen en Wiersma is één ding duidelijk: niets doen is vaak geen optie meer. Zonder gezamenlijke oplossing kunnen bedrijven niet bouwen, uitbreiden of verduurzamen. ,,Reken er maar niet op dat we over een aantal jaar geen energievraagstukken meer hebben”, zegt Wiersma. ,,Je hebt geen keuze.”