InnovatieEnergietransitie

Robbert Jan omzeilt wachtlijst voor overvolle stroomnet met eigen energiehub, maar dat ging niet vanzelf

Robbert Jan Dekker bij een van zijn batterijen.
Robbert Jan Dekker bij een van zijn batterijen.Foto: Ruud Voest
Leestijd 4 minuten
Lees verder onder de advertentie

Een oplossing die netcongestie vermindert én meer ruimte creëert om te ondernemen. Het klinkt als een no-brainer, maar toch duurde het anderhalf jaar voordat alles geregeld was.

Vanuit duurzaamheidsoogpunt investeerde Robbert Jan Dekker van hout- en familiebedrijf Koninklijke Dekker in Vianen jaren geleden flink in 45.000 zonnepanelen. Recent voegde hij daar nog meerdere megabatterijen aan toe. Het gevolg van deze investeringen? Stroom te over: slechts 20 procent van zijn eigen elektriciteit gebruikt hij zelf. Ook had hij op het bedrijventerrein nog ruimte over, waar hij een nieuw pand kon ontwikkelen voor de verhuur. Totdat bleek dat hij net als vele andere bedrijven jaren in de wachtrij moest staan om elektriciteit naar zijn pand te krijgen. Zijn oplossing: de energie die hij toch al opwekt efficiënter benutten en verdelen.

Tien stroomaansluitingen in één energiehub

Koninklijke Dekker brengt tien bestaande stroomaansluitingen samen in één contract met de netbeheerder. Doorgaans heeft een ondernemer één contract per aansluiting. Dit wordt ook wel een energiehub genoemd. Het is meestal geen fysieke installatie, maar vooral een samenwerking op papier. Bedrijven stemmen dan hun stroomverbruik, stroomopwekking en eventuele stroomopslag op elkaar af, zodat ze de beschikbare ruimte op het elektriciteitsnet slimmer benutten en kunnen blijven ondernemen. Robbert is de eerste ondernemer die in zijn eentje zo’n hub begint. Hiermee creëert het bedrijf ruimte voor het nieuwe pand en komt er capaciteit vrij voor andere ondernemers die vanwege netcongestie op de wachtlijst staan.

Bij Robberts bedrijf ging het om panden op het eigen terrein, relatief dicht bij elkaar. Achter sommige van zijn aansluitingen zitten batterijen of laadpalen die veel vermogen vragen, achter andere gebeurt weinig, vertelt Robbert. „Het lag daarom voor ons ontzettend voor de hand om ze aan elkaar te koppelen.” Bij bedrijven die met elkaar in een energiehub willen, moet veel meer worden overlegd en afgesproken welk pand wanneer hoeveel stroom mag gebruiken.

Energiehub is win-win-win

Dat tien losse aansluitingen nu worden samengevoegd in één contract, noemt Robbert een totale win-win. Koninklijke Dekker heeft ongeveer 45.000 zonnepanelen en twaalf containers met megabatterijen, verdeeld over verschillende locaties. Daarmee wekt het bedrijf vijf keer zoveel elektriciteit op als het zelf nodig heeft. Naast het feit dat de stroom naar een extra pand gaat, benut zijn bedrijf meer van de opgewekte stroom, dalen de stroomkosten en creëert hij ruimte op het net.

De ontwikkeling van de hub sluit voor houtbedrijf Koninklijke Dekker aan op de duurzaamheidsstrategie van het familiebedrijf. Eerder vertelde Robbert al dat de focus op duurzaamheid als een rode draad door de familiegeschiedenis loopt. Het familiebedrijf investeert ook al jarenlang in verantwoord bosbeheer, duurzame houtproductie en eigen energievoorziening. Dat doet hij allemaal met dezelfde reden: zoeken naar een oplossing die waarde oplevert voor het bedrijf én voor de maatschappij.

Dat het financieel ook lucratief is, durft Robbert niet te stellen. De besparing op kosten van het vervoeren van de stroom is groot, maar zonnepanelen en batterijen vragen forse investeringen die eventueel pas na vele jaren terugverdiend kunnen worden.

Lees verder onder de advertentie

Waarom de energiehub toch 1,5 jaar duurde

Hoe logisch de oplossing voor Robbert ook leek, met zijn energiehub zorgt hij juist voor minder overlast op het stroomnet, het traject duurde uiteindelijk toch bijna anderhalf jaar. Zo werd hij door de netbeheerder naar de provincie gestuurd om uiteindelijk weer bij iemand van de netbeheerder uit te komen. „Wij zijn vaker een van de eerste met nieuwe dingen. Op zo’n moment is er nog geen duidelijk kader voor hoe zulk soort dingen werken. Daardoor gaan veel mensen heel hard met hun hakken in het zand staan.”

Zijn bedrijf was vroeg met grootschalige zonnepanelen op daken en later met megabatterijen. Ook toen moest hij steeds uitleggen aan verzekeraars en netbeheerders uitleggen wat hij deed en wilde. Die voorzichtigheid begrijpt hij deels, maar de hoeveelheid regels die daarbij komen werkt verlammend, zegt hij. „We hebben zoveel regeltjes bedacht dat uiteindelijk iedere ambtenaar of medewerker van een netbeheerder er wel honderd heeft om iets niet meteen te kunnen laten doorgaan.”

Robbert wil niet blijven hangen in verwijten, zegt hij. Maar de traagheid wringt wel, juist omdat ondernemers met dit soort oplossingen kunnen helpen om netcongestie te verminderen. „Dit soort processen duren in Nederland tegenwoordig gewoon te lang.” Netbeheerder Stedin laat weten de ‘traagheid’ meer als ‘zorgvuldigheid’ te zien. ‘Wij willen stroomuitvallen zo goed mogelijk voorkomen, daarom willen wij zeker weten dat een toename in stroom-uitwisseling binnen een e-hub op het Stedin-net niet zal resulteren in onveilige netsituaties.’

Van energiehub naar laadplein

Waar de ene energie-innovatie bijna is afgerond, is Robbert alweer bezig met de volgende: een groot laadplein voor elektrische vrachtwagens. De vergunningen daarvoor zijn aangevraagd, maar ook dat traject vraagt geduld, zegt hij.

Het laadplein komt bij een nieuw te bouwen hal aan de andere kant van de weg. Hij verhuurt daarvoor grond aan een exploitant van openbare laadhubs voor zwaar wegvervoer. Ook hier wil Koninklijke Dekker zoveel mogelijk gebruikmaken van eigen zon en batterijen: de stroom loopt via een directe lijn van het twee eigen zonnepaneelinstallaties gekoppeld met drie megabatterijen naar het plein.

Lees verder onder de advertentie

Delen: