InnovatieDuurzaamheid

Reina wil met truien verdwenen wolindustrie nieuw leven inblazen: ‘Dit jaar moeten we zeker 25 tot 30 procent groeien’

Modeondernemer Reina Ovinge (59) wil de Nederlandse wolindustrie nieuw leven inblazen.
Modeondernemer Reina Ovinge (59) wil de Nederlandse wolindustrie nieuw leven inblazen.Eigen foto
Leestijd 5 minuten
Lees verder onder de advertentie

Jarenlang runde Reina Ovinge haar eigen bedrijf, dat gespecialiseerd was in de productie van gebreide kleding in grote volumes. Tot er iets begon te knagen.

Reina: „We leverden aan ongeveer de hele Nederlandse markt, van Bijenkorf tot HEMA. Maar toen de productieketen zich naar Azië verplaatste, draaide het steeds meer om race-to-the-bottom-prijzen en synthetische materialen. Op een gegeven moment zag ik met eigen ogen dat we in China en Bangladesh arbeidsomstandigheden en milieuaspecten toestonden die hier in Europa ondenkbaar zouden zijn.”

Wol ooit volwaardig Nederlands product

In 2009 nam ze een drastische beslissing: ze verkocht haar bedrijf en wilde eigenlijk niets meer met de mode-industrie te maken hebben. „Tot ik in 2013 twee angorageiten voor mijn verjaardag kreeg. Ik had altijd al een voorliefde voor natuurlijke materialen, en ben toen gaan onderzoeken hoe het eigenlijk gesteld was met Nederlandse wol.”

Lees verder onder de advertentie

Ik wilde weten hoe het was om schapenboer te zijn en zelf producten van wol te maken

Zo ontdekte ze dat Nederland jaarlijks meer dan een miljoen kilo wol produceert, maar dat we daar vrijwel niets mee doen. „Wol was ooit een volwaardig Nederlands product, maar die industrie bleek zo goed als verdwenen.”

Tijdens haar zoektocht maakte ze een documentaire over Nederlandse mohair. „Dit kwam voort uit intrinsieke nieuwsgierigheid. Ik wilde weten hoe het was om schapenboer te zijn en zelf producten van wol te maken.”

Reina’s onderzoek veranderde in een missie: mooie, duurzame wolproducten creëren met een zo kort mogelijke keten. In 2020 besloot ze fulltime voor The Knitwit Stable te gaan. Tegenwoordig lopen er zo’n 25 angorageiten en 50 schapen rond op haar boerderij in Baambrugge.

Lees verder onder de advertentie

Lees ook: Van ‘stoffige vitrage’ naar Europa’s eerste B Corp-gordijnenfabriek: hoe Johanna (62) de markt opschudt

Van schaap naar trui

Maar hoe ga je van schaap naar trui? Het begint met het verzamelen en sorteren van de wol, en daar zit meteen een uitdaging. „Nederlandse wol heeft een wat stoerdere, dikkere vezel. Het is niet de zachte merinowol die iedereen hier kent en wil dragen.”

Reina zoekt daarom naar Nederlandse wolsoorten die comfortabel genoeg zijn voor kleding, soms in combinatie met andere natuurlijke vezels. Het sorteren laat ze bewust door schapenhouders zelf doen. „Toen ik hiermee begon, was wol nog geen vijf cent per kilo waard. Voor zwarte wol moesten boeren zelfs bijbetalen. Waarom zouden ze dan nog moeite doen om op kwaliteit te sorteren?’’

Lees verder onder de advertentie

Wij betalen boeren die sorteren nu 1,50 euro per kilo, zodat de waarde zoveel mogelijk bij de boer blijft

Reina: „Destijds werd de wol voor een appel en een ei ingezameld en veelal geëxporteerd, of het belandde in de afvalverbranding. De prijs is nog steeds laag, maar gelukkig iets gestegen. Wij betalen boeren die sorteren nu 1,50 euro per kilo, zodat de waarde zoveel mogelijk bij de boer blijft.” De wol van haar eigen schapen sorteert ze zelf.

