Een uitgekiende marketingstrategie hadden Kelvin Chan en Melissa Cheung niet. Ze plaatsten op Instagram hoe zij de Chun-wereld voor zich zagen: Aziatisch geïnspireerde toasts, matcha, milk tea en koffie, verpakt in een herkenbare stijl. „We deden vooral wat we zelf heel leuk vonden en probeerden gewoon iets moois neer te zetten”, zegt Kelvin.
Hobbyproject Kelvin en Melissa
Die combinatie van product, design en oog voor detail sloeg aan. Bezoekers begonnen hun ervaringen zelf te delen op sociale media, vooral op TikTok, waar een enorme stroom aan video’s ontstond. De timing speelde daarin ook een belangrijke rol: de horeca was net weer opengegaan na corona, TikTok groeide explosief en de Negen Straatjes waren ineens heel populair.
,,We waren totaal niet voorbereid op die drukte”, vertelt Kelvin. ,,Het was in eerste instantie vooral overleven.” Chun Café was eigenlijk een hobbyproject en Kelvin werkte nog in de IT. ,,Het gebeurde in Amsterdam niet vaak dat een horecazaak zo snel groeide. We hadden niemand aan wie we advies konden vragen.”
“Ze vonden het gek dat mensen voor een broodje in de rij gingen staan”
Melissa Cheung Chun Café
Bekogeld met waterballonnen
Ook de gemeente wist niet goed raad met de lange rijen. En in de buurt waren de reacties niet altijd positief. Mensen in de rij werden uitgescholden, nageroepen en soms zelfs bekogeld met waterballonnen. ,,Ze vonden het gek dat mensen voor een broodje in de rij gingen staan”, zegt Melissa. Zelf vond ze dat minder vreemd. ,,In Aziatische steden zijn lange rijen voor populaire zaken heel normaal. Ook in Parijs en Londen weet je: als iets populair is, moet je soms even wachten.”
De ondernemers zagen een tweede vestiging aanvankelijk als oplossing. ,,Heel naïef dachten we: we moeten een tweede zaak openen om de drukte te spreiden”, zegt Kelvin. Dat pakte anders uit. De tweede zaak in de Spuistraat werd zelfs drukker dan de eerste.” Daarmee kwam de nadruk steeds meer te liggen op de vraag: hoe zorg je ervoor dat je, ondanks de enorme groei, dezelfde kwaliteit en ervaring kunt blijven bieden?
Koppel startte ook een ramenzaak
Dat betekende stap voor stap personeel aannemen, managers opleiden en processen vastleggen. Momenteel werken er bij Chun, dat inmiddels drie vestigingen heeft, en Gifu Ramen Bar, de ramenzaak van het ondernemerskoppel op de Elandsgracht, ruim honderd mensen. Op kantoor werken onder meer een officemanager, businessdevelopmentmanager, kitchenoperationsmanager, areamanager en een designer.
Dat opschalen in personeel ging niet zonder slag of stoot. ,,In het begin namen we uit noodzaak allerlei mensen aan”, zegt Kelvin. ,,We kwamen er snel achter dat dat niet de manier was waarop wij wilden groeien.” Chun zoekt nu nadrukkelijk naar medewerkers die bij de cultuur passen. Melissa: ,,Mensen met een goed hart. Lieve mensen die echt geven om andere mensen en om ons product. Want als wij er niet zijn, zijn zij ons visitekaartje.”
Maar alleen met lieve mensen kom je er niet, weet Kelvin. Zelf moesten ze leren leidinggeven, personeel coachen, systemen bouwen en verantwoordelijkheden overdragen. Vooral dat laatste bleek belangrijk toen het bedrijf steeds groter werd. „Je moet mensen ownership geven. En je moet leren kijken wie zichzelf kan ontwikkelen en verantwoordelijkheid neemt.” Het heeft volgens hem wel even geduurd voor ze alles onder de knie hadden.
‘Nee’ tegen franchise-aanvragen
Vooral de cultuur moet niet onderschat worden, stelt Kelvin. „Het kost tijd om daaraan te bouwen. Je moet zelf het goede voorbeeld geven, vasthouden aan je normen en waarden en consistent zijn.” Melissa voegt daar een belangrijke waarschuwing aan toe: „Groei kan superhard gaan, maar je cultuur, je mensen en je organisatie groeien niet automatisch in hetzelfde tempo mee.”
“Doordat we ons beter moesten organiseren, hebben we veel verantwoordelijkheden moeten delegeren”
Kelvin Chan Chun Café
Dat is ook de reden dat Chun bewust niet op zoveel mogelijk vestigingen mikt en regelmatig ‘nee’ zegt tegen franchise-aanvragen. Kelvin: ,,Voor ons is omzet of zoveel mogelijk zaken openen nooit het doel geweest. We willen groeien zonder onze identiteit te verliezen: werken met leuke mensen, vasthouden aan kwaliteit en de cultuur binnen het bedrijf behouden.”
Samenwerking met de Bijenkorf
Kelvin en Melissa besloten wel een grote stap te zetten toen ze met de Bijenkorf in gesprek raakten. De Bijenkorf is zo iconisch voor Nederland. Dat is wel een partij met wie je graag iets wilt doen”, zegt Melissa. Kelvin: Aanvankelijk hadden we het idee om samen met de patisserie van de Bijenkorf een matchagebakje uit te brengen. We hebben een pitch gestuurd en daar waren ze enthousiast over.” De daaropvolgende gesprekken verliepen zo goed dat werd besloten een Chun Café in de Bijenkorf te openen. Sinds 1 juni is Chun de eerste horecapartner van het warenhuis.
De samenwerking met een grote organisatie dwong Chun opnieuw te professionaliseren. ,,Je werkt ineens met allerlei externe regels”, vertelt Kelvin. ,,De Bijenkorf heeft eigen kassasystemen en veiligheidsregels. En nieuwe medewerkers moeten eerst een onboardingproces bij de Bijenkorf doorlopen voordat ze bij Chun aan het werk mogen. Wij waren gewend iemand vandaag aan te nemen en morgen een proefdag te laten draaien.”
De belangrijkste uitdaging was om binnen al die regels de eigen identiteit overeind te houden. „Je wil de gasten ondanks die regels en systemen de volledige Chun-ervaring geven.” Tegelijkertijd bracht de samenwerking met de Bijenkorf meer structuur. „Doordat we ons beter moesten organiseren, hebben we veel verantwoordelijkheden moeten delegeren. Sinds de opening hebben Melissa en ik het voor het eerst wat rustiger.”
Fast casual-concept Chun Café
Als Kelvin en Melissa één les moeten kiezen uit de afgelopen zes jaar, is het vasthouden aan de oorspronkelijke visie. Kelvin: „Toen wij begonnen vonden veel mensen onze prijzen te hoog. Fast casual (de snelheid van fastfood en de betere kwaliteit en sfeer van traditionele eetgelegenheden, red.) bestond nauwelijks in Nederland. Toch geloofden wij dat Amsterdam internationaler werd en dat zo’n concept hier zou passen.” Dat bleek te kloppen.
Melissa besluit: „We zijn er heel trots op dat we als in Nederland geboren Aziaten iets hebben neergezet. Dat een Aziatisch concept hier zo kan bloeien, is heel mooi.” Dat besef daalt soms nog wel even in: „Dan zitten we thuis op de bank naar elkaar te kijken en denken we: wow, dit is best wel gek.”