Een grote Z hangt schommelend hoog boven de straat. Het is het begin van de versiering in de Rotterdamse Zwart Janstraat, die na een paar honderd meter overgaat in de Noordmolenstraat. Het zijn twee winkelstraten in het Oude Noorden, samen de Noorderboulevard genoemd, die de redacteur van De Ondernemer verrassen. Ze liggen ver van het centrum van de Maasstad, maar toch is het er opvallend druk.
Consumenten uit andere steden en zelfs België en Duitsland komen bijvoorbeeld bij Al Amira modieuze islamitische kleding als abaya’s en djellaba’s kopen. Bij de Hadiethshop, een paar winkels verder, kunnen islamitische producten als een tasbih (bidkralen) worden gekocht. Jonge gesluierde vriendinnen met matcha lattes slenteren lachend door de straat langs het frietloket van Bram Ladage, terwijl wijkbewoners op de terrassen van Café Centraal en Voorheen Vink hun biertje drinken. Het zijn winkelstraten geworden waar mensen met en zonder migratieachtergrond elkaar ontmoeten.
En dat terwijl dit deel van Rotterdam nog niet zo lang geleden werd gekenmerkt door pauper, leegstand en kleine criminaliteit. De twee straten kregen aandacht en er werd in geïnvesteerd. Het resultaat: nauwelijks nog leegstand en een boeiende mix van winkels en horeca. Of zoals NRC de Zwart Janstraat afgelopen jaar nog betitelde: ‘een geliefd islamitisch winkelparadijs’.
Investeren in moeilijke winkelstraten loont
Grote steden hebben vaak aparte programma’s om ‘moeilijke’ straten en winkelgebieden nieuw leven in te blazen. Burgemeesters en wethouders zijn als de dood voor ondermijning en leegstand. De gemeente Den Haag investeert daarom zeven miljoen euro in de winkelstraten van de Schilderswijk en Transvaal, waar samen bijna vijftigduizend mensen wonen. Met dat budget worden onder meer gevels en plinten van winkels aangepakt en wordt de openbare ruimte vergroend. Volgende maand begint Haarlem met het opknappen en vergroenen van de Generaal Cronjéstraat.
Peter van Gool werkt bij adviesbureau Stad & Co en kent complexe winkelstraten en winkelgebieden goed. Op dit moment houdt hij zich bezig met het oppeppen van de Paul Krugerlaan in de Haagse wijk Transvaal. Eerder was hij betrokken bij de Kanaalstraat in Utrecht, Osdorp in Amsterdam en de Beijerlandselaan in Rotterdam.
Van Gool ziet de problemen, maar heeft ook oog voor de kansen: „Kijk naar de Krugerlaan, die heeft een eigen ziel doordat veel ondernemers een Hindoestaanse achtergrond hebben. De winkels in deze straat vormen een belangrijke ontmoetingsplek voor de buurt. Het maakt het ook leuk om erheen te gaan.”
“Al die winkelstraten en -gebieden hebben een eigen identiteit en vertellen hun verhaal. Dat is waarom mensen uit hun stoel komen en naar die gebieden gaan”
Peter van Gool Stad & Co
,,De Kanaalstraat in Utrecht heeft bijvoorbeeld Marokkaanse, Turkse en Algerijnse invloeden. Al die winkelstraten en -gebieden hebben een eigen identiteit en vertellen hun verhaal. Dat is waarom mensen uit hun stoel komen en naar die gebieden gaan. Het lekkere eten uit hun geboorteland of uit het land waar hun vader of moeder vandaan komt: dáár zit hun kracht, hun onderscheidend vermogen, waardoor die gebieden veel potentie hebben om sterk te blijven.”
Maatschappelijke functies in wijkwinkelcentra van groot belang
Geld alleen is niet de sleutel tot succes, er is meer nodig. Dat bewijst de Rotterdamse wijk Zevenkamp, met daarin het geplaagde winkelgebied Ambachtsplein. „Alleen op het Ambachtsplein is de winkelleegstand relatief groot”, valt te lezen in een ambtelijke studie over verschillende winkelgebieden in de Maasstad. „Het plein moet weer het hart van Zevenkamp worden. Daarom is ervoor gekozen om in de ontwikkeling van het gebied niet alleen te kiezen voor commerciële, maar ook voor sociaal-maatschappelijke functies. Op die manier wordt meer aangesloten op de behoeften van bewoners, ondernemers en gebruikers in het gebied.”
“De verblijfsfunctie is ver te zoeken. Deze wijkwinkelgebieden zijn niet gezellig”
Ingrid Ploegmakers Sweco
Ingrid Ploegmakers kent zulke winkelgebieden goed. Zij werkt bij het van oorsprong Zweedse architecten- en ingenieursadviesbureau Sweco. Het bedrijf is onder meer betrokken bij de revitalisering van het ooit belangrijke wijkwinkelcentrum Bogaard in Rijswijk. ,,Door leegstand was het geen goed winkelgebied meer. Op basis van ons advies zijn de eigenaren begonnen met het wegnemen van 25.000 vierkante meter winkeloppervlakte en kwaliteit toe te voegen, zoals maatschappelijke functies en een aantal speciaalzaken. Op die plek komen woningen en woontorens. Hoe meer bewoners er dicht bij dit gebied wonen, hoe meer draagvlak er is voor de winkels die blijven.”
Goede daghoreca geeft centrum kracht
Ploegmakers ziet dat kleine wijkwinkelcentra als het Ambachtsplein het moeilijk hebben. Dit komt ook naar voren in het Koopstromenonderzoek Randstad 2025 van onder andere Sweco. ,,Wat je vaak in zulke centra ziet, is dat de verblijfsfunctie ver te zoeken is. Deze wijkwinkelgebieden zijn niet gezellig. Ze vormen echter wel het centrum van een bepaald gebied, dus je moet zo’n omgeving als gemeente Rotterdam aantrekkelijker maken. De wijkfunctie is namelijk enorm belangrijk voor zo’n gebied, zowel voor de boodschappen, maar ook zeker als ontmoetingsplek. Wijkcentra bepalen mede de identiteit van een gebied.”
„Hoe dat aan te pakken? Je ziet bij Ambachtsplein dat sociaal-maatschappelijke functies, zoals een bibliotheek of een wijkhub, worden toegevoegd, maar ook daghoreca. Die functies versterken het gebied en vergroten zo ook de economische kansen voor winkeliers. De retailfunctie is belangrijk, maar staat niet meer op nummer één.”
Winkeliers en vastgoedeigenaren moeten samenwerken
Zowel Van Gool als Ploegmakers noemen iets belangrijks om zo’n winkelstraat weer op te peppen: de bereidheid van winkeliers en vastgoedeigenaren om samen te werken. Van Gool: „Willen winkelgebieden kunnen overleven en floreren, dan is het van belang goed samen te werken. Heb een gezamenlijk plan en investeer daarin. Het bijkomende voordeel is dat je in een goed lopende winkelstraat louche ondernemers buiten de deur houdt. De kans dat zij zich daar vestigen, is dan kleiner.”
“Hectiek en chaos horen erbij; daarin moet je kunnen gedijen en het snappen”
Peter Van Gool beschrijft de ondernemer in zo’n winkelstraat
Loop door deze straten en je voelt, ziet, ruikt en hoort dat er ondernemers actief zijn van een bepaald kaliber. „Je hebt retailers nodig die inzien dat samenwerken zoden aan de dijk zet. Dat betekent elkaar opzoeken en samen bouwen aan de kracht van zo’n winkelgebied”, legt Ploegmakers uit. „Lang hebben ondernemers achter hun kassa gezeten en gewacht tot een klant kwam. Dan heb je de verkeerde instelling. Fysieke winkels hebben het voordeel dat je de consument te woord kunt staan en direct goede service kunt bieden. Het spreekt voor zich dat je verder de doelgroep goed moet kennen. Door goed lokaal ondernemerschap bind je die mensen aan jouw winkelgebied.”
Van Gool vult aan en omschrijft het type retailer in zo’n straat: „Een ondernemer die de culturele dynamiek van zo’n straat snapt en daarop wil meebewegen. De hectiek en chaos horen erbij; daarin moet je kunnen gedijen en het snappen. Begrijp dat naast Kerstmis ook de ramadan of Divali (Lichtjesfeest) in zo’n straat belangrijk is, ook voor de omzet van de ondernemers. Een beetje chaos hoort erbij, dat is juist de charme van de straat.”
Chinatown om de Chinese sfeer te proeven
Het doet Van Gool denken aan de Chinatowns in steden als Parijs, Londen en New York. ,,Wanneer je als toerist naar Londen gaat, wil je daar even de Chinese sfeer proeven. Chinatown vertelt de geschiedenis van de Aziatische gemeenschap in zo’n wijk. De Paul Krugerlaan kun je daarom ook niet vergelijken met een klassieke winkelstraat in het centrum van Rotterdam, Den Haag of Amsterdam. De straat heeft een eigen en veel sterkere identiteit, met een uniek aanbod van Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse winkels. Hier wordt het verhaal verteld van de migratiegeschiedenis die die wijken hebben doorgemaakt. De Paul Krugerlaan hoeft niet te concurreren met de Grote Marktstraat en het Spui. Laat vooral die laan zijn eigen identiteit behouden en versterk waar mogelijk.”
Gentrificatie vormt (nog) geen bedreiging
Ligt gentrificatie bij dergelijke winkelstraten en -gebieden op de loer, zoals bijvoorbeeld rond het Rotterdamse Deliplein op Katendrecht is gebeurd? Ooit was daar een bloeiende volkse cultuur met geweldige Chinese restaurants; nu regeert de toerist er. De bekende Rotterdamse ‘stratendokter’ Ron van Gelder wil juist dat straten als de Zwart Janstraat, Noordmolenstraat, West-Kruiskade en Beijerlandselaan volks blijven en niet verhippen.
Het is niet helemaal te voorkomen, stelt Van Gool. ,,Ik onderstreep van harte wat Van Gelder zegt. De bakfiets zie je niet, maar die hippe koffietentjes beginnen wel te komen. Dat heeft te maken met de nieuwe generatie Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse ondernemers en de transitie van de bestaande. Zij springen in op het feit dat mensen uit hun achterban op zoek zijn naar een plek waar ze toch die bijzondere matcha met dat mango-toetje kunnen drinken en eten. Als ondernemer moet je daarop anticiperen en meebewegen. De consument neemt geen genoegen meer, ook niet de klant in die volkswijken, met matige producten en slechte dienstverlening.”
Lees ook: ‘Geen spreadsheets, gewoon je verstand gebruiken’: Edward bouwt aan 150 modewinkels door het simpel te houden