Lees ook: Jeanne is met haar duurzaam modemerk Zazi op koers voor omzet van 1,2 miljoen: ‘Ik startte zonder businessplan’

Truien van The Knitwit Stable. Eigen foto
Truien van The Knitwit Stable.Eigen foto

Wol eens per jaar naar Noord-Italië

Na het sorteren verlaat de wol Nederland tijdelijk. „Omdat hier geen professionele wolverwerkingsindustrie meer is, gaat de wol eens per jaar naar Noord-Italië. Daar wordt het gewassen en gesponnen tot garen. Terug in Baambrugge maakt het bedrijf een deel van de garen zelf tot trui. „We houden bewust een groot deel van de productie hier, om de kennis en het vakmanschap vast te houden en kleine series zelf te kunnen produceren.”

Lees verder onder de advertentie

We begonnen met driehonderd truien, maar inmiddels doen we jaarlijks tien keer dat volume

Voor de grotere volumes is dat echter niet haalbaar. „De arbeidslonen liggen in Nederland al snel op 25 euro bruto per uur en aan een trui werken we ongeveer acht uur. Dat maakt de maakkosten te hoog om economisch duurzaam te blijven.” Daarom wordt een deel van de productie in Oost-Europa gedaan, dankzij samenwerkingen met gespecialiseerde breipartners. „We begonnen met 300 truien, maar inmiddels produceren we jaarlijks tien keer dat volume. Zulke aantallen produceren is in Nederland nog niet mogelijk.”

Een nieuw schaalbaar model

The Knitwit Stable begon 6 jaar geleden met made-to-order: items op maat, in de gewenste kleur van de klant. „Dat hield financieel geen stand, dus daar zijn we dit jaar mee gestopt. We zijn druk bezig geweest om het ecologisch verantwoord te krijgen, maar het moet ook economisch duurzaam zijn.”

Onze missie, een eerlijke keten van schaap tot trui, blijft in elke keuze voorop staan

Het label werkt nu volgens een nieuw model: van individueel maatwerk naar kleine series en schaalbare productie. „Zo houden we een cashflow zonder verspilling. We zitten nu op 500.000 euro omzet, en daar red je het gewoon niet mee. Dit jaar moeten we zeker 25 tot 30 procent groeien. De komende twee jaar willen we aantonen dat een duurzaam en transparant model als dit ook economisch zelfstandig kan functioneren.”

Lees verder onder de advertentie

The Knitwit Stable-trui kost 300 à 400 euro

Voor een trui van The Knitwit Stable betaal je zo’n 300 à 400 euro. „We laten via een ‘wolreis’ bij elke aankoop aan de klant zien hoe onze keten werkt: van welk schaap de wol van hun trui komt, en hoe het gebreid en afgewerkt wordt. Zodra mensen zien hoeveel arbeid erin zit, snappen ze waar de prijs vandaan komt.”

Via mond-tot-mondreclame, een nieuwsbrief en een actieve Instagram-community weet deze doelgroep het merk te vinden. „Onze klanten zijn mensen die transparantie belangrijk vinden en liever investeren in een trui waar ze jarenlang plezier van hebben.”

Lees ook: ‘Duurzaamheid is ons vakmanschap’: waarom minder sale en kortere ketens retailers toekomstbestendig maken

Lees verder onder de advertentie
Reina tussen haar schapen en lammetjes. Eigen foto
Reina tussen haar schapen en lammetjes.Eigen foto

Trouw aan missie

Een grote prioriteit ligt volgens Reina in het terughalen van kennis die uit Nederland is verdwenen. „We moeten opnieuw leren werken met wolverwerkingsmachines en productie-informatie terughalen die naar China verdwenen is.”

Het doel is om de keten zoveel mogelijk terug naar Nederland te brengen. „Ik dacht eerst dat we alles hier zouden doen, maar dat bleek niet haalbaar. We hebben gespecialiseerde partners in Europa nodig, en zodra iets wél in Nederland kan, doen we dat ook hier.”

Masterclasses in kenniscentrum

Op de boerderij in Baambrugge zit ook een kenniscentrum, waar Reina masterclasses aan bedrijven geeft om de waardering voor Nederlandse wol te herstellen. „Soms is de wil er wel, maar de kennis niet. Zodra mensen de vezels en het proces met eigen ogen zien, gaan ze ook in mogelijkheden denken.”

Lees verder onder de advertentie

Hoewel de groei van The Knitwit Stable in kleine stappen gaat, zet Reina onverminderd in op haar missie. „Ons nieuwe model is schaalbaar en commercieel tot op zekere hoogte, maar onze missie, een eerlijke keten van schaap tot trui, blijft in elke keuze voorop staan.”

Delen: